PLATFORM VOOR HEEL BOUWEND NEDERLAND 38 Logistieke impact gekozen bouwmethode onderschat De bouwsector stuurt sterk op materiaalgebruik en duurzaamheid, maar de logistieke impact van de gekozen bouwmethode blijft vaak nog onderbelicht. Dat blijkt uit onafhankelijk onderzoek, onder leiding van Ragnar Klabbers, Senior Supply Chain Consultant bij Haskoning: “De inzet van industriële bouwmethoden ten opzichte van traditioneel bouwen kan tot wel 78% minder stikstofuitstoot leiden.” BouwTotaal had een inspirerende ontmoeting die nieuwe inzichten gaf in de logistiek rond de bouwplaats, die nu vaak nog een bijrol vervult. TEKST: ING. FRANK DE GROOT “Industriële modulaire houtskeletbouw veroorzaakt 38% minder CO2-uitstoot en 78% minder uitstoot van stikstof dan traditionele stapelbouw (kalkzandsteen, red.)”, aldus de toch wel verrassende constatering van Ragnar Klabbers. Beperking van de CO2-uitstoot staat de laatste jaren volop in de spotlights. Onder de Europese Energy Performance of Buildings Directive-richtlijn (EPBD IV) moet de uitstoot en het energieverbruik van gebouwen in de EU worden teruggedrongen, met als doel een emissievrije gebouwvoorraad in 2050. Alleen wordt er dan gekeken naar de productie van benodigde materialen en het energieverbruik tijdens de gebruiksfase. Maar de uitstoot van CO2 en stikstof tijdens de bouw voor de gekozen bouwmethodiek blijft buiten beschouwing. “Architecten en constructeurs houden zich door de regelgeving veel bezig met duurzaamheid op materiaalgebruik maar nog veel minder met de bouwtechniek. Tegelijkertijd laten onze onderzoeken zien dat modulaire houtbouw, vergeleken met traditionele bouw, het aantal logistieke bewegingen en de emissies op de bouwplaats vermindert”, zegt Ragnar Klabbers. HET ONDERZOEK Ondanks de materiaalfocus van architecten en constructeurs, is er wel degelijk aandacht voor machinale uitstoot. In het programma Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB) werken de Rijksoverheid, medeoverheden, marktpartijen, brancheorganisaties en kennisinstellingen samen om de overheidsdoelen voor de natuur, het klimaat en de gezondheid binnen bereik te brengen en te behalen. In het Convenant SEB maken partijen afspraken over de gezamenlijke uitvoering van de Routekaart SEB. Daarin staan heldere stappen en concrete acties om - stapsgewijs tot 2030 en daarna – emissies door bouwmachines te verlagen. De opvallende beperking van de CO2- en stikstof-uitstoot door industrieel bouwen blijkt uit een onderzoek binnen het Living Lab Assemblage, Logistiek & Ketenaansturing van Topsector Logistiek. Ragnar is projectleider van dit Living Lab, één van de vijf Living Labs in het programma Mobiele Werktuigen en Bouwlogistiek, dat door Topsector Logistiek wordt uitgevoerd. “Hoewel de Topsector Logistiek vanaf 1 januari 2026 is gestopt, blijft innovatie een belangrijk thema waar ook de komende jaren vanuit het Rijk in geïnvesteerd blijft worden”, zegt Ragnar. PREFAB VERSUS TRADITIONEEL Industriële productie van woningen in woningfabrieken beperkt de uitstoot van CO2 en stikstof dus flink. Ragnar: “We hebben de uitstoot van verschillende bouwtechnieken gemeten en op basis daarvan een afwegingsmodel gemaakt. Van een aantal bouwtechnieken is de uitstoot inmiddels bekend: van traditioneel bouwen, cross laminated timber, modulaire betonbouw en industriële, modulaire houtskeletbouw. Voor houtskeletbouw hebben we gekeken naar de productie van kant-en-klare woningunits, die op de bouwplaats alleen nog geassembleerd hoeven te worden. Bij fabrieksproductie gebruik je minder en vooral ander groot materieel. Denk aan een elektrische bovenloopkraan en diverse houtbewerkingsmachines. Bij prefab betonnen units gaat het om voorzieningen voor betonstorten en bijbehorende hulpmiddelen. Uiteindelijk volgt het transport naar de bouwplaats, waar een kraan en een set verreikers zorgen voor de plaatsing.” Kijken we echter naar het traditioneel bouwsysteem met kalkzandsteen en breedplaatvloeren dan ontstaat een geheel ander beeld. “Dan heb je op de bouwplaats veel meer materieel nodig. Denk aan elementenstellers, verreikers, hoogwerkers, bouwliften, betonwagens en vaak een veel intensievere kraaninzet. Vaak zijn ook steigers nodig die opgebouwd en weer afgebroken moeten worden. En dan hebben we nog de talrijke transporten voor bouwmaterialen.” Volgens Ragnar levert vooral de afbouwfase bij een traditionele bouwwijze enorm veel bouwverkeer op: “Ga maar na: dan komen ineens de stucadoor, installateur, elektricien, schilder, tegelzetter en keukenplaatser aangereden. Daar komen dan de vrachttransporten met veel kleine volumes nog bij. Regelmatig zijn er ook spoedleveringen richting de bouwplaatsen of een specialist gaat zelf nog even naar de groothandel.” BOUWHUBS Binnen het onderzoek is ook naar bouwhubs gekeken, die aan de rand van de stad liggen. Van daaruit kan dan vervoer naar de bouwplaats in de stad plaatsvinden. Dan kan in veel gevallen zelfs elektrisch in zero-emissiezones. “Een bouwhub wordt vooral interessant in de afbouwfase van een project. Juist dan komen veel verschillende goederenstromen met kleine volumes samen. Door materialen eerst naar een bouwhub te brengen, kunnen deze stromen worden gebundeld tot één efficiënte levering naar de bouwplaats. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om ’s avonds een complete dagvoorraad aan te leveren. Ook kunnen in de bouwhub kwaliteitscontroles plaatsvinden en kunnen onderdelen alvast worden voorgemonteerd, waardoor vakmensen op de bouwplaats sneller kunnen werken. Daarnaast kan verpakkingsafval direct worden afgevoerd”, aldus de logistieke specialist. De bouwhub kan door het bouwbedrijf zelf worden ingericht, maar er zijn ook al verschillende bouwhubs van derden, zoals groothandels of collega aannemers. Eventueel kan het vervoer naar de binnenstad ook over het water plaatsvinden, zoals in Amsterdam en Utrecht. Ragnar: “Tegelijkertijd is het belangrijk om te realiseren dat een bouwhub natuurlijk één van de oplossingen is die je als aannemer kan kiezen om efficiënter te bouwen. Een bouwhub is geen wondermiddel; succesvolle inzet vraagt ook aanpassingen in het eigen proces en is daarom vooral effectief in complexe gebieden, bijvoorbeeld bij beperkte ruimte op en rond de bouwplaats of een korte bouwtijd. Bij minder complexe projecten is de meerwaarde vaak beperkter.” Ragnar constateert dat de opbrengsten van een bouwhub niet altijd direct zichtbaar zijn. Het is misschien veel duurzamer om een houten huis modulair te bouwen, in plaats van traditioneel. Foto: Barli. Bij gebruik van een bouwhub bundel je de vele kleine volumes buiten de bouwplaats, zodat één grotere rit naar de bouwplaats mogelijk is. Foto: BMN.
RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=