NUMMER 4 | JAARGANG 23 | SEPTEMBER 2026 PLATFORM VOOR HEEL BOUWEND NEDERLAND BOUWTOTAAL Luchtdicht en brandveilig bouwen op postzegel BEZOEK OOK DE WEBSITE WWW.BOUWTOTAAL.NL THEMA PREFAB & BOUWPLAATS- INRICHTING TOPKWALITEIT ALUMINIUM DAK- EN GEVELPRODUCTEN Pag. 27
Van aggregaat tot complete bouwplaatsinrichting snel en overal geleverd? Komt goed. Kijk op aicvisser.com Bij AIC Visser vinden we het gewoon mooi om het onmogelijke mogelijk te maken voor onze klanten. We doen het. Flexibel, oplossingsgericht en altijd met een plan.
3 NUMMER 4 - SEPTEMBER 2026 ACTUEEL We moeten sneller bouwen De overheid streeft nog steeds dapper naar een woningbouwproductie van 100.000 per jaar. Onze bouweconoom Maurice van Sante komt in zijn vaste beschouwingen in deze uitgave niet verder dan een langzame groei naar 74.000 woningen in 2027. Naast het verkorten en vereenvoudigen van vergunning- en bezwaarprocedures, zal ook de bouwtijd van de woningen zelf verkort moeten worden. Dat kan door verdergaande prefabricage of zelfs industriële bouw van fabriekswoningen. Inmiddels staan industrieel bouwen en de daarbij horende typegoedkeuring (gecertificeerde fabriekswoningen) zelfs landelijk op de agenda. In het coalitieakkoord lezen we onder meer ‘We willen sneller bouwen met innovatie. Prefab woningen worden sneller en schoner gebouwd’ en ‘We maken fabriekswoningen veel betaalbaarder en sneller realiseerbaar via een fastlane en typegoedkeuring voor fabrieksmatige en gestandaardiseerde bouw.’ Dit voorjaar ging er nog een schepje bovenop via de Taskforce Versnelling Woningbouw. In deze taskforce trekken zes vakministers en hun ministeries gezamenlijk op. Over de volle breedte van het kabinet wordt gewerkt aan één doel: belemmeringen wegnemen en de woningbouw versnellen. Minister Boekholt-O‘Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening: “Om te versnellen zetten we in op zowel de fabrieksmatige bouw als tot het versnellen en vereenvoudigen van vergunningverlening.” Het zal duidelijk zijn: we kunnen niet meer om prefabricage heen. Bezoek daarom zeker de jaarlijkse vakbeurs PREFAB in de Brabanthallen in ’s-Hertogenbosch, als onderdeel van de Vakbeurs Energie. In deze uitgave weer aandacht voor de vakbeurs, alsmede veel innovaties rond prefab. Daarnaast duiken we in de bouwplaatsinrichting. Deze vraagt door de opkomende prefabricage en de vele krappe bouwlocaties in overvolle binnensteden steeds meer aandacht. Ik sprak onder meer met bouw(plaats) specialisten AIC Visser, Boels en BMN. Centrale boodschap: denk al vroegtijdig na over de bouwplaatsinrichting! INHOUD COLUMN ING. FRANK DE GROOT 17 45 04 Snel Gebouwd ‘Wel een beetje kaal’ 10 BouwTotaal Test Werkbroek die met je meewerkt 11 Snel verdiend Bouwproject in België? Let op! THEMA PREFAB 13 Prefab Modulair NL lanceert 30-30-30-actieplan 14 Prefab Prefab met gelijmde steenstrips risicovol 17 Prefab Vakbeurs PREFAB 2026 met onder meer Voorbeschouwing, Kennisprogramma en Plattegrond met deelnemers. 26 Prefab Fabrikanten laten innovatieve prefab oplossingen zien. 38 Prefab Logistieke impact gekozen bouwmethode onderschat THEMA BOUWPLAATSINRICHTING 45 Bouwplaatsinrichting Doordachte bouwplaatsinrichting 47 Bouwplaatsinrichting Nieuws 49 Bouwplaatsinrichting Bouwplaatsinrichting: laat je ontzorgen! EN VERDER 51 Tools & Equipment Test Women’s Steel Pants van Carhartt 56 Tools & Equipment Test FootFellas Bronco werkschoen 57 Brandveiligheid Kies de juiste deur! 59 Bouwkosten Prefab betonnen raamdorpel aanbrengen 60 Bouwhelden Servicecoördinator Inge Eshuis 61 Bouwfouten Wanneer heet ‘lekkage’ een lekkage? 62 Slim Ruimtegebruik DQTower 65 Afbouw Praktijkoplossingen Te dunne dekvloer ongeschikt voor gietvloer 67 Afbouw Tips Balkons betegelen 70 Productnieuws Nieuws 69 Afbouw Nieuws Twee op drie werkgevers verstrekken geen zonnebrandcrème Terwijl bijna driekwart van de bouwvakkers ’s zomers geregeld in de volle zon werkt, stelt slechts één op de drie werkgevers zonnebrandcrème beschikbaar. Dat blijkt uit onderzoek van vergelijkingsplatform Slimster onder 525 bouwvakkers. Voor werkgevers die onder de cao Bouw & Infra vallen, is het verstrekken van zonnebrandcrème verplicht. Van de ondervraagden werkt ruim één op de drie ‘s zomers vaak of altijd in de zon en nog eens ruim een derde soms. Toch smeert slechts één op de vijf ondervraagden zich standaard in en een op de drie doet dit ‘meestal’. Blijft over dat bijna de helft dit hooguit ‘soms’ (23 procent) of zelfs ‘zelden of nooit’ (24 procent) doet. De gevolgen kunnen ernstig zijn, ook al gezien de steeds hetere zomers. Volgens het Arboportaal van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid krijgen buitenwerkers jaarlijks ongeveer drie keer zoveel uv-straling te verwerken als binnenwerkers. Daardoor lopen zij vijf keer meer risico op bepaalde vormen van huidkanker. CAO VERPLICHT WERKGEVERS Slechts 35 procent van de bouwvakkers zegt dat de werkgever zonnebrandcrème beschikbaar stelt. Bij 65 procent gebeurt dit niet. Dat is opvallend, omdat de cao Bouw & Infra werkgevers verplicht zonnebrandcrème op de bouwplaats aan te bieden. Werknemers moeten die crème vervolgens ook verplicht gebruiken of zelf zonnebrand meenemen. “Deze cijfers wijzen erop dat de bescherming op veel bouwplaatsen ernstig tekortschiet. Een veiligheidshelm en werkschoenen vinden we vanzelfsprekend, maar bescherming tegen schadelijke uv-straling wordt kennelijk nog te vaak aan de bouwvakker zelf overgelaten óf niet onderkend”, zegt Marco Schuurman, eigenaar van Slimster. Het aanbieden van zonnebrandcrème kan direct verschil maken. Van de ondervraagde bouwvakkers zegt bijna de helft zich vaker te zullen insmeren wanneer de werkgever het beschikbaar stelt. “In een sector waar goed personeel toch al schaars is, kunnen werkgevers maar beter zuinig zijn op hun mensen. Zonnebrandcrème beschikbaar stellen is een kleine moeite die ernstige gezondheidsschade kan helpen voorkomen. Zet daarom dispensers op goed bereikbare plekken en geef medewerkers tijdens de werkdag gelegenheid om zich opnieuw in te smeren”, aldus Schuurman.
