NUMMER 1 | JAARGANG 23 | FEBRUARI 2026 PLATFORM VOOR HEEL BOUWEND NEDERLAND BOUWTOTAAL Kleuren en formaten CO2-negatieve gevelsteen uitgebreid Pag. 21 BEZOEK OOK DE WEBSITE WWW.BOUWTOTAAL.NL THEMA GEVELS & ISOLATIE TOPKWALITEIT ALUMINIUM DAK- EN GEVELPRODUCTEN ALTIJD OP DE HOOGTE VAN HET LAATSTE BOUWNIEUWS? SCAN DE QR-CODE EN MELD U AAN VOOR ONZE GRATIS NIEUWSBRIEF!
GEBOUWD OM DOOR TE BEUKEN MEER BALANS, ENERGIE, COMFORT Dit is onze ode aan de harde werkers die blijven doorgaan. Speciaal voor jullie hebben wij werkschoenen ontwikkeld met XLR8 technologie: voor meer balans, minder energieverlies en meer over aan het eind van de dag. Blijf doorbeuken bij elke stap. www.haix.nl XLR8 TECHNOLOGIE
3 NUMMER 1 - FEBRUARI 2026 ACTUEEL Na-isolatie onder druk Ik werd toch wel verrast door het bericht van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) en VENIN Isolerend Nederland op 20 januari: ‘De Nederlandse isolatiesector kampt opnieuw met een scherpe terugval in de vraag naar isolatiewerkzaamheden.’ Wie zich verder verdiepte in dit bericht ontdekte dat het vooral gaat om na-isolatie van spouwmuren. Met name de spouwmuurisolatiesector staat dus onder druk: driekwart van de bedrijven zag in 2025 opnieuw een daling in de vraag naar deze maatregel bij particuliere woningen. Dat is een voortzetting van de dramatische daling van 70 procent in aanvragen in 2024. Ook de vraag naar dakisolatie liep terug bij bijna de helft van de bedrijven. Vooral de mogelijke aanwezigheid van beschermde vleermuizen staat een voortvarende na-isolatie van spouwmuren in de weg. Daarnaast zou je denken dat de talrijke stimuleringsregelingen toch een katalysator zouden moeten zijn voor de isolatiesector. Maar met veertig tot zeventig stimuleringsregelingen en andere financiële lokkertjes, ziet de consument door de bomen het bos niet meer. Sterke vereenvoudiging van de stimuleringsregelingen is daarom noodzakelijk, alsmede een meer soepele omgang met de mogelijke aanwezigheid van minder bedreigde vleermuissoorten. Biobased Dan is er ook nog keuzestress voor het type isolatie: kies ik voor traditionele hardschuim isolatie of minerale wol, of kies ik voor biobased isolatie? Denk aan houtvezelisolatie, stro, vlaswol of vezelhennep. “Er liggen grote kansen voor biobased bouwen. Maar dan moeten we de plaatselijke verbouw, winning en industriële verwerking van vezelgewassen stimuleren en de vraag vergroten. Daarnaast vragen biobased bouwmaterialen een goede detaillering en uitvoering”, zegt Sander Rutten van Building Balance in een gesprek dat ik met hem had. “Er zijn veel misverstanden over biobased materialen en veel mensen zien beren op de weg. We zijn daarom een campagne gestart, met de titel: ‘Beren op de weg’. Daarin gaan we in op certificering van biobased materialen, de levensduur, brandveiligheid, voorkomen van ongedierte, voldoen aan isolatie-eisen en voorkomen van vocht en schimmel”, aldus Sander. Feitelijk kun je biobased (isolatie) materialen prima toepassen, maar dan moet je wel de spelregels kennen. INHOUD COLUMN ING. FRANK DE GROOT 26 advertentie 04 Snel Gebouwd Modulaire bouw 379 sociale huurwoningen 05 Bouwvisie Gouden bergen op de Veluwe 09 Actueel Den Haag Update en Bouwmonitor 10 Snel verdiend Pseudo-eindheffing 12% op fossiele personenauto’s THEMA GEVELS & ISOLATIE 13 Gevels & Isolatie Gevels: wat kan ik hergebruiken? 15 Gevels & Isolatie Opleidingscentrum aluminium dak- en gevelsystemen 17 Gevels & Isolatie Geïsoleerde, vlakke achterdeur 19 Gevels & Isolatie Optimale luchtdichtheid hoogbouw 21 Gevels & Isolatie Meer kleuren en formaten CO2-negatieve gevelsteen 22 Gevels & Isolatie Emissiereductie door energiemonitoring 25 Gevels & Isolatie Ondoorzichtig overheidsbeleid schaadt isolatiesector 26 Gevels & Isolatie Biobased bouwen kansrijk EN VERDER 33 Prefab Breedplaatvloer: iedere vloer is maatwerk 34 Prefab Samen de verduurzaming versnellen 36 Bouwfouten Vervuild buitenpleisterwerk 37 Bouwkosten Plat dak (na)isoleren met afschotplaten 38 Slim Ruimtegebruik Tuinpaviljoen van Byró 41 Bouwhelden Uitvoerder Tom de Groot 42 Jong Talent Kitkrat voor kitworsten 43 Afbouw Praktijkoplossingen Krasvorming en glansverschillen vloer 45 Afbouw Tips Waarom droogt pastalijm niet goed? 46 Productnieuws Nieuws Leer tekenen in CAD! www.cadcollege.nl BouwTotaal_2026.2.indd 1 5-2-2026 15:12:22 33
PLATFORM VOOR HEEL BOUWEND NEDERLAND 4 Snel gebouwd De kracht van prefab Modulaire bouw van 379 sociale huurwoningen Op het Circusterrein aan de Diependaalselaan in Hilversum is, in opdracht van drie woningcorporaties, de bouw gestart van 379 verplaatsbare sociale huurwoningen. Het betreft vier geschakelde appartementengebouwen met woonmodules die in de gerobotiseerde fabriek van Daiwa House Modular Europe kant-enklaar en in recordtijd worden gerealiseerd. TEKST: FRANK DE GROOT BEELD: DAIWA HOUSE MODULAR EUROPE “Samen bouwen we hier aan betaalbare woningen, omdat de urgentie groot is”, zegt Maarten van Gessel, directeur woningcorporatie G&O, namens de drie betrokken woningcorporaties, Dudok Wonen, de Alliantie en G&O. De woningen op het Circusterrein zijn bestemd voor mensen in de regio Hilversum die nu moeilijk een betaalbare woning kunnen vinden, zoals starters, mensen met een urgente woningbehoefte en mensen met een cruciaal beroep in bijvoorbeeld het onderwijs, de zorg of veiligheid. Met dit project, een samenwerking tussen de drie woningcorporaties, de gemeente Hilversum, het Rijk en Daiwa House Modular Europe, wordt snel en concreet invulling gegeven aan de urgente woningbouwopgave in Hilversum. Ze worden modulair, duurzaam en van permanente kwaliteit gebouwd, zodat ze ook na vijftien jaar elders inzetbaar zijn. SAMENWERKING MAAKT SNELHEID Dankzij nauwe samenwerking en korte lijnen is het project in recordtempo van plan naar uitvoering gebracht. Wekelijkse afstemming in een speciaal planteam van de woningcorporaties, de gemeente, Alliantie Ontwikkeling, het Rijk en Daiwa House zorgde voor snelle besluitvorming, vergunningverlening en de bouwvoorbereiding. De Taskforce Versnelling Tijdelijke Huisvesting van het Rijk ondersteunde het proces juridisch en financieel, onder meer via een bijdrage aan de plankosten. “Het project Circusterrein is voor mij een schoolvoorbeeld van samenwerking door partijen die samen snel en goed een tastbare woonoplossing willen realiseren; de snelle besluitvorming en korte lijnen zijn cruciaal voor het succes”, aldus Jan van Barneveld, directeur van de Alliantie Ontwikkeling. MODULAIRE BOUW De hoge snelheid wordt enerzijds verkregen door de goede onderlinge samenwerking tussen alle betrokken partijen en anderzijds door de modulaire bouwmethode waarvoor is gekozen. Half december 2025 werd in de gerobotiseerde fabriek van Daiwa House Modular Europe in Montfoort gestart met de productie van de circa 730 modules voor de 379 woningen. Een woning bestaat daarbij uit één of meerdere modules. Er zijn studio’s van 28 m2 (één module), twee-kamerwoningen van 43 m2 (twee modules) en drie-kamerwoningen van 50 m2 (drie modules). De modules bestaan uit een stalen kooi, met betonnen vloer en houtskeletbouwwanden en plafond. In de woningen zijn een complete badkamer en keuken opgenomen, waarbij alle voorzieningen voor elektra, verwarming en water in de vloer en wanden zijn opgenomen. De gevels hebben een houten gevelbekleding gecombineerd met vezelcement gevelbekleding. De woningen zijn verder voorzien van een warmtepomp en luchtverwarming. RAZENDSNEL In mei 2025 vond de grondoverdracht van de bouwlocatie plaats en startten de voorbereidende werkzaamheden. Na de zomer van 2025 begonnen de funderingswerkzaamheden, die eind januari 2026 zijn afgerond. Half december 2025 werd gestart met de productie van de modules. Op 2 februari 2026 zijn de eerste woonmodules met vrachtwagens vanuit de fabriek in Montfoort vervoerd naar de bouwlocatie en daar geplaatst. Sindsdien worden iedere werkdag circa negentien modules vervoerd naar de bouwlocatie. Gepland staat dat alle modules eind april 2026 zijn geplaatst en gemonteerd. Daarna volgen de eindmontage en gevelafwerking en worden de balkons en de benodigde trappen en gangen aangebracht. Vervolgens worden de bestrating en de groenvoorziening uitgevoerd. De oplevering van gehele project staat gepland op eind oktober 2026. CIRCULAIR EN TOEKOMSTGERICHT Harry van Zandwijk, CEO van Daiwa House Modular Europe: “De woningen zijn van permanente kwaliteit en zijn circulair. Ook na vijftien jaar kunnen we ze demonteren en is 80% van de componenten elders te gebruiken. We slopen dus niet. Dat maakt deze hoogwaardige en duurzame woningen niet alleen geschikt voor de tijdelijke huisvestingsvraag van vandaag, maar biedt ook flexibiliteit voor de woonopgaven van morgen.” Op 2 februari 2026 is de eerste woonmodule geplaatst. Overzicht project met 379 verplaatsbare (!) sociale huurwoningen. Productie van de modules bij Daiwa House Modular Europe in Montfoort. Plaatsing module. Artist impression van de studio’s.
