BouwTotaal 04 - 2026

PLATFORM VOOR HEEL BOUWEND NEDERLAND 6 KWALITEITSBORGING Veilig werken langs de weg Wie langs wegwerkzaamheden rijdt, ziet vooral de tijdelijke inrichting van de weg, zoals bebording en rijdende afzettingen. Achter die zichtbare maatregelen gaat echter een zorgvuldig voorbereid en gecontroleerd proces schuil. KOMO-certificatie draagt daaraan bij. TEKST: STICHTING KOMO BEELD: SHUTTERSTOCK Wat meestal onzichtbaar blijft, is de zorgvuldige voorbereiding en controle die daarachter schuilgaan. Juist in een omgeving waar verkeer blijft bewegen en mensen aan het werk zijn, kan een kleine afwijking grote gevolgen hebben. De KOMO-procescertificaten op basis van BRL 9101 en BRL 9161 maken aantoonbaar dat verkeersmaatregelen en afschermingsvoorzieningen volgens beheerste processen worden voorbereid, aangebracht, gecontroleerd en onderhouden. BRL 9101: VEILIGHEID BEGINT VÓÓR EERSTE BORD BRL 9101 richt zich op het toepassen van verkeersmaatregelen bij werk in uitvoering en evenementen, op autosnelwegen en niet-autosnelwegen. De kern is herkenbaarheid en veiligheid voor wegwerker én weggebruiker. Dat begint ruim vóór de uitvoering. Een KOMO-gecertificeerd bedrijf beoordeelt de opdracht, bereidt het werk aantoonbaar voor en zorgt dat medewerkers precies weten wat er op locatie van hen wordt verwacht. Die procesgerichte aanpak sluit aan bij de uitgangspunten van CROW voor tijdelijke verkeersmaatregelen: de veiligheid van wegwerkers en weggebruikers staat centraal, maar ook bereikbaarheid, doorstroming en heldere communicatie tellen mee. De uitvoeringspraktijk stopt bovendien niet na het plaatsen. Een veilige verkeerssituatie vergt meer dan een correcte plaatsing op het eerste moment. Omstandigheden kunnen veranderen, materialen beschadigd raken en een maatregel kan door weersinvloeden of verkeersbewegingen worden verplaatst. BRL 9101 verlangt daarom dat de verkeerssituatie tijdens het gebruik wordt gecontroleerd en dat bij storingen, schades of calamiteiten doeltreffend wordt opgetreden. Zo blijft een tijdelijke verkeerssituatie gedurende de hele gebruiksperiode veilig en herkenbaar, ongeacht of die enkele dagen, weken of zelfs maanden duurt. BRL 9161: JUISTE VOORZIENING EN JUIST AANGEBRACHT Waar BRL 9101 de tijdelijke verkeerssituatie beheerst, richt BRL 9161 zich op het aanbrengen, herstellen, demonteren en verwijderen van afschermingsvoorzieningen langs wegen. Denk aan geleiderails, barriers en obstakelbeveiligers die voertuigen bij een aanrijding moeten opvangen of geleiden. Moderne systemen worden volgens NEN-EN 1317 in prestatieklassen beoordeeld. Maar een getest systeem presteert alleen als het ook overeenkomstig ontwerp en montagehandleiding wordt geplaatst. Daarom borgt BRL 9161 het volledige uitvoeringsproces, vanaf de beoordeling van het ontwerp tot en met de controle van de gemonteerde voorziening. Daarbij draait het niet alleen om geschikte materialen, maar vooral om een vakkundige montage volgens de voorschriften van de leverancier. De uitvoering wordt dagelijks vastgelegd en vóór oplevering gecontroleerd. Zo is achteraf aantoonbaar waar en hoe de voorziening is aangebracht, welke controles zijn uitgevoerd en hoe eventuele afwijkingen zijn afgehandeld. Voor opdrachtgevers betekent het KOMO-procescertificaat dat niet alleen het product, maar juist ook de kwaliteit van de montage aantoonbaar wordt gemaakt. EÉN KETEN VAN AANTOONBARE VEILIGHEID De kracht van beide KOMO-procescertificaten ligt in de combinatie van vakmanschap, interne kwaliteitsbewaking en onafhankelijke externe beoordeling. Certificatie-instellingen toetsen niet alleen procedures op kantoor, maar beoordelen ook projecten en uitvoeringsprocessen op locatie. Daarmee is certificatie geen momentopname, maar een structurele kwaliteitsbelofte. De