PLATFORM VOOR HEEL BOUWEND NEDERLAND 4 Snel gebouwd De kracht van prefab ‘Wel een beetje kaal’ Philippe Pfeiffer, managing director Adapteo: “Laten we de waarde van een modulair gebouw meten aan de opgave die het oplost.” ‘Wel een beetje kaal’, dat kopte RTV Utrecht kortgeleden over een COA-noodopvang die Adapteo in IJsselstein verwezenlijkte. Wethouder Mark Foekema verwoordde op de regionale omroep wat velen dachten als ze de sobere units van 18 vierkante meter zien: “Ik zou er niet willen wonen.” Toch was hij blij dat de opvang er stond. “Als ik de beelden zie van de mensen die zelfs met onweer buiten moeten slapen, dat voelt ook niet goed.” Philippe Pfeiffer, managing director Adapteo geeft in deze Snel Gebouwd aan waarom het imago van modulaire bouw schuurt met de werkelijkheid. TEKST EN BEELD: ADAPTEO Dat beeld staat in schril contrast met wat ik intern zag. Op LinkedIn deelden collega’s trots het resultaat. En terecht. Waar normaal twee maanden voor staat, realiseerden we deze opvang in exact 3,5 week. In totaal duurde het hele proces van vraag tot oplevering vijf weken. Vijf weken tussen ‘niets’ en ‘een volledig functionerende noodopvang’. Dat levert een schurende spagaat op. Hoe kan een prestatie waar we als bouwers intens trots op zijn, in de beeldvorming toch aanvoelen als een magere voldoende? MAATSCHAPPELIJKE DILEMMA ACHTER DE ‘KEET’ Modulaire bouw kampt nog altijd met het imago van de tijdelijke keet of de grijze container. Alsof het kwalitatief onderdoet voor traditionele bouw. Maar wie zo naar de sector kijkt, beoordeelt het resultaat zonder de context van de opdracht. Als bouwer werken we binnen de kaders van een opdrachtgever. Die verschillen per opgave. Bij een acute huisvestingsvraag ligt de nadruk bijvoorbeeld op snelheid, functionaliteit en beschikbaarheid. Bij een gebouw dat tientallen jaren op dezelfde plek blijft staan, kunnen uitstraling, maatwerk en architectuur juist veel zwaarder wegen. Dat verschil in opdracht zie je terug in het eindresultaat. Toch bevestigt juist zo’n sobere noodvoorziening al snel het beeld dat mensen van modulaire bouw hebben. En daarmee doet dat beeld lang niet altijd recht aan wat er met modulair bouwen mogelijk is. WAT MODULAIRE BOUW WÉL IS Het is tijd dat we modulaire bouw op de juiste waarde schatten. Flexibel bouwen is namelijk géén synoniem voor concessies doen op kwaliteit. Wanneer de opgave erom vraagt, als er tijd, budget en een langjarige visie is, levert industriële en modulaire bouw fantastische, architectonische gebouwen op. Kijk naar projecten zoals de IT Hub in Hoogeveen: een modern, duurzaam en inspirerend gebouw dat een magneet is voor talent. Niemand die daar binnenloopt denkt in termen van ‘keet’ of ‘tijdelijk’. Modulair bouwen geeft ons de unieke wendbaarheid om mee te bewegen met wat de samenleving op dát specifieke moment het hardste nodig heeft. HOE WE HET BEELD KANTELEN Hoe komen we af van dit eenzijdige imago? Niet door uit te leggen dat we ook ‘mooie gebouwen’ kunnen maken. Wel door het eerlijke verhaal te vertellen over de keuzes die aan de voorkant worden gemaakt door onze opdrachtgevers. Laten we als samenleving en media ophouden met het beoordelen van een noodvoorziening op de maatstaven van een permanente woonwijk. Laten we de waarde van een gebouw meten aan de opgave die het oplost. Soms vraagt een opdracht om een gebouw dat tientallen jaren meegaat en waarbij uitstraling zwaar weegt. In andere situaties ligt de nadruk juist op snelheid en functionaliteit, zoals in IJsselstein, waar de opvang in 3,5 week werd gerealiseerd. Op beide resultaten mogen we als bouwsector ontzettend trots zijn. IT Hub in Heerenveen. Het is tijd dat we modulaire bouw op de juiste waarde schatten. Laten we als samenleving en media ophouden met het beoordelen van een noodvoorziening op de maatstaven van een permanente woonwijk.
5 NUMMER 4 - SEPTEMBER 2026 OP DE RADAR Kleur in de badkamer? Vergeet de douchegoot niet! Kies je voor gekleurde douchegarnituren en kranen? Zorg er dan voor dat ook de uitstraling van de douchegoot hierbij aansluit. Met de nieuwe ACO ShowerDrain S heb je keuze uit geslepen RVS, Gold, Bronze, Graphite en Black. PVD TECHNIEK VOOR DE GEKLEURDE UITVOERINGEN De doucheprofielen van de ACO ShowerDrain S zijn gekleurd d.m.v. PVD-techniek. Dit is een chemische behandeling onder druk, waarmee het mogelijk is om metalen voorwerpen, zoals douchegootprofielen, te voorzien van een kleur. Het materiaal wordt hierdoor duurzamer, sterker en krasbestendiger dan met een poedercoating. Met een PVD-bewerking hoef je niet bang te zijn dat schoonmaakmiddelen de kleur van de goot zullen aantasten. FLEXIBEL IN DE VERWERKING Ook bij de montage biedt het doucheprofiel verschillende mogelijkheden. Met een breedte van 65 mm blijft het profiel relatief slank en het is verkrijgbaar in meerdere kleuren en lengtes. Op locatie kan het profiel worden ingekort en traploos in hoogte worden ingesteld. Het systeem is geschikt voor tegeldiktes tot 24 mm en kan in twee fasen worden geplaatst, waardoor de kans op beschadiging tijdens de bouw wordt verkleind. Daarnaast is er keuze uit een standaard en een laag kunststof puthuis. Daarmee kan de douchegoot worden afgestemd op zowel de gewenste uitstraling als de beschikbare inbouwsituatie. Ook de douchegoot meenemen in het totaalbeeld van de badkamer? Bekijk de beschikbare uitvoeringen en mogelijkheden van de ACO ShowerDrain S. IN DE SPOTLIGHT Het puur en slanke ontwerp van de ShowerDrain S is niet alleen een sieraad voor de douche maar ook eenvoudig schoon te houden. Even een zachte doek over het doucheprofiel en hij glimt weer. Het puthuis is eenvoudig BEZOEK VOOR MEER INFORMATIE: WWW.ACO.NL toegankelijk via het “tip&flip” rooster. Het tweedelige stankslot is snel gereinigd en weer terug op z’n plek. Na uitname van het stankslot is de achterliggende leiding goed bereikbaar i.g.v. calamiteiten. Makkelijker kan het niet! Woningbouw én natuurherstel Wat als de oplossing voor de woningcrisis en de natuurcrisis dezelfde is? Bouwbedrijf Heijmans en Staatsbosbeheer geloven van wel. Onlangs sloten zij een intentieovereenkomst voor Door de Bomen: een vernieuwende aanpak waarbij zij gemeenten en provincies willen helpen om woningbouw en natuurontwikkeling niet langer als tegenstellingen te zien, maar als een gezamenlijke kans. Gemeenten en provincies zitten klem. De behoefte aan nieuwe woningen is urgent, maar plannen stranden op ruimtegebrek, financiering of procedures. Tegelijkertijd staat de natuur onder druk en groeit de roep om meer veerkrachtige, klimaatbestendige landschappen. Door de Bomen doorbreekt dit dilemma: door woningbouw slim te verweven met natuurontwikkeling in het buitengebied, worden beide opgaven tegelijk aangepakt. “Wij zitten regelmatig met gemeenten en provincies om tafel”, legt Nienke de Lange, accountmanager bij Staatsbosbeheer uit. “Vanuit Staatsbosbeheer gaan die gesprekken over toekomstgericht natuurbeheer, de natuur als gezonde en noodzakelijke basis voor een gezond Brabant. Maar brede welvaart is meer dan dat. Het is ook een oplossing bieden voor de regionale behoefte aan woningen. En zo kwamen de ambities van Heijmans en Staatsbosbeheer bij elkaar.” DURF BUITEN DE LIJNTJES TE KLEUREN De aanpak richt zich op buitengebieden waar kansen liggen om natuur te versterken en tegelijkertijd ruimte te maken voor woningen die passen in het landschap. Door natuurgebieden te vergroten en nieuwe verbindingen te maken, ontstaat een robuuster natuurnetwerk. Bewoners profiteren zojuist van een groene en gezonde leefomgeving. Volgens Tom Köhler, manager Ontwikkeling bij Heijmans vraagt dat om een andere manier van denken. “De tijd van achterover leunen is voorbij. Wij willen proactief aan de slag. Dat vraagt om een fundamenteel andere werkwijze en het maken van grote keuzes die daarbij horen. Als we de woningnood willen aanpakken én de natuur willen versterken, moeten we het anders doen. Niet meer kiezen tussen huizen of natuur, maar beide tegelijk realiseren.” NIEUWE STAP IN GEBIEDSONTWIKKELING Met Door de Bomen willen Heijmans en Staatsbosbeheer gemeenten en provincies uitnodigen om samen nieuwe vormen van gebiedsontwikkeling te verkennen. De eerste gesprekken met overheden zijn inmiddels gestart. Door natuurontwikkeling en woningbouw vanaf het begin met elkaar te verbinden ontstaat een aanpak die meerdere maatschappelijke opgaven tegelijk helpt oplossen: woningbouw, biodiversiteit, klimaatadaptatie en een gezonde leefomgeving. Kortom: niet bouwen ten koste van natuur, maar bouwen zodat natuur kan groeien.