5 NUMMER 1 - FEBRUARI 2026 ACTUEEL In de politiek is het momenteel weer ‘gratis-beloftes-seizoen’. Met de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart voor de deur, buitelen partijen over elkaar heen met ronkende kreten. Een echte hardnekkige klassieker, ook dit jaar: ‘Bouwen, bouwen, bouwen!’ Het klinkt als een opzwepende kreet langs de lijn bij een voetbalwedstrijd, maar we weten allemaal: veel beloven en weinig geven, doet de gek in vreugde leven. Natuurlijk, de cijfers liegen niet. Nederland kampt begin 2026 met een tekort van zo’n 410.000 woningen. In ons eigen Ermelo ligt er een opgave om tot 2035 zeker 1.400 woningen toe te voegen. Maar als een lijsttrekker suggereert dat we die nieuwe wijken simpelweg even uit de grond stampen, vraag ik me af: voor wie bouwen we eigenlijk? En vooral: waarvóór? We kennen allemaal de verhalen van de ‘eeuwige pubers’ die op hun dertigste nog steeds op hun oude zolderkamer bij pa en ma bivakkeren. Moeten we dan juist voor jongeren bouwen of houden 70-plussers grote woningen bezet en verhinderen zij de doorstroom? Voor een juist beeld laten gemeenten onderzoek doen naar de demografische ontwikkeling, want ouderenhuisvesting – ik zeg maar wat – ver weg in het buitengebied ligt niet echt voor de hand. WONINGNOOD In de politieke arena wordt de woningnood ook nog weleens makkelijk afgewenteld op asielzoekers: ‘Zij pikken onze huizen in.’ De werkelijkheid, ook in Ermelo is echter genuanceerder. Het tekort wordt hier vaker gevoeld door ‘spoedzoekers’. Dat zijn mensen die net gescheiden zijn en halsoverkop met de kinderen een dak boven hun hoofd nodig hebben. We kampen met ‘verdunning’: we wonen met steeds minder mensen in één huis, maar de gewenste vierkante meters per persoon krimpen niet mee. De kreet ‘bouwen-bouwen-bouwen’ is volstrekt inhoudsloos als je de randvoorwaarden negeert. We hebben te maken met de uitbreidingsdrift van Defensie, de stikstofkwestie die nog altijd op de bouwsector drukt en een energienet dat zo vol zit als een parkeerplaats bij de supermarkt op zaterdagmiddag. Verstandige keuzes maken betekent ook: impopulaire keuzes maken. Want zodra die ‘verstandige keuze’ concreet wordt, staan de buren op de achterste benen. Parkeerdruk, verlies van uitzicht, of simpelweg ‘niet hier’. Onze rechters hebben het er maar druk mee: uitleggen dat het grotere maatschappelijke belang zwaarder weegt dan de drie buren die elkaar in de buurt-WhatsApp hebben opgehitst over ‘welke idioot dit bedacht heeft’. BETAALBAARHEIDSGRENS En dan hebben we het nog niet over de prijs gehad. De ‘betaalbaarheidsgrens’ ligt sinds 2025 op € 405.000,-. Dat is een hoop geld voor een starter, zeker als je bedenkt dat de gemiddelde verkoopprijs in het ‘woestaantrekkelijke’ Ermelo inmiddels ruim 10% boven het landelijke gemiddelde van vijf ton ligt. Om dat te tackelen, hanteert Ermelo de richtlijn dat 50% van de nieuwbouw sociaal of ‘goedkoop’ moet zijn. Op schaarse grond betekent dat onherroepelijk: optimaal gebruik maken van de ruimte door de hoogte in te gaan. Een woningbouwproject duurt van eerste schets tot sleuteloverdracht al snel drie tot tien jaar. Dat stamp je niet even uit de grond in één verkiezingsperiode. Stop met luchtkastelen bouwen, met dat goedkope scoren vlak voor de stembusgang, met loze kreten of het afschuiven van schuld. Laten we integraal afwegen wat nodig is voor de leefbaarheid van morgen: infrastructuur, voorzieningen en groen. Bouwen aan een samenleving is meer dan stenen stapelen; het is vooruitkijken met een rechte rug. Want vooral voor politici geldt, zeker na 18 maart: belofte maakt schuld. Arap-John Tigchelaar, wethouder gemeente Ermelo Gouden bergen op de Veluwe BOUWVISIE ARAP-JOHN TIGCHELAAR Gebouwtechnologie Nederland bundelt technologische maakindustrie Van links naar rechts: Jeroen Gevers (FME), Jan Verdonck (Voorzitter Vereniging Distributie en Afgifte Industrie), Frank Methorst (Voorzitter Rogafa), Jan-Willem Voshol (Voorzitter NVKL), Charles Smets (Bestuur NVKL), Dorien Terpstra (Voorzitter Binnenklimaat Nederland), Jan Willem van Boven (Bestuur Rogafa), Marco Workel (Adjunct directeur FME), Bert van Dorp (Bestuur Binnenklimaat Nederland), Coen van de Sande (FME, NVKL, kwartiermaker Gebouwtechnologie), Dado Cukor (Bestuur Vereniging Distributie en Afgifte Industrie), Diem Kemper (Bestuur Vereniging Distributie en Afgifte Industrie) en Walid Atmar (FME, Binnenklimaat Nederland, kwartiermaker Gebouwtechnologie). Op 8 januari 2026 is Gebouwtechnologie Nederland officieel van start gegaan. Met de gezamenlijke kick-off en de aansluiting van FME wordt een belangrijke volgende stap gezet in het bundelen van krachten binnen de technologische maakindustrie in de gebouwde omgeving. De komende jaren staan in het teken van onder meer verduurzaming van de gebouwde omgeving, gezond binnenklimaat, netcongestie, betaalbaarheid, personeelstekorten, circulariteit en het realiseren van gezonde, toekomstbestendige gebouwen. Om deze transities te laten slagen, is het cruciaal dat de toepassing van innovatieve technologieën versnelt. Dit vraagt om een sterker innovatiegericht aanbestedingsbeleid, betere samenwerking tussen overheid en industrie, en actieve stimulering van technologieadoptie in de gebouwde omgeving. Tegelijkertijd was de technologische maakindustrie in de gebouwde omgeving tot voor kort versnipperd georganiseerd. Dit leidde tot beperkte slagkracht en maakte het voor overheid en stakeholders lastig om één duidelijk aanspreekpunt te hebben. Met Gebouwtechnologie Nederland willen de aangesloten partijen één herkenbaar aanspreekpunt voor overheid en stakeholders, met een sterke inhoudelijke basis en verbinding met de praktijk. STERKE GROEI In het afgelopen jaar hebben steeds meer partijen zich verbonden aan Gebouwtechnologie Nederland. Binnenklimaat Nederland, NVKL (Nederlandse Vereniging van ondernemingen op het gebied van de Koudetechniek en Luchtbehandeling), Rogafa (branchevereniging voor fabrikanten van rookgasafvoersystemen) en de Vereniging Distributie en Afgifte Industrie zijn inmiddels aangesloten. Met de aansluiting van FME wordt de positie van Gebouwtechnologie Nederland aanzienlijk versterkt. Waar de samenwerking al een brede vertegenwoordiging binnen HVAC (verwarming, ventilatie en koeling) en gebouwinstallaties omvat, zorgt FME ervoor dat ook de bredere technologische maakindustrie binnen de gebouwde omgeving is vertegenwoordigd. Hierdoor ontstaat extra samenhang tussen ontwerp, uitvoering, productie en innovatie. FME brengt daarnaast ervaring en capaciteit mee op het gebied van belangenbehartiging, innovatieprogramma’s en strategische positionering. Dit vergroot de slagkracht van Gebouwtechnologie Nederland richting politiek, overheid en markt. Met de aansluiting van FME ontstaat bovendien meer verbinding met strategische thema’s als energie-infrastructuur, circulariteit, digitalisering en het arbeidstekort. FME zet zich met het Aanvalsplan Techniek samen met andere branches in voor voldoende technisch talent om de transities te realiseren VAN INTENTIE NAAR UITVOERING Met de officiële kick-off start de uitvoeringsfase. De aangesloten partijen leggen de focus op concrete resultaten en zichtbare samenwerking. Inmiddels zet de groei van Gebouwtechnologie Nederland door. Op korte termijn wordt verwacht dat meerdere branches zich zullen aansluiten. Daarmee ontwikkelt het samenwerkingsverband zich verder tot een brede en herkenbare vertegenwoordiging van gebouwtechnologie binnen de gebouwde omgeving, met één gezamenlijke stem richting beleid en markt. (Branche)organisaties die andere domeinen vertegenwoordigen, kennis willen inbrengen of willen samenwerken aan projecten, worden uitgenodigd om contact op te nemen en het gesprek aan te gaan. Ga naar https://gebouwtechnologie.nl.
