65 NUMMER 4 - SEPTEMBER 2026 AFBOUW PRAKTIJKOPLOSSINGEN Te dunne dekvloer ongeschikt voor gietvloer Praktijkoplossingen door Technisch Bureau Afbouw, In deze rubriek ‘Afbouw Praktijkoplossingen’ geeft Technisch Bureau Afbouw (TBA) in iedere uitgave van BouwTotaal een oplossing aan van praktijkproblemen in de afbouwsector. TBA geeft deskundig en onafhankelijk technisch advies en ontwikkelt daarnaast normen, richtlijnen en brochures. Ook ondersteunen ze sociale partners in de afbouw. Ga voor meer informatie naar www.tbafbouw.nl. Op www.tbafbouw.nl/publicaties vind je alle andere normen, richtlijnen en brochures. Verder zijn er ook kennispapers die de afbouwer informeren over de mogelijke risico’s in zijn werk. Het oppervlak is plaatselijk open en ruw. Ook zijn verschillende reparaties zichtbaar. De cementgebonden dekvloer was aangebracht op een isolatielaag met daarin vloerverwarming. Bij de entree werd na beperkt destructief onderzoek slechts circa 20 millimeter dekvloer aangetroffen. Ook is de leiding van de stadsverwarming te zien. Bij een nieuwbouwwoning bestond twijfel over de kwaliteit van de aangebrachte cementgebonden dekvloer. Op verschillende plaatsen waren beschadigingen en herstelplekken zichtbaar. Omdat de vloer uiteindelijk zou worden afgewerkt met een polyurethaan gietvloer, werd Technisch Bureau Afbouw gevraagd om de dekvloer onafhankelijk te beoordelen. René Rieborn, vloeren- en terrazzospecialist bij TBA, voerde de kwaliteitscontrole uit. TEKST: DRS. PHILIP OVERDUIN, TECHNISCH BUREAU AFBOUW BEELD: RENÉ RIEBORN, TECHNISCH BUREAU AFBOUW “Bij een gietvloer is het belangrijk dat de ondergrond technisch geschikt en voldoende stabiel is”, vertelt René. “Problemen in de dekvloer kunnen zich later namelijk ook in de vloerafwerking aftekenen.” GROTE VERSCHILLEN IN LAAGDIKTE De cementgebonden dekvloer was aangebracht op een isolatielaag met daarin vloerverwarming. Tijdens de inspectie zag René dat het oppervlak plaatselijk open en ruw was (zie foto). Ook waren verschillende reparaties zichtbaar. Vooral de laagdikte viel op. Op één locatie bedroeg de totale vloeropbouw circa 75 millimeter, inclusief 20 millimeter isolatie. Elders was de dekvloer aanzienlijk dunner. Bij de entree werd na beperkt destructief onderzoek slechts circa 20 millimeter dekvloer aangetroffen (zie foto). Hier liep een leiding van de stadsverwarming door de vloer. Op een andere woonlaag werd circa 35 millimeter dekvloer boven de isolatielaag gemeten. “Dat waren forse verschillen”, aldus René. “Bij een verend opgelegde dekvloer is voldoende laagdikte juist belangrijk om belastingen en spanningen goed te kunnen opvangen.” BUIGTREKSTERKTE BEPALEND Omdat de dekvloer op isolatiemateriaal lag, was sprake van een verend opgelegde dekvloer. Voor de technische beoordeling werd NEN 2742 ‘In het werk vervaardigde vloeren – Zwevende dekvloeren’ als objectieve maatstaf gebruikt. “Bij zo’n vloer is niet zozeer de druksterkte, maar vooral de buigtreksterkte bepalend voor de benodigde laagdikte”, legt René uit. Bij een traditioneel gesmeerde cementgebonden dekvloer met F1-klasse bedraagt de vereiste dikte volgens de gehanteerde norm minimaal 70 millimeter. Vanwege de aanwezige vloerverwarming moet daar minimaal 15 millimeter bij worden opgeteld. Daarmee komt de vereiste laagdikte uit op minimaal 85 millimeter, exclusief isolatiemateriaal. De onderzochte vloer voldeed daar niet aan. De maximale laagdikte bedroeg circa 65 millimeter en plaatselijk werd slechts 20 tot 40 millimeter aangetroffen. DILATATIES EN RANDISOLATIE Daarnaast ontbraken bij deurdoorgangen en andere vloerversmallingen velddilataties. Vanuit enkele buitenhoeken waren al scheuren zichtbaar. “Met vloerverwarming krijgt een dekvloer te maken met thermische bewegingen”, vertelt René. “Juist bij hoeken en versmallingen kunnen dan spanningen ontstaan.” Ook ontbrak bij verschillende eerder uitgevoerde reparaties de randisolatie. De reparatiemortel sloot daar rechtstreeks aan op de wanden. Hierdoor kon de vloer niet overal vrij uitzetten en krimpen. VOLLEDIGE VERVANGING De conclusie was duidelijk: door de onvoldoende laagdikte, ontbrekende velddilataties en plaatselijk ontbrekende randisolatie was de bestaande dekvloer niet geschikt voor een polyurethaan gietvloer. Ook andere hechtend aangebrachte afwerkingen, zoals pvc, keramische tegels en bepaalde cementgebonden decoratieve vloeren, brachten een groot risico op scheurvorming, loslating of aftekening met zich mee. Plaatselijk herstel bood onvoldoende zekerheid. Daarom werd geadviseerd de bestaande dekvloer volledig te verwijderen en een nieuwe vloeropbouw te realiseren. Vanwege de beperkte beschikbare hoogte werd een dekvloer met een hogere buigtreksterkte geadviseerd, bijvoorbeeld een calciumsulfaatgebonden dekvloer van minimaal F5-klasse. Daarbij moesten ook de randisolatie en velddilataties correct worden uitgevoerd. “Deze case liet goed zien dat je niet alleen naar het oppervlak van een dekvloer moet kijken”, besluit René. “De complete vloeropbouw bepaalt uiteindelijk of een vloer geschikt is voor de gekozen afwerking.”
RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=