PLATFORM VOOR HEEL BOUWEND NEDERLAND 6 KWALITEITSBORGING Veilig werken langs de weg Wie langs wegwerkzaamheden rijdt, ziet vooral de tijdelijke inrichting van de weg, zoals bebording en rijdende afzettingen. Achter die zichtbare maatregelen gaat echter een zorgvuldig voorbereid en gecontroleerd proces schuil. KOMO-certificatie draagt daaraan bij. TEKST: STICHTING KOMO BEELD: SHUTTERSTOCK Wat meestal onzichtbaar blijft, is de zorgvuldige voorbereiding en controle die daarachter schuilgaan. Juist in een omgeving waar verkeer blijft bewegen en mensen aan het werk zijn, kan een kleine afwijking grote gevolgen hebben. De KOMO-procescertificaten op basis van BRL 9101 en BRL 9161 maken aantoonbaar dat verkeersmaatregelen en afschermingsvoorzieningen volgens beheerste processen worden voorbereid, aangebracht, gecontroleerd en onderhouden. BRL 9101: VEILIGHEID BEGINT VÓÓR EERSTE BORD BRL 9101 richt zich op het toepassen van verkeersmaatregelen bij werk in uitvoering en evenementen, op autosnelwegen en niet-autosnelwegen. De kern is herkenbaarheid en veiligheid voor wegwerker én weggebruiker. Dat begint ruim vóór de uitvoering. Een KOMO-gecertificeerd bedrijf beoordeelt de opdracht, bereidt het werk aantoonbaar voor en zorgt dat medewerkers precies weten wat er op locatie van hen wordt verwacht. Die procesgerichte aanpak sluit aan bij de uitgangspunten van CROW voor tijdelijke verkeersmaatregelen: de veiligheid van wegwerkers en weggebruikers staat centraal, maar ook bereikbaarheid, doorstroming en heldere communicatie tellen mee. De uitvoeringspraktijk stopt bovendien niet na het plaatsen. Een veilige verkeerssituatie vergt meer dan een correcte plaatsing op het eerste moment. Omstandigheden kunnen veranderen, materialen beschadigd raken en een maatregel kan door weersinvloeden of verkeersbewegingen worden verplaatst. BRL 9101 verlangt daarom dat de verkeerssituatie tijdens het gebruik wordt gecontroleerd en dat bij storingen, schades of calamiteiten doeltreffend wordt opgetreden. Zo blijft een tijdelijke verkeerssituatie gedurende de hele gebruiksperiode veilig en herkenbaar, ongeacht of die enkele dagen, weken of zelfs maanden duurt. BRL 9161: JUISTE VOORZIENING EN JUIST AANGEBRACHT Waar BRL 9101 de tijdelijke verkeerssituatie beheerst, richt BRL 9161 zich op het aanbrengen, herstellen, demonteren en verwijderen van afschermingsvoorzieningen langs wegen. Denk aan geleiderails, barriers en obstakelbeveiligers die voertuigen bij een aanrijding moeten opvangen of geleiden. Moderne systemen worden volgens NEN-EN 1317 in prestatieklassen beoordeeld. Maar een getest systeem presteert alleen als het ook overeenkomstig ontwerp en montagehandleiding wordt geplaatst. Daarom borgt BRL 9161 het volledige uitvoeringsproces, vanaf de beoordeling van het ontwerp tot en met de controle van de gemonteerde voorziening. Daarbij draait het niet alleen om geschikte materialen, maar vooral om een vakkundige montage volgens de voorschriften van de leverancier. De uitvoering wordt dagelijks vastgelegd en vóór oplevering gecontroleerd. Zo is achteraf aantoonbaar waar en hoe de voorziening is aangebracht, welke controles zijn uitgevoerd en hoe eventuele afwijkingen zijn afgehandeld. Voor opdrachtgevers betekent het KOMO-procescertificaat dat niet alleen het product, maar juist ook de kwaliteit van de montage aantoonbaar wordt gemaakt. EÉN KETEN VAN AANTOONBARE VEILIGHEID De kracht van beide KOMO-procescertificaten ligt in de combinatie van vakmanschap, interne kwaliteitsbewaking en onafhankelijke externe beoordeling. Certificatie-instellingen toetsen niet alleen procedures op kantoor, maar beoordelen ook projecten en uitvoeringsprocessen op locatie. Daarmee is certificatie geen momentopname, maar een structurele kwaliteitsbelofte. De KOMO-beoordelingsrichtlijnen BRL 9101 en BRL 9161 vullen elkaar logisch aan: de ene richtlijn borgt een veilige en herkenbare verkeerssituatie rond werkzaamheden, de andere de betrouwbare werking van de fysieke afscherming. Samen geven zij opdrachtgevers, wegbeheerders en uitvoerende partijen vertrouwen dat veiligheid niet aan het toeval wordt overgelaten, maar aantoonbaar wordt voorbereid, uitgevoerd en gecontroleerd. KOMO. Kwaliteit zoals beloofd. Ook langs de weg, waar een kleine afwijking grote gevolgen kan hebben. Financieringssysteem remt industriële woningbouw De huidige financierings- en garantiesystematiek sluit onvoldoende aan op de praktijk van industriële woningbouw. Daardoor lopen innovatieve bouwers en woningtoeleveranciers tegen structurele belemmeringen aan die opschaling vertragen. Dat blijkt uit de eindrapportage ‘Financiering van de industriële woningbouwketen’ van Invest-NL, in samenwerking met De Bouwcampus. Industriële woningbouw (en -ontwikkeling) is een belangrijke schakel in het versnellen van de woningbouwopgave. Door woningen industrieel te produceren kunnen ontwikkel- en bouwprocessen efficiënter, voorspelbaarder en sneller worden georganiseerd. Daarmee biedt deze manier van bouwen kansen om de productie van betaalbare en duurzame woningen op te schalen. De huidige financieringsstructuren sluiten echter nog onvoldoende aan op deze nieuwe bouwpraktijk. Op basis van meerdere financieringstafels en inhoudelijke interviews met aanbieders, financiers, verzekeraars, waarborgfondsen, woningcorporaties en andere marktpartijen, zijn de belangrijkste financiële knelpunten en mogelijke oplossingsrichtingen in kaart gebracht door De Bouwcampus en Invest-NL. De eindrapportage is opgesteld in het kader van het Programma Innovatie en Opschaling Woningbouw (IOP) van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO). MISMATCH Uit de rapportage blijkt onder meer dat industriële aanbieders te maken hebben met een mismatch tussen kosten en inkomsten, omdat veel financierings- en betalingssystemen nog zijn gebaseerd op traditionele bouwprocessen. Ook zorgen vergunningstrajecten, bankgaranties en beperkte toegang tot waarborgfondsen voor onzekerheid en liquiditeitsdruk. Dit belemmert investeringen in fabrieken, innovatie en opschaling van productie. De gevolgen daarvan zijn zichtbaar in de praktijk: industriële woningbouwers zoals Homes Factory en Startblock gingen failliet, terwijl de behoefte aan woningen onverminderd groot blijft. Het rapport benoemt verschillende oplossingsrichtingen, waaronder het verzekeren van vergunningsrisico’s, projectgebonden overbruggingsfinanciering, alternatieven voor bankgaranties en hervorming van waarborgsystemen. Daarnaast wordt gekeken naar manieren om meer zekerheid te bieden over afbouw en vervangbaarheid van woningconcepten. VERVOLGPROJECT In een vervolgproject willen Invest-NL, De Bouwcampus en het IOP beter inzicht krijgen in de omvang van de knelpunten binnen de industriële bouwsector en toetsen of alle relevante belemmeringen in beeld zijn. Daarnaast willen zij weten welke van de voorgestelde oplossingsrichtingen het meest kansrijk en impactvol zijn. Onderdeel van dit vervolgtraject is een sectorbrede enquête onder bouwers, afnemers, financiers, verzekeraars en waarborgfondsen. Met de resultaten worden de bevindingen uit het eerste onderzoek gevalideerd en aangescherpt. Op basis daarvan werken de betrokken partijen aan verdere concretisering van de meest kansrijke interventies, zodat deze daadwerkelijk kunnen worden gerealiseerd. Het uiteindelijke doel is om de structurele knelpunten die de opschaling van industriële woningbouw vandaag de dag belemmeren weg te nemen en daarmee de woningbouwproductie duurzaam te versnellen.