PLATFORM VOOR HEEL BOUWEND NEDERLAND 6 Verruiming ontheffingsregels zero-emissiezones WAAR ZIJN ER ZEROEMISSIEZONES? Inmiddels hebben achttien gemeenten en Schiphol een zero-emissiezone ingevoerd en hebben tien andere gemeenten invoering van een zero-emissiezone gepland of doen daar onderzoek naar. Houd er rekening mee dat de toekomstige data nog wel eens aangepast worden. INGEVOERD 1 JANUARI 2025 TOT 1 FEBRUARI 2026 Amersfoort, Amsterdam, Assen, Delft, Den Haag, Eindhoven, Enschede, Gouda, Groningen, Haarlem, ’s Hertogenbosch, Leiden, Maastricht, Nijmegen, Rotterdam, Schiphol, Tilburg, Utrecht en Zwolle. INGEVOERD NA FEBRUARI 2026 Arnhem (1 juni 2026), Dordrecht (naar verwachting tweede helft 2026), Venlo (1 januari 2027), Alphen a/d Rijn (1 juli 2027), Almere en Deventer (1 januari 2028), Breda (1 januari 2029), Apeldoorn, Ede en Zaandstad (1 januari 2030). Bron: opwegnaarzes.nl NIEUW VERKEERSBORD ZEROEMISSIEZONES EN MILIEUZONES Sinds 1 januari 2026 is er een nieuw verkeersbord voor zero-emissiezones en milieuzones. De regels voor de zero-emissiezones en milieuzones blijven hetzelfde. Het nieuwe verkeersbord geeft aan dat bestuurders een zone betreden waar voertuigen met uitstoot van schadelijke stoffen beperkt of geen toegang hebben. Gemeenten vervangen de oude borden tussen 1 januari en 1 juli 2026. Het nieuwe verkeersbord voor zero-emissiezones en milieuzones bestaat uit twee delen. Het bovenste bord, het zone-bord, laat zien dat je een gebied in komt waar bepaalde voertuigen met uitstoot van schadelijke stoffen niet mogen komen. Dit is een wit bord met de tekst ‘ZONE’ en een rode cirkel met daarin een auto die uitlaatgassen produceert. Daaronder hangen borden waarop staat welke voertuigen geen toegang hebben tot deze zone. Zero-emissiezones en milieuzones hebben elk hun onderborden waaraan ze te herkennen zijn. Goed nieuws voor de ondernemers: sinds 1 januari 2026 is het ontheffingenbeleid voor de zero-emissiezones verruimd en verder geharmoniseerd. Wat zijn de belangrijkste aanpassingen en welke gemeenten hebben inmiddels een zero-emissiezone? Sinds 1 januari 2026 is er tot slot een nieuw verkeersbord voor zero-emissiezones en milieuzones. In dit artikel de belangrijkste wijzigingen. TEKST: ING. FRANK DE GROOT Op 1 januari 2025 zijn de eerste zero-emissiezones in Nederland ingevoerd. Vanaf 2027 worden Euro-5 bedrijfswagens in binnensteden met zero-emissiezones geweerd, en vanaf 1 januari 2029 zijn schone dieselbusjes (emissieklasse 6) daar volledig verboden. Voor bouwbedrijven die regelmatig in binnensteden werken, neemt dus de druk om te elektrificeren toe. “Grote bedrijven zoals Heijmans nemen het voortouw en zijn vaak al volledig elektrisch, mede doordat dit steeds vaker in aanbestedingen geëist wordt. Dat sijpelt door in de hele bouwketen. Zonder elektrische bus vis je steeds vaker achter het net”, zegt Roy Driessen, Segment Director LCV (bedrijfswagens) bij Ayvens Nederland, wereldwijd aanbieder van leasing, mobiliteitsadvies en ex-leaseauto’s. Toch stappen niet alle bouwbedrijven makkelijk over naar elektrische bussen, vooral vanwege technische redenen. “Veel elektrische bussen zijn niet sterk genoeg om een zware aanhanger, een shovel of een graver te vervoeren. Voor deze situaties bestaan tijdelijke ontheffingen tot 2029”, aldus Driessen. Ook worstelen bouwbedrijven met de praktische invulling van het overheidsprogramma Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB). “Beperkt beschikbaar elektrisch materieel, infrastructurele uitdagingen en gebrek aan kennis zijn belemmerende factoren.” FINANCIËLE DREMPEL GROOT OBSTAKEL Daarnaast speelt het financiële aspect een rol, maar volgens Driessen is een overstap naar elektrisch geen financieel risico. “De maandelijkse kosten voor een elektrische bus kunnen tot wel 100 euro lager zijn bij lease in vergelijking tot een nieuwe dieselbus.” En voor ondernemers die een bus willen kopen: de aanschafprijzen van diesel- en elektrische busjes komen steeds dichter bij elkaar te liggen, onder meer doordat de BPM vrijstelling voor dieselbusjes is vervallen. VERRUIMING ONTHEFFINGENBELEID Sinds 1 januari 2026 is het ontheffingenbeleid voor de zero-emissiezones verruimd en verder geharmoniseerd. De belangrijkste aanpassingen zijn: Bedrijfseconomische omstandigheden Ontheffingen wegens bedrijfseconomische omstandigheden die vanaf 1 januari 2026 worden aangevraagd, krijgen een landelijke werking. Tot eind vorig jaar gold deze ontheffing alleen in de gemeente waarvoor die was aangevraagd. Vertraging aansluiting door netcongestie Er is nu een aparte ontheffing wanneer je als ondernemer niet mee kunt komen in de transitie omdat je geen aansluiting kunt krijgen op het stroomnet, vanwege netcongestie. Ontheffingen wegens netcongestie die al zijn afgegeven kunnen 6 maanden voordat deze verloopt, kosteloos worden verlengd. Als de verlenging in 2026 wordt aangevraagd, dan is de ontheffing ook landelijk geldig. Niet emissieloos verkrijgbaar Ontheffingen voor nieuwe voertuigen die niet emissieloos verkrijgbaar zijn, krijgen een langere werking. Afhankelijk van het type voertuig varieert dit van 7, 10 of 13 jaar. Hierdoor kunnen ondernemers een realistische afschrijvingstermijn hanteren voor hun nieuwe voertuig. Sinds 1 januari 2026 gelden er ook nieuwe drempelwaarden voor deze voertuigen. Deze drempelwaarden en duur van de ontheffingen zijn te vinden in een tabel op www.opwegnaarzes.nl (vul ‘drempelwaarde’ in bij zoekfunctie onder Nieuws). De ontheffing voor nieuwe voertuigen kunnen ondernemers bij de RDW, per mail al aanvragen voordat het voertuig op kenteken is gezet. Foto: Volvo. Nieuw verkeersbord zero-emissiezone. Foto: opwegnaarZES.nl. Nieuw verkeersbord milieuzone. Foto: opwegnaarZES.nl. Elektrische bedrijfswagens worden goedkoper, maar ondernemers twijfelen nog. Foto: Gijs de Kruijf / Ayvens.