KOMO-beoordelingsrichtlijnen BRL 9101 en BRL 9161 vullen elkaar logisch aan: de ene richtlijn borgt een veilige en herkenbare verkeerssituatie rond werkzaamheden, de andere de betrouwbare werking van de fysieke afscherming. Samen geven zij opdrachtgevers, wegbeheerders en uitvoerende partijen vertrouwen dat veiligheid niet aan het toeval wordt overgelaten, maar aantoonbaar wordt voorbereid, uitgevoerd en gecontroleerd. KOMO. Kwaliteit zoals beloofd. Ook langs de weg, waar een kleine afwijking grote gevolgen kan hebben. Financieringssysteem remt industriële woningbouw De huidige financierings- en garantiesystematiek sluit onvoldoende aan op de praktijk van industriële woningbouw. Daardoor lopen innovatieve bouwers en woningtoeleveranciers tegen structurele belemmeringen aan die opschaling vertragen. Dat blijkt uit de eindrapportage ‘Financiering van de industriële woningbouwketen’ van Invest-NL, in samenwerking met De Bouwcampus. Industriële woningbouw (en -ontwikkeling) is een belangrijke schakel in het versnellen van de woningbouwopgave. Door woningen industrieel te produceren kunnen ontwikkel- en bouwprocessen efficiënter, voorspelbaarder en sneller worden georganiseerd. Daarmee biedt deze manier van bouwen kansen om de productie van betaalbare en duurzame woningen op te schalen. De huidige financieringsstructuren sluiten echter nog onvoldoende aan op deze nieuwe bouwpraktijk. Op basis van meerdere financieringstafels en inhoudelijke interviews met aanbieders, financiers, verzekeraars, waarborgfondsen, woningcorporaties en andere marktpartijen, zijn de belangrijkste financiële knelpunten en mogelijke oplossingsrichtingen in kaart gebracht door De Bouwcampus en Invest-NL. De eindrapportage is opgesteld in het kader van het Programma Innovatie en Opschaling Woningbouw (IOP) van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO). MISMATCH Uit de rapportage blijkt onder meer dat industriële aanbieders te maken hebben met een mismatch tussen kosten en inkomsten, omdat veel financierings- en betalingssystemen nog zijn gebaseerd op traditionele bouwprocessen. Ook zorgen vergunningstrajecten, bankgaranties en beperkte toegang tot waarborgfondsen voor onzekerheid en liquiditeitsdruk. Dit belemmert investeringen in fabrieken, innovatie en opschaling van productie. De gevolgen daarvan zijn zichtbaar in de praktijk: industriële woningbouwers zoals Homes Factory en Startblock gingen failliet, terwijl de behoefte aan woningen onverminderd groot blijft. Het rapport benoemt verschillende oplossingsrichtingen, waaronder het verzekeren van vergunningsrisico’s, projectgebonden overbruggingsfinanciering, alternatieven voor bankgaranties en hervorming van waarborgsystemen. Daarnaast wordt gekeken naar manieren om meer zekerheid te bieden over afbouw en vervangbaarheid van woningconcepten. VERVOLGPROJECT In een vervolgproject willen Invest-NL, De Bouwcampus en het IOP beter inzicht krijgen in de omvang van de knelpunten binnen de industriële bouwsector en toetsen of alle relevante belemmeringen in beeld zijn. Daarnaast willen zij weten welke van de voorgestelde oplossingsrichtingen het meest kansrijk en impactvol zijn. Onderdeel van dit vervolgtraject is een sectorbrede enquête onder bouwers, afnemers, financiers, verzekeraars en waarborgfondsen. Met de resultaten worden de bevindingen uit het eerste onderzoek gevalideerd en aangescherpt. Op basis daarvan werken de betrokken partijen aan verdere concretisering van de meest kansrijke interventies, zodat deze daadwerkelijk kunnen worden gerealiseerd. Het uiteindelijke doel is om de structurele knelpunten die de opschaling van industriële woningbouw vandaag de dag belemmeren weg te nemen en daarmee de woningbouwproductie duurzaam te versnellen.

RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=