7 NUMMER 4 - SEPTEMBER 2026 OP DE RADAR Den Haag update Nieuws vanaf het Binnenhof VERGUNNINGVRIJ BOUWEN VAN ‘FAMILIEWONING’ Op 1 juli 2026 is de Wet versterking regie op de volkshuisvesting in werking getreden. Dit is een brede wet met veel onderwerpen om de woningbouwproductie te helpen en het woningtekort terug te dringen. Eén van de onderdelen in deze nieuwe wet is de mogelijkheid van de vergunningvrije familiewoning op een perceel waar al een woning staat. Maar dan moet wel het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) worden aangepast en die wijziging vindt waarschijnlijk pas op 1 juli 2027 plaats. De nieuwe wet zorgt vooral voor kortere procedures. Dat geldt onder meer voor vergunningvrije mantelzorgwoningen en – dat is nieuw - familiewoningen. Het ministerie van BZK geeft aan, dat een familiewoning bedoeld is voor: • Familieleden in de eerste graad. Hierbij gaat het niet alleen om (biologische) ouders en kinderen, maar ook om adoptieouders- en adoptiekinderen. • Pleegkinderen van de bewoner van het hoofdgebouw. • Pre-mantelzorg voor familieleden in de eerste graad. Hierdoor kan de toekomstige mantelzorgvrager of mantelzorger alvast in de familiewoning gaan wonen vóór het aanbreken van de zorgrelatie. • (Meerderjarige) kinderen, die bijvoorbeeld door de woningnood noodgedwongen bij hun ouders wonen. WAT ZIJN DE VOORWAARDEN? In het nieuwe artikel 230b in het Bbl lezen we dat het vergunningvrij bouwen van een mantelzorg- of familiewoning mede afhankelijk is van de oppervlakte van het bebouwingsgebied. Bij een bebouwingsgebied kleiner dan of gelijk aan 100 m2 mag de helft worden bebouwd. Bij een bebouwingsgebied tussen 100 m2 en 300 m2 is het maximum 100 m2 (afhankelijk van grootte bebouwingsgebied). Bij een bebouwingsgebied groter dan 300 m2 is het maximum 150 m2, ook weer afhankelijk van de grootte van het bebouwingsgebied. Indien de mantelzorg- of familiewoning in zijn geheel of in delen verplaatsbaar is en buiten de bebouwde kom staat, is de maximale oppervlakte 100 m2. Voor niet-verplaatsbare mantelzorg- en familiewoningen buiten de bebouwde kom gelden dezelfde oppervlakteregels als binnen de bebouwde kom. GROEI ZOEKEN TUSSEN HOGE BOUWKOSTEN EN CAPACITEITSGRENZEN Het Nederlandse bouwvolume stabiliseert in 2026 na een zwakke start van het jaar en groeit in 2027 naar verwachting weer licht. De woningbouw profiteert van meer afgegeven vergunningen maar blijft daarbij geremd worden door vier ‘STOP-factoren’: Stikstofbeperkingen, Tekort aan personeel, Onvoldoende netcapaciteit en Prijsdruk door hoge bouwkosten. Daardoor stijgt het aantal opleveringen slechts geleidelijk richting 74.000 woningen in 2027. De infrasector blijft de belangrijkste groeimotor, al vlakt ook daar het groeitempo af door kostenstijgingen, personeelstekorten en beperkte budgetten. STABILISATIE IN 2026 EN LICHTE GROEI IN 2027 Voor heel 2026 verwachten we per saldo nulgroei. In de infrasector is de sterke groei flink afgenomen en in de woningbouw werden in de eerste maanden van dit jaar minder woningen opgeleverd. In de tweede helft van 2026 en in 2027 verwachten we slechts licht herstel, gesteund door de toename van het aantal bouwvergunningen. Daardoor zal de totale bouwproductie dit jaar naar verwachting stabiliseren en in 2027 weer licht groeien. HOGERE MATERIAALKOSTEN De financiële haalbaarheid van nieuwbouwprojecten blijft een punt van zorg. Veel bouwmaterialen zijn erg energie-intensief om te produceren waardoor kostprijzen hiervan stegen bij het uitbreken van de Iran-oorlog. Gas is een belangrijke energiebron voor de fabricage van cement, beton en bakstenen. Ook meer aannemers moesten daardoor hun verkoopprijzen verhogen om deze hogere kostprijzen door te berekenen. De lage waterstanden belemmeren het transport van grondstoffen waardoor de transportkosten BOUWMONITOR B&U stijgen. In juli en augustus waren er wel weer minder bouwbedrijven die prijsverhogingen wilden doorvoeren. Maar zolang er onzekerheid is over de Straat van Hormuz en er lage waterstanden in de rivieren zijn blijven de prijzen van deze bouwmaterialen relatief hoog. Maurice van Sante ING Research maurice.van.sante@ing.com Frank de Groot Hoofdredacteur BouwTotaal frank@handelsuitgaven.nl ENERGIETRANSITIE Uitfasering energielabels E, F en G Eigenaren van huurwoningen met een energielabel E, F of G moeten hun woning(en) uiterlijk op 1 januari 2029 hebben verduurzaamd naar minimaal energielabel D. Huurders krijgen hierdoor meer grip op de energierekening, terwijl eigenaren de waarde van hun woning verhogen. Daarnaast draagt de maatregel bij aan de klimaatdoelstellingen en energieonafhankelijkheid. Minister Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) heeft 10 juli 2026 het ontwerpbesluit voor wettelijke minimumenergieprestatie-eisen voor huurwoningen naar de Eerste en Tweede Kamer gestuurd. Met de wettelijke verplichting wil het kabinet de kwaliteit van huurwoningen verbeteren, huurders meer grip geven op hun energierekening en een comfortabeler huis bieden. Door verduurzaming is de woning daarnaast klaar voor de toekomst en neemt de waarde van de woning toe. Voor verhuurders biedt verduurzaming ook mogelijkheden om investeringen terug te verdienen. Om investeringen beter te kunnen verwerken in de huurprijs, onderzoekt het kabinet aanvullende maatregelen. SUBSIDIE VOOR VERHUURDERS Private verhuurders kunnen voor het verduurzamen van hun huurwoningen gebruikmaken van de Subsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen (SVOH). Via deze regeling kan per woning maximaal € 15.000,- subsidie worden aangevraagd. Momenteel is nog ongeveer € 113 miljoen beschikbaar. De regeling loopt tot 2030. REACTIES UIT INTERNETCONSULTATIE Het ontwerpbesluit is in november 2025 in internetconsultatie gebracht. Hierop zijn 83 reacties ontvangen. Het kabinet heeft de reacties en aangedragen argumenten meegewogen bij de verdere uitwerking van de regeling. De uitkomsten van de consultatie en de gemaakte afwegingen worden uitgelegd in de toelichting bij het wijzigingsbesluit. De wijzigingsregeling ligt nu ter voorhang bij de Tweede en Eerste Kamer. Daarna wordt het besluit voor advies voorgelegd aan de Raad van State. Het kabinet streeft ernaar om de wijziging eind 2026 op te nemen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).