7 NUMMER 1 - FEBRUARI 2026 ACTUEEL De dakgoot die tijd wint kerheid en voorspelbaarheid; voor architecten extra ontwerpvrijheid in gevelafwerking en detaillering. DUURZAAM BOUWEN ZONDER CONCESSIES In hedendaagse bestekken spelen levensduur, onderhoudsintensiteit en herkomst van materialen een steeds grotere rol. Polytech Proline dakgoten worden vervaardigd uit hoogwaardig HPVC: kleurvast, weersbestendig en ontwikkeld voor langdurige prestaties onder uiteenlopende klimaatomstandigheden. Voor projecten met expliciete duurzaamheidsambities is er bovendien een Bio-Based variant, volledig ISCC-gecertificeerd. Daarmee kiest u aantoonbaar voor een duurzamer alternatief, zonder in te leveren op montagegemak of technische kwaliteit. Omdat Polytech ontwikkeling en productie in eigen huis beheert, is er maximale controle op materiaalgebruik, recyclingstromen, productkwaliteit en leverbetrouwbaarheid. Aspecten die in aanbestedingen en duurzaamheidscriteria steeds vaker doorslaggevend zijn. EEN BEWEZEN PARTNER IN NIEUWBOUW EN RENOVATIE Met meer dan 35 jaar ervaring, eigen engineering en productiecapaciteit, snelle levertijden en uitgebreide technische ondersteuning — van detailtekeningen tot montageadvies — heeft Polytech zich ontwikkeld tot een betrouwbare ketenpartner. Voor vrijwel elke woningtypologie biedt Polytech een oplossing die aansluit op planning, ontwerpvisie en duurzaamheidsdoelstellingen. De dakgoot die wél met uw planning meewerkt WWW.POLYTECH.NL IN DE SPOTLIGHT EÉN DOORDACHT SYSTEEM VOOR ELKE GEVEL In een markt waarin bouwtempo, personeelskrapte en faalkosten steeds nadrukkelijker drukken op het rendement, vraagt de praktijk om slimme, voorspelbare oplossingen. Polytech Proline dakgoten bieden niet alleen technische zekerheid voor aannemers, maar geven ook een stukje ontwerpvrijheid aan architecten die zoeken naar een passende afwerking voor gevels. PREFAB GEMAK DAT DIRECT TIJD OPLEVERT Polytech Proline dakgoten worden volledig op maat geproduceerd en prefab geleverd. Het lichte gewicht en het goed doordachte ophangprofiel maken montage efficiënt en overzichtelijk. Op de bouwplaats betekent dat: kortere montagetijd, geen aanvullende timmer- en schilderwerkzaamheden, minder faalkosten en herstelwerk, en een strakkere grip op planning en logistiek. Bovendien is een kunststof dakgoot van Polytech tot wel vier keer kostenefficiënter dan een traditioneel getimmerde dakgoot. Een direct meetbaar voordeel voor zowel aannemer als opdrachtgever. “Het is een kwestie van monteren en klaar,” aldus uitvoerder Ramon, die regelmatig met het systeem werkt. Doordat de goten prefab en projectspecifiek worden aangeleverd, vermindert ook het aantal transportbewegingen. Hierdoor ontstaat rust in de bouwlogistiek en blijft de planning overzichtelijk. EÉN SYSTEEM, EINDELOOS TOEPASBAAR Waar traditionele dakgoten op de bouwplaats vaak maatwerk vereisen, biedt Polytech Proline dakgoten één modulair systeem met uiteenlopende configuraties: • Basismodel met aluminium trim of kraal • Opdiklijst voor een robuuste uitstraling • Sierlijst voor verfijnde detaillering • Leverbaar met smetplank, traditionele of moderne gootklossen • Beschikbaar in meerdere kleuren. Dankzij deze variaties sluit het systeem naadloos aan op zowel renovatieprojecten als nieuwbouw met een eigentijdse architectuur. Voor aannemers betekent dit technische zeEerste thuisbatterij onder de 1.000 euro Thuisbatterijen stellen huishoudens in staat om hun eigen zonnestroom op te slaan en later te gebruiken. Dat bespaart op de alsmaar stijgende vaste terugleverkosten en laat huishoudens ook besparen op de energiebelasting wanneer salderen stopt in 2027. Alleen: thuisbatterijen zijn erg duur. Energiebedrijf NextEnergy lanceert echter de Terugverdien Batterij. Deze kost slechts 999 euro en je kunt hem zelf installeren, ongeacht bij welke energieleverancier een klant zit. Met de Terugverdien Batterij kunnen huishoudens veel geld besparen. Daarnaast helpt de batterij het landelijke en lokale stroomnet in balans te houden. De opgewekte stroom in de middag kan ’s avonds worden benut, waardoor er minder of zelfs geen netstroom in het huishouden wordt verbruikt. Nog een voordeel: tot nu toe werkte de batterij alleen met een dynamisch energiecontract van NextEnergy. Sinds 1 december 2025 is dat veranderd: de batterij werkt volledig onafhankelijk van waar een klant een energiecontract heeft lopen, dus ook met vaste, variabele en dynamische contracten bij elke andere energieleverancier. “We zien dat steeds meer huishoudens op zoek zijn naar controle over hun eigen opgewekte energie”, aldus Gijs Wubbe, oprichter van NextEnergy. “Door de Terugverdien Batterij open te stellen voor alle energieleveranciers, maken we thuisopslag eindelijk toegankelijk voor iedereen. Je hoeft geen klant van ons te zijn om slimmer en goedkoper met stroom om te gaan. Dat is precies hoe de energiemarkt zou moeten werken.” SLIMME AANSTURING VOOR IEDEREEN Iedere gebruiker profiteert via de NextEnergy app van slimme aansturing die automatisch zoveel mogelijk zonnestroom lokaal opslaat. Huishoudens met een dynamisch energiecontract – óók wanneer dat niet bij NextEnergy is afgesloten – kunnen daarnaast een extra slimme Prijsgestuurd modus gebruiken. In deze modus laadt de batterij automatisch op met netstroom tijdens goedkope uren en levert hij stroom terug aan het huishouden tijdens dure uren. Hierdoor besparen huishoudens ook wanneer de zon niet schijnt. Dankzij de slimme aansturing verdient de Terugverdien Batterij zich in ongeveer vier jaar terug. In combinatie met een NextEnergy energiecontract wordt dit een garantie: wanneer de batterij in dat geval jaarlijks minder dan € 250,- heeft bespaard, betaalt NextEnergy het verschil aan klanten uit tot de batterij is terugverdiend. BESPARING UIT TWEE DELEN Voor iedereen bespaart de batterij op twee manieren. Met een dynamisch energiecontract bespaar je via slimme aansturing op de beursprijzen, en door je opgewekte zonnestroom te verbruiken om zo minder energiebelasting te betalen. Met een vast of variabel contract bespaar je zo ook op de energiebelasting, en omdat je minder vaste terugleverkosten betaalt aan je leverancier door minder terug te leveren aan het net. Deze vaste terugleverkosten zijn sinds hun introductie in 2023 bijna jaarlijks gestegen, en kosten huishoudens soms honderden euro’s per jaar. NextEnergy plugin thuisbatterij, hoofd- en subbatterij.