Ik ben op zoek naar een Volkswagen Crafter Die hebben we! Bekijk onze 60+ Volkswagen bussen, direct uit voorraad leverbaar. Bekijk onze grote voorraad
9 NUMMER 4 - SEPTEMBER 2026 OP DE RADAR In de politiek zijn we dol op droge cijfers, maar de realiteit van 2026 is wel gortdroog geworden. We beleven een zomer die de heetste en droogste jaren uit de geschiedenis moeiteloos evenaart. Rivier- en grondwaterstanden zakken weg alsof iemand de stop uit ons polderlandschap heeft getrokken. De waterschaarste zet zelfs de wereldwijde waterbeheerders op scherp. Nu kunnen we urenlang polderen over het klimaat, maar de vraag is simpel: wat doen we zelf? En vooral: wat kan de bouwsector hieraan bijdragen om het tij te keren? Na mijn vorige column, ‘De prijs van het Doortrekken’, ontving ik meer dan honderd reacties. De gemoederen liepen hoog op over het sturen op watergebruik via de rioolbelasting. Het legde een klassiek dilemma bloot voor beleidsmakers: als de intrinsieke motivatie om korter te douchen of de gele gazonmat te accepteren opdroogt, welke hefboom gebruik je dan? Kies je voor de wortel van de subsidie, of de stok van de boete? Kijken we naar de bouwpraktijk en renovatie, dan valt er met wat boerenverstand direct winst te behalen. Zo kun je in de bestaande bouw achteraf flexibele waterzakken in de kruipruimte aanbrengen om hemelwater op te vangen en nuttig te gebruiken. Ook in de nieuwbouw en het ontwerp ligt de sleutel: door de bodem als spons te laten werken met wadi’s, waterdoorlatende verharding en jawel, blauwe daken, houden we het hoofd boven water en de druppels vast waar ze vallen. HEMELWATERVERORDENING Toch blijft het in Nederland vaak bij vriendelijk adviseren en zachtzinnig polderen. Onze zuiderburen gooien het water niet over de balk en pakken dat aanmerkelijk doortastender aan. In Vlaanderen geldt via een ‘Hemelwaterverordening’ een simpel principe: regenwater opvangen en hergebruiken is de norm, afvoeren naar het riool de uitzondering. Bouw je daar een woning met een dak groter dan 120 vierkante meter? Dan verplicht de wetgever je zonder blikken of blozen tot de aanleg van een regenwaterput van minimaal 10.000 liter. En die put staat er niet voor de show; je bent wettelijk verplicht om de toiletten, wasmachine en buitenkraan op dat opgevangen hemelwater aan te sluiten. Is de put vol? Dan moet de overloop verplicht via een infiltratiewadi in je eigen tuin wegzakken. België zet hierbij de financiële hefboom slim in. Wie een woning van tien jaar of ouder laat renoveren door een erkend aannemer en zo’n regenwaterinstallatie aanlegt, betaalt slechts 6% btw in plaats van 21%. Dat scheelt duizenden euro’s. Maar wie weigert, voelt de harde hand. Zonder een positief sanitair- en keuringsrapport krijg je simpelweg geen drinkwateraansluiting. En geldt bij extreme droogte ‘code rood’? Dan riskeer je bij het sproeien van je tuin of je auto een wasbeurt geven met drinkwater, een directe politieboete die kan oplopen tot 350 euro. PIONIERSCHAP OF BETUTTELING Is het Vlaamse waterbeleid een baken van ecologische vooruitgang, of de ultieme natte droom van een bemoeizuchtige overheid? Het idee dat een inspecteur controleert of jouw wc wel met het ‘juiste’ grijze water doorspoelt, voelt voor critici als een verstikkende nanny state. Maar waar wij in Nederland de burger nog lief vragen om het gazon niet te sproeien, durft de Belgische overheid harde knopen door te hakken. Water is immers een schaars publiek goed. Voor beleidsmakers is het een duivels dilemma: wat je ook doet, het is nooit goed. Bepaal je niks, dan vallen de kranen misschien wel droog. Grijp je hard in, dan ben je een betuttelende overheid. Maar als we de zomerdroogte van 2026 als het begin van de nieuwe realiteit zien, hebben de Belgen in elk geval al een volle put om hun toilet mee door te spoelen. En dat is, hoe je het ook wendt of keert, heel wat waard. Arap-John Tigchelaar, wethouder gemeente Ermelo Belonen, beboeten of beide? BOUWVISIE ARAP-JOHN TIGCHELAAR PIR-platen momenteel populairste isolatiemateriaal OVER HET ONDERZOEK Het onderzoek werd uitgevoerd door Perspective in opdracht van NVPU, De Nederlandse Vereniging van Polyurethaan Hardschuim-fabrikanten. Er is onderzoek verricht onder 200 professionals in de bouw. Allen hebben in hun werk te maken met isolatiemateriaal. De meesten hebben ook directe ervaring met PIR-isolatieplaten. Het veldwerk vond plaats in de periode van 16 t/m 24 april 2026. Na afloop van het veldwerk zijn diverse kwaliteitscontroles uitgevoerd op de data. Bouwprofessionals geven momenteel de voorkeur aan PIR-isolatieplaten boven andere isolatiematerialen. Dat blijkt uit onderzoek in opdracht van de Nederlandse Vereniging van Polyurethaan Hardschuimfabrikanten (NVPU) onder 200 professionals in de bouwsector. In een markt waarin energieefficiëntie een steeds grotere rol speelt, zijn de belangrijkste redenen om voor PIR te kiezen: de hoge isolatiewaarde (56%), het verwerkingsgemak (26%) en het lage gewicht (25%). Een hoge isolatiewaarde wordt door respondenten vooral geassocieerd met een lager energieverbruik (60%) en een betere milieuprestatie van het gebouw als geheel (37%). Ook wordt de mogelijkheid om met een dunner isolatiepakket te werken genoemd (31%). HERGEBRUIK Tegelijkertijd blijkt dat de kennis over hergebruik achterblijft. Ongeveer de helft van de professionals (49%) weet dat PIR-isolatieplaten kunnen worden hergebruikt. Terwijl de lange levensduur van het materiaal – vergelijkbaar met of zelfs langer dan die van een gebouw – hergebruik juist zo interessant maakt. De mogelijkheid tot hergebruik beïnvloedt het beeld van het materiaal positief: 75% van de respondenten geeft aan hierdoor positiever over PIR te denken. De grootste belemmering tot hergebruik is de onbekendheid hiervan; 36% ziet dit als obstakel. Gevolgd door extra kosten (27%) en praktische aspecten als logistiek (23%) en kwaliteitsgaranties (19%). Goed nieuws is dat dankzij nieuwe bevestigingsmethoden – zoals geschroefde montage of losliggend geballast op het dak – de platen demontabel én herbruikbaar zijn. Hierdoor zijn ze na demontage direct opnieuw in te zetten. De sector is volop bezig om hergebruik van PIR-platen schaalbaar te organiseren. Met als doelstelling dat in 2030 minimaal 10% van het marktvolume dat uit sloop vrijkomt wordt hergebruikt. MILIEUPRESTATIE VAN HET GEBOUW Duurzaamheid blijft een belangrijk thema binnen de sector, al speelt het niet altijd de doorslaggevende rol bij materiaalkeuze. Milieu-impact staat op de zesde plaats van belangrijkste criteria. Professionals kijken daarbij vooral naar de milieuprestatie van het gebouw als geheel, inclusief energiegebruik (43%). Een ruime meerderheid (82%) vindt het belangrijk om de milieu-impact over de volledige levensduur van een gebouw te beoordelen. Daarnaast geeft 53% aan bereid te zijn een product te kiezen met een lagere individuele milieuscore, zolang dit bijdraagt aan een betere totale gebouwprestatie. De bekendheid met duurzaamheidsindicatoren verschilt. Iets meer dan de helft van de professionals is bekend met de MPG (Milieuprestatie Gebouwen, 57%), gevolgd door MKI (Milieukostenindicator, 46%) en MEPG (milieu-energieprestatie van gebouwen, 39%). De WLC GWP (Whole Life Cycle Global Warming Potential) is met 23% het minst bekend. LIEVER ISOLEREN DAN COMPENSEREN Tot slot blijkt dat professionals de voorkeur geven aan het verminderen van energieverbruik boven het compenseren ervan. Beter isoleren wordt gezien als de meest kosteneffectieve strategie, waarbij een deel van de sector pleit voor een combinatie met lokale energieopwekking en opslag. Foto: Recticel. De kennis over hergebruik van PIR blijft achter. Van PIR-restafval van bouwplaatsen kan bijvoorbeeld Unilin nieuwe PIR isolatieplaten maken. Foto: Unilin.
PLATFORM VOOR HEEL BOUWEND NEDERLAND 10 BouwTotaal Test Ton aan de slag Deze keer: Werkbroek Werkbroek die met je meewerkt De 2800 GSTT maakt deel uit van het Fristads Flex-concept. De broek is uitgevoerd in 4-way stretch en kan worden uitgebreid met loshangende CORDURA®-zakken. De basisbroek is daardoor behoorlijk compleet, maar wie graag met wat meer gereedschap rondloopt, kan de broek naar eigen behoefte uitbreiden. STRETCH WAAR JE WAT AAN HEBT Stretch in werkkleding is inmiddels geen bijzonderheid meer. Toch is er een groot verschil tussen een broek die een beetje meegeeft en een broek die werkelijk met je meebeweegt. De 2800 GSTT behoort duidelijk tot die laatste categorie. Het materiaal bestaat uit 44 procent PTT-stretch, 44 procent polyester en 12 procent gerecycled polyester en heeft een stofgewicht van 260 g/m². Bij werkzaamheden waarbij je regelmatig door de knieën moet, komt vooral de extra stretch rond de knieën goed van pas. De flexibele ribpanelen boven de kniezakken voorkomen dat de broek strak gaat trekken wanneer je diep door je knieën zakt. En dat is geen overbodige luxe. Wie een paar uur achter elkaar tegelt, monteert of timmert, weet dat een broek die steeds op de verkeerde plaats trekt behoorlijk irritant kan worden. Je bent tenslotte aan het werk en niet bezig met een wedstrijdje broekentrekken. KNIEBESCHERMING OP DE JUISTE PLAATS De kniezakken zijn met CORDURA® verstevigd en hebben een opening aan de bovenzijde met een verborgen rits. De positie van de kniebeschermers is bovendien in hoogte verstelbaar. Dat laatste klinkt misschien als een detail, maar een kniebeschermer die precies onder je knieschijf zit wanneer je staat, kan bij het knielen zomaar een paar centimeter verkeerd terechtkomen. De broek is volgens Fristads gecertificeerd volgens EN 14404 type 2, niveau 1, in combinatie met de daarvoor voorgeschreven Fristads kniebeschermers. Voor de vakman die veel op zijn knieën werkt, is dat een belangrijk pluspunt. De broek zelf zorgt voor de pasvorm, terwijl de juiste kniebeschermer het echte werk moet doen. GENOEG RUIMTE VOOR GEREEDSCHAP Een werkbroek moet natuurlijk meer kunnen dan alleen lekker zitten. De 2800 GSTT heeft twee steekzakken, twee met CORDURA® verstevigde achterzakken en een hamerlus. Aan de ene kant zit een CORDURA®-verstevigde duimstokzak met extra ruimte voor gereedschap en een pennenvak. Ook is er een voorziening voor een timmermansmes. De beenzak is ruim uitgevoerd en heeft een afzonderlijk ritsvak. Dat is handig voor spullen die je niet graag ergens op de bouwplaats terugvindt nadat ze uit je broekzak zijn gevallen. Daarnaast kan de broek worden voorzien van loshangende Flex-zakken. Deze worden met verborgen magnetische knopen aan de tailleband bevestigd. Daarmee kun je de indeling aanpassen aan het werk dat je die dag doet. Timmerman, tegelzetter, installateur of allround bouwvakker: ieder heeft immers zo zijn eigen voorkeur voor wat er binnen handbereik moet zitten. STEVIG WAAR HET NODIG IS Ondanks het comfortabele karakter is de 2800 GSTT geen flodderbroek. Op slijtagegevoelige plaatsen is CORDURA® toegepast. Ook de kruisnaad is dubbel verstevigd en de onderzijde van de broekspijpen is eveneens met CORDURA® versterkt. De pijpen kunnen bovendien met drukknopen worden versteld. Dat geeft vertrouwen op een bouwplaats waar een broek nogal eens langs steigers, ruwe wanden of andere obstakels schuurt. De zwarte uitvoering ziet er bovendien netjes en zakelijk uit. Althans, zolang je nog niet met je knieën door een speciekuip bent gekropen. De Fristads 2800 GSTT is een moderne werkbroek die vooral uitblinkt in bewegingsvrijheid en draagcomfort. De 4-way stretch is geen modieuze toevoeging, maar heeft daadwerkelijk meerwaarde tijdens het werken. Vooral bij veel bukken, knielen en klimmen merk je dat de broek je bewegingen volgt in plaats van tegenwerkt. De combinatie van stretch, verstelbare kniebescherming, CORDURA®-verstevigingen en de mogelijkheid om de broek uit te breiden met loshangende zakken maakt hem breed inzetbaar. De vakman die graag al zijn gereedschap aan zijn lijf meeneemt, zal de Flex-mogelijkheden waarderen. Wie liever met zo min mogelijk ballast werkt, kan de basisbroek gewoon gebruiken zoals hij is. Daar staat tegenover dat het Flex-systeem en de extra zakken de broek uiteindelijk niet tot de goedkoopste werkbroeken maken. Maar voor wie dagelijks vele uren in zijn werkkleding doorbrengt, is draagcomfort geen luxeartikel. Een broek die na een lange werkdag nog steeds prettig zit, verdient zichzelf wat mij betreft gedeeltelijk terug. TON BEIJK’S OORDEEL: Een comfortabele en doordachte werkbroek voor de bouwvakker die veel beweegt. Stevig waar het moet, soepel waar het kan en met voldoende mogelijkheden om het gereedschap binnen handbereik te houden. En dat laatste scheelt op een werkdag verrassend veel heen-en-weergeloop. Een goede werkbroek moet vooral één ding doen: niet in de weg zitten. Je moet erin kunnen lopen, bukken, knielen, klimmen en af en toe ergens tussendoor wurmen zonder dat je het gevoel krijgt dat je broek de baas over jou is. Fristads heeft met de 2800 GSTT een werkbroek ontwikkeld die duidelijk op bewegingsvrijheid is gericht. En dat merk je vooral wanneer er op de bouw weer eens iets moet gebeuren waarvoor geen normale werkhouding bestaat.