• Oude, doorgezakte daken worden weer mooi recht. • Vrijdragende constructieve montage. • Water-/luchtdichte, dampopen isolatieschil. • Hoge RC-waarden t/m 9 (BCRG-ISSO gecertificeerd). • Leverbaar met geïntegreerde maatwerkoplossingen (bijv. overstekvoorziening, Avi-nestkast). • GRATIS nokafschuining en/of gootdetail t.b.v. afschuifregel. • Circulair: Indien gewenst kan restmateriaal retour genomen worden voor hergebruik. SlimFix RenoTwin bewi-isobouw.nl/SlimFixRenoTwin Constructief sterk | Dampopen | Circulair Leverbaar met handige kopgeveloverstekvoorziening Leverbaar met geïntegreerde Avi-nestkast Constructief sterke na-isolatie 250003365 - BEWI:ISOBOUW - Adv SlimFix Reno Twin 239x175 - V01.indd 1 30-10-2025 16:46 +31 (0) 320 28 56 10 www.asf-fischer.nl www.webshop.asf-fischer.nl verkoop@asf-fischer.nl
9 NUMMER 1 - FEBRUARI 2026 ACTUEEL Den Haag update Nieuws vanaf het Binnenhof AANGESCHERPTE MILIEUPRESTATIEEISEN De milieuprestatie-eisen voor gebouwen worden aangepast. Zo wordt de eis voor kantoren 15% scherper. Ook gaan er voor het eerst eisen gelden voor andere gebouwen, zoals scholen, winkels, zorginstellingen en fabrieken. Verder komt er een soepelere eis voor kleine woningen. Voor deze wijzigingen worden het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en de Omgevingsregeling (Or) aangepast. De gewijzigde regelgeving treedt op 1 juli 2026 in werking. Zowel de scherpere eis voor kantoren als de introductie van de eis voor andere gebouwen is in de praktijk te realiseren. Daarbij is er rekening gehouden met de toename van het aantal en de omvang van installaties in kantoorgebouwen de afgelopen jaren, die leiden tot een hogere milieubelasting. Voor de andere gebouwen is het niveau zodanig dat deze geen belemmering is voor de huidige bouwpraktijk. Met het gestelde niveau kan de markt ervaring opdoen met de milieuprestatie-eis voor dit soort gebouwen. GEEN STRENGERE EISEN WONINGEN Zoals aangekondigd in de kabinetsreactie op het eindrapport van de adviesgroep STOER geldt de aanscherping van de milieuprestatie-eis niet voor woningen. Strengere eisen voor woningen zouden in sommige gevallen extra stappen in ontwerp en materiaalkeuze vragen, wat de bouw duurder kan maken en langer kan laten duren. Omdat er snel veel woningen moeten worden gebouwd en deze betaalbaar moeten blijven, heeft de minister besloten om de regels voor woningen daarom nu niet aan te scherpen. Er komt zelfs een soepelere eis voor kleine woningen, een wens van de bouwsector. Hoeveel soepeler de eis is, hangt af van de oppervlakte van de woning; gemiddeld kan de eis 25% soepeler zijn. In kleine woningen zit relatief meer bouwmateriaal dan in een gemiddelde woning, waardoor de milieubelasting hoger uitvalt per m2 vloeroppervlakte. Daardoor zouden voor een kleine woning meer maatregelen nodig zijn om aan de eis te voldoen. BOUWBEDRIJVEN ZIEN HUN WINSTEN VERBETEREN In het vierde kwartaal 2025 gaf meer dan een kwart van de bouwers aan dat hun winstgevendheid was toegenomen. Dit is het hoogste percentage sinds 2019, vlak voor de coronacrisis. GOED GEVULDE ORDERBOEKEN Orderboeken van bouwers zitten vol. Bouwbedrijven hadden in november gemiddeld twaalf maanden aan werk in portefeuille. Dit is de grootste werkvoorraad sinds de start van de conjunctuurmeting van het EIB. Bouwbedrijven kunnen kieskeurig zijn en selecteren daarom alleen de meest winstgevende projecten waarvan de risico’s beperkt zijn. Grotere bouwbedrijven als BAM, Ballast Nedam, Dura Vermeer en Heijmans zijn ook terughoudender geworden bij het aannemen van grote risicovolle projecten. VOORAL MEER WINST DOOR HOGERE VERKOOPPRIJZEN Door de goed gevulde orderboeken kunnen bouwbedrijven ook hogere prijzen vragen. Het aantal bouwbedrijven dat in januari de prijzen wilde verhogen steeg dan ook verder tot boven de 50%. Vooral bedrijven in de infrasector hebben plannen om dit te doen. Deels hebben bedrijven hogere prijzen ook nodig om de hogere loonkosten te blijven dekken, al stijgen de kosten van bouwmaterialen nog maar nauwelijks. MAAR VOLUMEGROEI BLIJFT ACHTER Na de flinke krimp van het bouwvolume in 2024 (-2,9%) is het volume in 2025 met ongeveer 1% gestegen. Voor 2026 verwachten we een matige groei van 0,5%. De voortgang in de woningbouw valt tegen. De structurele knelpunten zijn een veelkoppig monster zoals een tekort aan bouwgrond, langdurige en complexe ontwikkeltrajecten, bezwaarprocedures, de stikstofproblematiek en netcongestie. De problematiek is complex BOUWMONITOR B&U en vraagt veel tijd en inspanning van het nieuwe kabinet om dit op te lossen. Maurice van Sante ING Research maurice.van.sante@ing.com Frank de Groot Hoofdredacteur BouwTotaal frank@handelsuitgaven.nl Upcyclecentrum voor 90% gebouwd uit hergebruikte materialen Utrecht zet een belangrijke stap richting een circulaire toekomst. Bouwbedrijf J.P. van Eesteren heeft in december 2025 voor UP, hét circulaire centrum en netwerk van de Domstad, het allereerste Upcyclecentrum in de stad opgeleverd. In het 350 vierkante meter grote complex kunnen inwoners alles leren over hergebruik en zo bijdragen aan een circulaire economie. Het Upcyclecentrum, gebouwd bij het Hof van Cartesius, is een project van de vestiging Verbouw, Onderhoud en Renovatie van J.P. van Eesteren in Houten. Het is gebouwd in opdracht van de Gemeente Utrecht. Het centrum biedt ruimte voor upcycling, reparatie en hergebruik van onder andere huishoudelijke apparaten, textiel en hout. Ook worden mensen opgeleid in circulair vakmanschap. Het Upcyclecentrum is voor meer dan 90 procent gebouwd met hergebruikte materialen. Zo is de gevelbeglazing afkomstig uit oude NS-treinen en zijn er ook houten spanten van een zoutopslag, sandwichpanelen van een tijdelijke loods van het Hof van Cartesius en perronplaten afkomstig van treinstation Maarn gebruikt. Eigenlijk zijn alleen de elektra en schroeven nieuw in verband met veiligheid. SOORT VAN ANDERSOM “Een hele andere manier van bouwen”, aldus Tim van Dijk, projectorganisator van J.P. van Eesteren. “Normaliter heb je het ontwerp en bestek en volgt daaruit welke materialen je moet bestellen. Nu ging het een soort van andersom. De materialen die beschikbaar zijn bepalen voor een deel het ontwerp.” Die bouwmaterialen kwamen overal vandaan. “Van bedrijven die gespecialiseerd zijn in gebruikte materialen, maar ook van Marktplaats. We hebben ook aardig wat producten kunnen hergebruiken die op andere projecten van J.P. van Eesteren over waren of niet meer gebruikt werden. Een voorbeeld is de bouwschutting die op de Rotterdamse Lijnbaan gebruikt werd om de verbouwing van de Nike-store af te schermen.” VEEL KARAKTER Volgens Van Dijk geeft het veel voldoening om op deze wijze te bouwen. “Zeker. De doelstelling was om de bouw met 75 procent hergebruikte bouwstoffen te realiseren. We zijn boven de 90 procent geëindigd. Op een gegeven moment wordt het haast een beetje een sport om te zorgen dat je overal een circulaire oplossing voor vindt. Bovendien is het daardoor een centrum geworden met heel veel karakter. Mooier dan als je alles nieuw had gemaakt, als je het mij vraagt.” “Daarnaast is ook zeker niet onbelangrijk dat door op deze circulaire manier te bouwen er 70.000 kilo aan CO2 bespaard is. Dat is 85 procent minder uitstoot ten opzichte van ‘traditionele’ nieuwbouw”, vult Nando Versteeg, programmacoördinator Duurzaamheid van J.P. van Eesteren aan. “Dat staat toch weer gelijk aan de uitstoot van 77 vluchten van Amsterdam naar New York.” TWEEDE, GROTER UPCYCLECENTRUM Samen met inwoners, ondernemers en partners wordt in het Upcyclecentrum – dat om de hoek ligt van het afvalscheidingsstation op de Tractieweg – toegewerkt naar een stad zonder afval in 2050. Maar daar stoppen de ambities niet. In 2026 gaat de bouw starten van een tweede, groter Upcyclecentrum van 800 vierkante meter bij het afvalscheidingsstation in Lunetten.