11 NUMMER 4 - SEPTEMBER 2026 FISCALITEIT & SUBSIDIE Scab accountants en adviseurs Deskundig zijn, eenvoudig doen. Dat is Scab. Sinds 1973 zijn we er door en voor de bouw. Wij ondersteunen ondernemers uit de bouw en aanpalende sectoren op het gebied van accountancy, fiscaal advies, loonadministratie, HR en arbeidsjuridisch advies. Dat maakt ons met recht dé bouwspecialist binnen onze branche. Scab verzorgt daarom met veel plezier zes keer per jaar de financiële rubriek voor BouwTotaal. Kijk voor meer info op scabadvies.nl. Snel verdiend Fiscaliteit & subsidie Bouwproject in België? Let op 183-dagenregeling voor personeel Nederlandse bouwbedrijven voeren regelmatig projecten uit net over de grens in België. Denk aan een aannemer die met Nederlands personeel dagelijks heen en weer rijdt. Dat lijkt op het eerste gezicht administratief overzichtelijk: het personeel woont in Nederland, is in dienst bij een Nederlandse werkgever en ontvangt loon vanuit Nederland. Toch mag België onder omstandigheden belasting heffen over het loon van deze werknemers. De zogenoemde 183-dagenregeling speelt daarbij een belangrijke rol. TEKST: REDOUAN AMEZIANE, BELASTINGADVISEUR BIJ SCAB BEELD: SCAB Voor werknemers geldt als uitgangspunt dat het loon wordt belast in het land waar de werkzaamheden fysiek worden uitgevoerd. Werkt een werknemer op een bouwplaats in België, dan mag België in beginsel belasting heffen over het deel van het loon dat aan die Belgische werkzaamheden is toe te rekenen. Op deze hoofdregel bestaat een uitzondering: de 183-dagenregeling. Als aan de voorwaarden van deze regeling wordt voldaan, blijft de belastingheffing over het loon in beginsel in Nederland. WANNEER BLIJFT LOON IN NEDERLAND BELAST? De 183-dagenregeling houdt kort gezegd in dat België niet mag heffen als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan: 1. de werknemer verblijft in België niet meer dan 183 dagen binnen een periode van twaalf maanden; 2. het loon wordt betaald door of namens een werkgever die niet in België is gevestigd; 3. het loon komt niet ten laste van een vaste inrichting van de werkgever in België. De periode van twaalf maanden hoeft niet gelijk te lopen met een kalenderjaar. Er moet dus niet alleen worden gekeken naar het aantal Belgische werkdagen in één kalenderjaar, maar naar elke mogelijke periode van twaalf maanden. PROJECT MINDER DAN ÉÉN JAAR Een veelgemaakte denkfout is dat de 183-dagenregeling pas spannend wordt bij projecten die langer dan een jaar duren. Dat is niet altijd zo. Bij een normale werkweek van vijf dagen per week wordt de grens van 183 dagen al bereikt na 36 à 37 werkweken. Dat komt neer op circa 8,5 maand onafgebroken werken in België. Een bouwproject dat korter duurt dan één jaar, maar wel langer dan acht maanden, kan dus al tot Belgische belastingheffing leiden. In de praktijk kan de grens echter eerder in beeld komen. Dat is bijvoorbeeld het geval als werknemers tijdens het project in België overnachten, in weekenden of op feestdagen in België verblijven, op zaterdagen werken of binnen dezelfde periode van twaalf maanden ook op andere Belgische projecten worden ingezet. HOE TEL JE DE DAGEN? Voor de telling is de fysieke aanwezigheid in België bepalend. Een gedeelte van een dag telt daarbij als een volledige dag. Werkt een werknemer dus maar een paar uur op de Belgische bouwplaats, dan telt die dag in beginsel volledig mee voor de 183-dagentelling. Keren werknemers iedere dag terug naar Nederland, dan tellen avonden, weekenden en feestdagen in beginsel niet mee, zolang de werknemers op die momenten niet in België verblijven. Dat kan anders zijn als werknemers tijdens het project in België overnachten. Dan kunnen ook niet-gewerkte dagen in België meetellen. GRENS WORDT OVERSCHREDEN? Als de 183-dagengrens wordt overschreden, kan België belasting heffen over het loon dat ziet op de werkzaamheden in België. Dat kan betekenen dat de Nederlandse werkgever in België te maken krijgt met aanvullende verplichtingen, zoals registratie en inhouding van Belgische loonheffing. Voor de werknemer kan dit betekenen dat een deel van het loon in België wordt belast. Nederland zal vervolgens moeten voorkomen dat hetzelfde loon dubbel wordt belast, maar dat neemt de administratieve verplichtingen niet weg. ANDERE BELGISCHE VERPLICHTINGEN De 183-dagenregeling gaat uitsluitend over de belastingheffing over het loon. Daarnaast kunnen bij werken in België ook andere verplichtingen spelen, zoals een Limosa-melding, aanwezigheidsregistratie in de bouwsector en het aanvragen van een A1-verklaring voor de sociale zekerheid. Ook moet afzonderlijk worden beoordeeld of het Belgische project leidt tot een vaste inrichting in België. Zeker bij grotere of langdurige bouwprojecten is dat een belangrijk aandachtspunt. Bij bouw-, constructie- en installatiewerkzaamheden geldt onder het huidige verdrag als belangrijk uitgangspunt dat een Belgische vaste inrichting kan ontstaan als de duur van het project meer dan twaalf maanden bedraagt. PRAKTISCH ADVIES VOOR BOUWBEDRIJVEN Ga je met Nederlands personeel werken op een Belgische bouwplaats? Maak dan vooraf een inschatting van het aantal Belgische werkdagen per werknemer. Houd vervolgens tijdens het project per werknemer goed bij op welke dagen hij fysiek in België aanwezig is geweest. Wacht hier niet mee tot het einde van het project. Juist bij bouwprojecten kan de planning verschuiven door meerwerk, vertraging of weersomstandigheden. Daardoor kan een project dat aanvankelijk beperkt leek, alsnog richting de 183-dagengrens gaan. Een goede aanwezigheidsregistratie voorkomt discussie achteraf en maakt het mogelijk om tijdig te beoordelen of Belgische loonbelastingverplichtingen ontstaan. CONCLUSIE Voor Nederlandse bouwbedrijven die in België werken, is de 183-dagenregeling een belangrijk aandachtspunt. Ook bij projecten die korter duren dan één jaar kan België belasting heffen over het loon van Nederlandse werknemers. De belangrijkste actiepunten zijn daarom: vooraf plannen, per werknemer dagen registreren en gedurende het project blijven monitoren. Daarmee voorkom je dat Belgische fiscale verplichtingen pas aan het licht komen wanneer het project al is afgerond.
13 NUMMER 4 - SEPTEMBER 2026 THEMA PREFAB Modulair Nederland lanceert 30-30-30-actieplan Modulair Nederland Modulair Nederland is de branchevereniging voor modulaire bouwers. Samen met haar leden heeft Modulair Nederland de focus op modulaire woningbouw van permanente kwaliteit. Dit doet de branchevereniging door op te treden als belangenbehartiger voor de branche en door kennis en ervaring van de leden bij elkaar te brengen. Leden: Adapteo, Barli, Daiwa House Modular Europe, geWOONhout (TBI), De Groot Vroomshoop, Hodes Huisvesting, Klein Groep, Plegt-Vos, TheNewMakers, Ursem en VDL De Meeuw. Meer informatie: www.modulairnederland.nl. Op dertig doorbraaklocaties in 2030 minimaal 30% van de nieuwbouw realiseren met 3D-modulaire woningen. Een stevige ambitie die wordt uitgesproken door Modulair Nederland, brancheorganisatie voor 3D-modulaire bouwers. “We gaan van traditioneel naar industrieel. Maar daar is nog wel veel zendingswerk voor nodig”, zegt bestuurslid Antonie ter Harmsel. TEKST: FRANK DE GROOT BEELD: MODULAIR NEDERLAND We hebben in ons land een grote woningbouwopgave en tegelijkertijd een groeiend tekort aan vakmensen. De overheid in Nederland zet daarom in op fabrieksmatige bouw van woningen en typegoedkeuring. Dat lezen we in het coalitieakkoord, maar ook in de doelstelling van de Taskforce Versnelling Woningbouw. Hierin werken sinds voorjaar 2026 zes ministeries samen om de woningbouw vlot te trekken. De lat ligt hoog voor de leden van Modulair Nederland, waarbij alle grote producenten van fabriekswoningen zijn aangesloten. Antonie ter Harmsel is directeur eigenaar van Hodes Huisvesting en ziet het belang van samenwerken en kennisdeling. Daarom is hij sinds enkele maanden ook bestuurslid van Modulair Nederland. “We zijn ontstaan vanuit de unitbouw voor tijdelijke verhuurmarkt. Circa anderhalf jaar geleden is de koers gewijzigd naar permanente modulaire woningbouw. Leden zijn bedrijven met een eigen productiefaciliteit én die werken met 3D-volume-elementen. Bedrijven die elementair werken, dus prefab onderdelen die op locatie worden geassembleerd, vallen niet onder de vereniging. Maar beide bouwmethodieken vallen wel onder industrieel bouwen.” VOORDELEN VAN MODULAIR BOUWEN Volgens Antonie biedt modulaire woningbouw veel voordelen: “Doordat de units in de fabriek worden gemaakt, hebben ze een constante kwaliteit. Daardoor is het mogelijk de casco-modules onder certificaat te leveren, hetgeen de kwaliteitsborging veel eenvoudiger maakt.” Andere voordelen zijn volgens het bestuurslid dat er minder vakmensen nodig zijn en ook minder transportbewegingen: “Dat laatste resulteert in een veel lagere CO₂- en stikstofuitstoot op locatie. Verder ligt de bouwsnelheid veel hoger, zijn de woningen aanpasbaar, verplaatsbaar en circulair. Tot slot is er sprake van minder geluidsoverlast en veel minder afval op de bouwplaats.” Modulaire woningen bieden ook een antwoord op de stijgende vraag naar kleinere woningen: “We bouwen in Nederland voornamelijk gezinswoningen met drie slaapkamers, maar de gemiddelde woningbezetting daalt van 2,1 naar 1,7 persoon per woning. Denk aan kleinere gezinnen, alleenstaanden, scheidingen, spoedzoekers, jongeren, vergrijzing, Oekraïners en statushouders. Dit creëert een grote behoefte aan kleinere woningen en die passen beter in een module.” Een veelgehoorde opmerking is wel dat modulaire woningen zouden leiden tot eenheidsworst en containerwoningen. Volgens Antonie is dat onterecht: “Voor nieuw onderzoek van Platform31 en Expertisecentrum Flexwonen beoordeelden 38 woondeskundigen en 41 voorbijgangers dertien sets foto’s van traditioneel en industrieel gebouwde woningen. Woondeskundigen beoordeelden de industrieel gebouwde woning in 54 procent van de gevallen als mooier. Bij het brede publiek werd de industrieel gebouwde woning zelfs in 60 procent van de gevallen als mooier beoordeeld. Daarnaast wezen woondeskundigen de woning uit de fabriek in 61 procent van de gevallen correct aan. Bij het brede publiek lag dit percentage op 56 procent. Conclusie uit het onderzoek: ‘Mensen herkennen de fabriekswoningen niet of nauwelijks als afwijkend in het straatbeeld’. Industriële woningbouw kan dus esthetisch goed aansluiten bij traditionele woonbeelden.” TYPEGOEDKEURING Momenteel hebben veel leden van Modulair Nederland een typegoedkeuring volgens deel 1 van de beoordelingsrichtlijn (BRL) 0903 ‘Modulaire bouwsystemen-modules voor permanent gebruik en voor tijdelijke bouwwerken’ van certificeringsinstantie SKH. Het betreft een typegoedkeuring voor de industriële productie van de complete woningmodules. De benodigde interne keuringen worden gedocumenteerd en overgedragen aan de gecertificeerde kwaliteitsborger, die vervolgens controleert of het proces correct is uitgevoerd. Er is ook een deel 2 voor het samenstellen van een gebouw met die modules op de bouwplaats (procescertificaat). Maar momenteel zijn de leden terughoudend ten aanzien van de certificatie van de uitvoering op de bouwplaats. Antonie legt uit: “Technisch gezien is het geen probleem, maar het levert onze leden nog geen concreet voordeel op, zoals een vereenvoudigd vergunning proces. Je kunt wel woningen uit de fabriek laten komen, maar vergunnings- en bezwaarprocedures kunnen de bouw enorm vertragen.” Volgens Antonie is het grootste knelpunt de bezwaren die in de zes weken ná vergunning kunnen worden ingediend: “Dit zet projecten op losse schroeven. Wij pleiten voor participatie en bezwaar vóór de vergunningsfase, zodat de vergunning slechts een invulling is van eerder vastgestelde kaders. Positief is wel dat de behandeling van bezwaren adequater gaat dan twee jaar geleden. Het regeerakkoord bevat daarnaast plannen om bezwaarmogelijkheden te beperken. Ook is er onder de nieuwe Omgevingswet de mogelijkheid van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Dan kun je een omgevingsvergunning krijgen voor een bouwplan dat in strijd is met de regels van het lokale omgevingsplan. Hierdoor kunnen op uitbreidingslocaties tijdelijke of permanente afwijkingen worden toegestaan, ook zonder aanpassing van het omgevingsplan. Daardoor kun je nu al beginnen op locaties en hoef je niet te wachten op een volledige planontwikkeling van zeven tot tien jaar! Je kunt de woningen dan later alsnog verplaatsen of integreren in de wijk.” Doordat de units in de fabriek worden gemaakt, hebben ze een constante kwaliteit. Daardoor is het mogelijk de casco-modules onder certificaat te leveren, hetgeen de kwaliteitsborging veel eenvoudiger maakt. Bij het brede publiek wordt de industrieel gebouwde woning zelfs in 60 procent van de gevallen als mooier beoordeeld, zonder dat men het bouwsysteem kent. Onderzoek: ‘Mensen herkennen de fabriekswoningen niet of nauwelijks als afwijkend in het straatbeeld’.
www.bouwtotaal.nlRkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=