PLATFORM VOOR HEEL BOUWEND NEDERLAND 10 FISCALITEIT & SUBSIDIE Pseudo-eindheffing van 12% op fossiele personenauto’s Mobiliteit is onmisbaar in de bouw. Werknemers rijden dagelijks naar bouwplaatsen, klanten en projecten, vaak met een auto van de zaak. Vanaf 2027 geldt een pseudo-eindheffing van 12% op fossiele personenauto’s die door de werkgever ook voor privégebruik ter beschikking worden gesteld. TEKST: REDOUAN AMEZIANE, BELASTINGADVISEUR BIJ SCAB BEELD: AI - DOOR SCAB KERN VAN DE REGELING De pseudo-eindheffing bedraagt 12% per jaar en is verschuldigd door de werkgever als: 1. een personenauto ter beschikking wordt gesteld aan een werknemer (waaronder ook een DGA); 2. de auto fossiel of hybride is (dus geen volledig emissievrije auto); 3. de auto ook voor privédoeleinden mag worden gebruikt (woon-werkverkeer = privégebruik). De heffing wordt berekend over de waarde van de auto (meestal de catalogusprijs, inclusief BPM) en geldt per kalendermaand. Staat de auto in een maand ook maar één dag ter beschikking voor privégebruik, dan telt die hele maand mee. Belangrijk: de pseudo-eindheffing is een werkgeversheffing. Deze mag niet worden doorberekend aan de werknemer en komt volledig ten laste van het bedrijf. VANAF WANNEER GELDT DE PSEUDO-EINDHEFFING? De regeling geldt vanaf 1 januari 2027 en ziet op nieuwe terbeschikkingstellingen van auto’s vanaf die datum. Voor personenauto’s die al vóór 2027 aan een werknemer ter beschikking zijn gesteld, geldt een overgangsregeling tot 17 september 2030. Het overgangsrecht vervalt echter zodra sprake is van een nieuwe terbeschikkingstelling, bijvoorbeeld bij wisseling van werkgever of bij een andere auto. Voor bouwbedrijven die in 2026 het wagenpark vernieuwen of herstructureren, is dit dus een belangrijk aandachtspunt. WOON-WERKVERKEER: RUIM BEGRIP Voor de vraag of sprake is van privégebruik, sluit de regeling aan bij het begrip woon-werkverkeer, zoals dat in de btw wordt gebruikt. Dat begrip is ruimer dan vaak wordt gedacht. Van woon-werkverkeer is sprake bij het reizen tussen: • de woning of verblijfplaats van de werknemer, en; • de vaste werkplaats(en) waar de werknemer zijn werkzaamheden verricht. Daarbij geldt: • de middels overeenkomst overeengekomen vestigingsplaats van de werkgever (kantoor, loods, werkplaats) geldt als vaste werkplaats; • er kunnen meerdere vaste werkplaatsen zijn; • een vaste werkplaats hoeft niet permanent te zijn, maar kan ook voor een projectperiode gelden; • als een vaste werkplaats niet in een overeenkomst is overeengekomen, dan geldt dat alle reizen van en naar een bedrijfsadres van de ondernemer als woon-werkverkeer kwalificeren. Voor de pseudo-eindheffing wordt woon-werkverkeer altijd aangemerkt als privégebruik. Dat is een cruciaal verschil met hoe ondernemers hier in de praktijk vaak naar kijken. VOOR WELKE AUTO’S GELDT DE HEFFING? De pseudo-eindheffing geldt uitsluitend voor personenauto’s (categorie M1). Dat betekent: • wel: reguliere personenauto’s, SUV’s, hybride personenauto’s; • niet: bestelauto’s, vrachtwagens en andere voertuigen die niet als personenauto zijn geregistreerd. EN HET GRIJZE KENTEKEN? Auto’s met een grijs kenteken zijn in de regel bestelauto’s (N1). Deze vallen buiten de pseudo-eindheffing. Voor bouwbedrijven is dit relevant: veel service- en montagevoertuigen blijven daarmee buiten schot, zolang het inderdaad om een bestelauto gaat en niet om een als personenauto geregistreerd voertuig. FINANCIËLE IMPACT: REKENVOORBEELD De pseudo-eindheffing kan leiden tot aanzienlijke extra kosten voor de werkgever. In onderstaande tabel zie je een voorbeeld voor een fossiele personenauto die ook voor privégebruik (waaronder woon-werkverkeer) ter beschikking wordt gesteld. Voorbeeld tabel: financiële impact pseudo-eindheffing fossiele personenauto In het voorbeeld in de tabel is geen rekeninggehouden met heffingskortingen, inkomensafhankelijke effecten of andere persoonlijke omstandigheden van de werknemer. Het voorbeeld laat zien dat de pseudo-eindheffing kan uitgroeien tot een structurele en aanzienlijke kostenpost. PRAKTIJKSITUATIES IN DE BOUW 1. Werknemer rijdt direct van huis naar de klant. Denk aan servicemonteurs of onderhoudsmedewerkers die vanuit huis naar wisselende klantlocaties rijden. Als er geen vaste werkplaats is en de werknemer dagelijks naar wisselende locaties rijdt, is er in beginsel geen sprake van woon-werkverkeer. In dat geval kan het gebruik als zakelijk worden aangemerkt. Maar let op: als de auto mee naar huis gaat en er geen strikt gehandhaafd verbod op privégebruik is, loopt het bedrijf alsnog het risico dat de auto fiscaal als ‘voor privédoeleinden ter beschikking gesteld’ wordt gezien. 2. Werknemer rijdt van huis naar de bouwplaats. Dit is een veelvoorkomende situatie in de bouw en tegelijk een risicovolle. De fiscale beoordeling hangt af van de vraag of de bouwplaats kwalificeert als vaste werkplaats: • Werkt de werknemer gedurende langere tijd hoofdzakelijk op één projectlocatie? Dan ligt het voor de hand dat deze bouwplaats als vaste werkplaats geldt. De rit van huis naar de bouwplaats is dan woon-werkverkeer en dus privégebruik. • Gaat het om kortdurende of sterk wisselende projecten zonder vaste basis? Dan is eerder sprake van wisselende werkplekken en niet van woon-werkverkeer. In de praktijk kijkt de Belastingdienst vooral naar de feitelijke situatie: planningen, projectduur, werkopdrachten en interne communicatie. 3. Werknemer rijdt eerst naar kantoor of loods. Rijdt een werknemer met de auto van de zaak van huis naar het kantoor, Cataloguswaarde personenauto € 30.000 € 35.000 € 40.000 € 45.000 Extra belasting werknemer Loon in natura bijtelling (22%) € 6.600 € 7.700 € 8.800 € 9.900 Belastingpercentage 37,56% 37,56% 37,56% 37,56% Extra kosten werknemer € 2.479 € 2.892 € 3.305 € 3.718 Extra belasting werkgever Pseudo-eindheffing loonbelasting (12%) € 3.600 € 4.200 € 4.800 € 5.400 Btw-correctie privégebruik (forfait 2,7%) € 810 € 945 € 1.080 € 1.215 Extra kosten werkgever € 4.410 € 5.145 € 5.880 € 6.615 Kosten werknemer en werkgever per jaar € 6.889 € 8.037 € 9.185 € 10.333 Kosten werknemer en werkgever over 5 jaren € 34.445 € 40.186 € 45.926 € 51.667 LET OP: AFWIJKING VAN NORMALE LOONBELASTINGREGELS Voor de loonbelasting geldt woon-werkverkeer normaal gesproken als zakelijk gebruik. Voor de pseudo-eindheffing is dit expliciet anders. Voor deze specifieke regeling wordt woon-werkverkeer aangemerkt als privégebruik.
11 NUMMER 1 - FEBRUARI 2026 ACTUEEL Groen leidt tot forse besparing zorgkosten Snel verdiend Fiscaliteit & subsidie EVEN VOORSTELLEN: SCAB ACCOUNTANTS EN ADVISEURS Deskundig zijn, eenvoudig doen. Dat is Scab. Sinds 1973 zijn we er door en voor de bouw. Wij ondersteunen ondernemers uit de bouw en aanpalende sectoren op het gebied van accountancy, fiscaal advies, loonadministratie en personeelsadvies. Dat maakt ons met recht dé bouwspecialist binnen onze branche. Scab verzorgt daarom met veel plezier vier keer per jaar de financiële rubriek voor BouwTotaal. Kijk voor meer info op scabadvies.nl. de werkplaats of de loods van het bedrijf, dan is dit meestal woon-werkverkeer. De vestigingsplaats van de werkgever geldt namelijk per definitie als vaste werkplaats voor zover dit is overeengekomen. Als de auto ook mee naar huis mag, valt dit onder privégebruik en kan de pseudo-eindheffing van toepassing zijn. 4. De ondernemer met een eenmanszaak. Voor de IB-ondernemer (eenmanszaak of zzp’er) geldt de pseudo-eindheffing niet voor de auto die hij zelf gebruikt. De regeling is immers een loonheffing en ziet op de verhouding werkgever-werknemer. Heb je als eenmanszaak echter personeel en stel je aan werknemers een fossiele personenauto ter beschikking, dan kan de heffing wel degelijk aan de orde zijn. WANNEER IS SPRAKE VAN ‘TER BESCHIKKING STELLEN’? De wet kijkt niet alleen naar eigendom. Ook bij leaseauto’s, huurauto’s, poolauto’s of situaties waarin alle autokosten door de werkgever worden gedragen, kan sprake zijn van terbeschikkingstelling, als de werknemer feitelijk over de auto kan beschikken. PSEUDO-EINDHEFFING VOORKOMEN Hoe kun je de pseudo-eindheffing voorkomen? Voor bouwbedrijven zijn er in de praktijk drie routes: 1. Overstappen op emissievrije auto’s. Volledig elektrische auto’s en waterstofauto’s vallen buiten de regeling. Dit is fiscaal de meest zekere oplossing, maar vraagt uiteraard om investeringen en laadvoorzieningen. 2. Auto strikt zakelijk houden. Dit vereist méér dan een bepaling op papier. Nodig zijn onder meer: • een expliciet verbod op privé- en woon-werkgebruik; • fysieke en organisatorische maatregelen (bijvoorbeeld sleutelbeheer); • een sluitende rittenregistratie; • en daadwerkelijke controle en handhaving. Zonder handhaving is het risico groot dat de Belastingdienst privégebruik aanneemt. 3. Alternatieven voor de auto van de zaak. Denk aan kilometervergoedingen of mobiliteitsbudgetten. TOT SLOT De pseudo-eindheffing van 12% lijkt op het eerste gezicht een abstracte milieumaatregel, maar raakt de bouwpraktijk direct. Juist door projectmatig werken, wisselende bouwplaatsen en auto’s die mee naar huis gaan, lopen bouwbedrijven sneller tegen deze heffing aan dan zij misschien verwachten. Wie tijdig het wagenpark, het autobeleid en de feitelijke werkwijze onder de loep neemt, kan onaangename verrassingen voorkomen. 2026 is daarbij een cruciaal voorbereidingsjaar. MEER WETEN? SCAB HELPT! Heb je vragen naar aanleiding van dit artikel? Neem dan contact op met Redouan Ameziane, belastingadviseur bij Scab. Bel 013-583 6734 of stuur een mailtje naar rameziane@scabadvies.nl. We helpen je graag verder. Groene speelplaatsen in wijken besparen 23 miljard euro aan toekomstige zorgkosten, doordat overgewicht bij de jeugd wordt voorkomen. Bovendien is 220 miljoen euro minder nodig aan ADHD-medicatie. Vergroening van ziekenhuizen levert een jaarlijkse besparing op van 780 miljoen euro, omdat opnamen korter duren. Dit zijn slechts enkele inzichten van ‘Groen op de balans’, een nieuwe onderzoekspublicatie over de baten van groen. ‘Groen op de balans’ geeft inzicht in de maatschappelijke en economische baten van groen in de stedelijke omgeving. Het is ontwikkeld op initiatief van Koninklijke Vereniging van Hoveniers en Groenvoorzieners (VHG), Royal Anthos en LTO Bomen, Vaste planten en Zomerbloemen. Al deze organisaties zijn partner van De Groene Stad (degroenestad.nl). Met deze publicatie willen de initiatiefnemers politici, beleidsmakers, plan- en projectontwikkelaars, ontwerpers en opdrachtgevers ervan overtuigen dat investeren in vergroening van de leefomgeving ook grote economische waarde in euro’s oplevert. Onderzoeker Tom Bade van kenniscentrum Triple E, onderbouwt dit in deze publicatie ‘Groen op de Balans’ met inzichten en voorbeelden op maar liefst twaalf thema’s. Onder andere op het knellende woningbouwdossier; de netto opbrengst in euro’s van een groene invulling van de bouwopgave van 900.000 woningen bedraagt conservatief berekend structureel 28 miljoen euro per jaar aan OZB. WAARDEVOLLE INVESTERING Met de inzichten uit Groen op de Balans kunnen meer realistische kosten-batenanalyses worden opgesteld. Groen wordt daarmee niet langer gezien als een kostenpost, maar als een waardevolle investering, die een plek op de economische balans verdient. Hoe beter voor het groen wordt gezorgd, hoe meer het zijn waardevolle functies zoals waterberging, verkoeling en biodiversiteit kan vervullen. De baten van groen zijn bovendien vaak meervoudig: een boom legt CO2 vast, biedt verkoeling, houdt water vast, vangt fijnstof af en fungeert als ecologische corridor voor vogels en insecten. VHG-voorzitter John Koomen verwacht met de publicatie ook een andere groep beleidsmakers te bereiken: “De groep die vooral geïnteresseerd is in de economische argumentatie. Daar is de tijd nu ook rijp voor. We weten dat vergroenen belangrijk is voor een gezonde en prettige leefomgeving, maar beseffen nog onvoldoende wat het dan concreet oplevert. Met deze publicatie kunnen we de financiële investeringen in groen goed onderbouwen.” GROENE GROEI Op 22 januari 2026 is het eerste exemplaar van Groen op de Balans overhandigd aan minister Sophie Hermans van Klimaat en Groene Groei. Voor deze bewindspersoon is gekozen om te benadrukken dat groene groei zeker ook afkomstig is van het échte groen en het geborgd moet worden in de klimaatambities van Nederland. De publicatie zal verder actief onder de aandacht worden gebracht bij diverse stakeholders en de eigen achterban. De publicatie is beschikbaar via de websites van De Groene Stad, Koninklijke VHG, Royal Anthos en LTO Bomen, Vaste planten en Zomerbloemen. De digitale uitgave is kosteloos aan te vragen. De papieren editie is verkrijgbaar tegen kostprijs. Hoofdstuk uit Groen op de Balans: stedelijke bomen leveren grote maatschappelijke en economische waarde op, van gezondheid en verkoeling tot biodiversiteit en leefkwaliteit. Bron: Postzegelboom -Bomenstichting. Groen op de Balans: nieuwe inzichten in de maatschappelijke en economische baten van de Groene Stad.
voor de prefab bouw & industrie Laat je inspireren op celdex.nl Luchtdicht Thermisch isolerend Slagregendicht Geschikt voor prefabricatie Afdichtingssysteem
13 NUMMER 1 - FEBRUARI 2026 THEMA GEVELS & ISOLATIE Gevels: wat kan ik hergebruiken? Circulaire Geveleconomie De Circulaire Geveleconomie is een initiatief van vijf brancheorganisaties in de gevelbouw: de Vereniging Metalen Ramen en Gevelbranche (VMRG), Vereniging Kunststof Gevelelementenindustrie (VKG), Nederlandse Branchevereniging voor de Timmerindustrie (NBVT), Bouwend Nederland Vakgroep GLAS, Vlakglas Recycling Nederland (VRN) en Algemene Branchevereniging Hang- en Sluitwerk (VHS). AKKOORD CIRCULAIRE GEVELECONOMIE Op 1 februari 2024 heeft de gevelbranche met de Rijksoverheid het Akkoord Circulaire Geveleconomie getekend. Er zijn afspraken gemaakt over de ambities, doelstellingen en activiteiten richting 2030. Het streven is minimaal alle materialen in de kringloop van gevelelementen te behouden en bij voorkeur op dezelfde materiaalkwaliteit en waar mogelijk als geheel of in product(delen) te hergebruiken. Dat betekent dat we de kwaliteit van gevels zo hoog mogelijk moeten houden. Daarnaast moeten we gebouwen zo ontwerpen dat deze eenvoudig zijn te demonteren om producten ‘schoon’ te kunnen hergebruiken of recyclen. Ook is de inrichting van een hele retourlogistiek van belang. DOELEN Om te komen tot een landelijk beheersysteem voor gevels om de kringlopen te sluiten zijn de doelen: 1. Behoud van kwaliteit. Behoud van een zo hoog mogelijke kwaliteit van de gevels, gevelproducten en -materialen voor een volgende cyclus in de biologische en/of technische kringloop. Zo mogelijk maakt, dat wat onderdeel uitmaakte van de gevel, in een volgende cyclus weer onderdeel uit van de gevel. 2. Vervanging primair materiaal. Het gebruik van primaire materialen in producten voor (nieuwe of geoogste) gevels is in 2030 waar mogelijk vervangen door: • secundaire materialen en/of, • hernieuwbare grondstoffen en/of, • hergebruik van gevels of gevelproducten. 3. Inzet in een volgende cyclus. Ten aanzien van grote onderdelen van gevels, gevelproducten en gevelmaterialen na het eind van de levensduur van gevels (uit bestaande voorraad) is het doel in 2030: • Voor herwinbare materialen: gemiddeld 90% recyclen of hergebruiken. • Voor hernieuwbare materialen: een aanvang met cascaderen en/of hergebruik. 4. CO2-reductie en klimaat impact. Een CO2-reductie van 200 kton CO2-eq per 2030 ten opzichte van het scenario ‘ongewijzigd handelen’ zoals vastgesteld in 2019. Het vrijkomen van gevelmaterialen kan het gevolg zijn van de sloop van een gebouw, gevelvervanging of ingrijpend onderhoud. Wat zijn de mogelijkheden van hergebruik van gevelmaterialen van hout, aluminium, kunststof of staal? Wat kunnen we met vlakglas, hang- en sluitwerk en dorpels? De kenniskaarten van de Circulaire Geveleconomie geven inzicht in het sluiten van de kringlopen in de gevelsector. Een onderdeel daarvan is hergebruik na sloop. TEKST: ING. FRANK DE GROOT De kenniskaarten van de Circulaire Geveleconomie (zie kader) bieden inzichten, praktische stappen en concrete ‘quick wins’ om vandaag al circulair aan de slag te gaan. Elke kaart is ontwikkeld om ontwerpers, producenten, gevelmontagebedrijven en opdrachtgevers te helpen met keuzes die bijdragen aan een toekomstbestendige gevel. OVERZICHT KENNISKAARTEN • Introductie Circulaire Economie. In de introductiekaart wordt besproken hoe de Circulaire Geveleconomie werkt aan een landelijk retoursysteem voor gevels, waarin producenten en ketenpartners samen de verantwoordelijkheid nemen om gevels circulair te ontwerpen, gebruiken en hergebruiken. • R-Ladder. In de kenniskaart over de R-ladder wordt uitgelegd hoe je met strategische keuzes circulair kunt omgaan met gevelelementen, van Refuse tot Recover. • Kringloopkaarten hout, aluminium, kunststof, staal, vlakglas, hang- en sluitwerk en dorpels. In deze kenniskaarten over de kringloop van diverse materialen wordt de technische kringloop uitgelegd en hoe je circulair kansen kunt benutten. • Kenniskaart oppervlaktebehandeling. In deze kenniskaart over coatings lees je hoe verschillende soorten oppervlaktebehandelingen, van metallische, organische en anorganische deklagen, bijdragen aan het verlengen van de levensduur van gevelelementen. • Kenniskaart Circulair Ontwerpen. In deze kenniskaart lees je hoe zes ontwerpstrategieën bijdragen aan circulair bouwen Strategie R-ladder Toelichting voor de gevel Refuse Afzien van producten Daglichttoetreding of een gevelopening overbodig maken door van de functie van het product af te zien, of die op een radicaal ander manier te leveren. Rethink Productgebruik intensiveren Bijvoorbeeld door te delen (gevel-as-a-service) of producten multifunctioneel te maken. Reduce Product efficiënter fabriceren Door minder materiaal te gebruiken of te verliezen bij fabricage, of het materiaalgebruik efficiënter te maken door slim ontwerp van gevelsystemen. Re-use Hergebruik in dezelfde functie Het hergebruiken van gevelelementen of gevelproducten die nog voldoen aan de huidige prestatie-eisen. Hergebruik vindt plaats op dezelfde of een andere bouwlocatie. Repair Reparatie en onderhoud Correct schoon houden, tijdige reparatie of vervanging van onderdelen zoals hang- en sluitwerk en rubbers verlengt de levensduur van een gevel. Refurbish Opknappen of moderniseren Het opknappen of updaten van een gevelelement zodat het nog lang kan functioneren. Remanufacture Onderdelen van afgedankt product gebruiken Onderdelen uit een oud gevelelement of product gebruiken bij fabricage van een nieuw product met dezelfde functie. Repurpose Hergebruik in andere functie Bijvoorbeeld kozijnen, deuren of onderdelen ervan, gebruiken voor een andere functie, zoals toepassing in binnenwandopeningen of meubilair. Recycle Verwerken en hergebruiken materialen Oude gevel(delen) of producten geheel of gedeeltelijk verwerken tot een materiaal voor een nieuw product, al dan niet met dezelfde functie: Upcycling Door verbetering van kwaliteit en prestaties is het materiaal inzetbaar voor dezelfde functie en meer. Recycling Door behoud van kwaliteit en prestaties is het materiaal weer voor dezelfde functie inzetbaar. Downcycling Door verlies van kwaliteit en prestaties is het materiaal niet meer voor dezelfde functie inzetbaar. Recover Verbranden van materialen Idealiter zo min mogelijk, maar als onontkoombaar dan met inzet van het terugwinnen van energie. Verbranden is geen doelstelling van de Circulaire Geveleconomie. R-ladder De Circulair Geveleconomie hanteert onder andere het model van de ‘R-ladder’. Deze bestaat uit tien basis strategieën die in het Engels allemaal met een R beginnen. Daarbij is Refuse de beste circulaire oplossing en Recover de minst gewenste oplossing. Foto: Wicona. en het verlengen van de levensduur van gevelelementen. • Praatplaat. In deze kenniskaart lees je hoe bedrijven met circulaire strategieën uit de R-ladder concreet aan de slag kunnen in samenwerking met hun hele keten. Kenniskaarten downloaden? Ga naar: https://circulairegeveleconomie.nl/kennis-delen/
www.bouwtotaal.nlRkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=