PLATFORM VOOR HEEL BOUWEND NEDERLAND 22 Ruim 15% CO2-emissiereductie door energiemonitoring De overheid streeft na om in 2050 CO2-neutraal te zijn. Veel prognoses zijn gebaseerd op BENG- en energielabelberekeningen, terwijl het werkelijke energiegebruik daar nogal eens van afwijkt. Relevant is dat de beoogde energiebesparingen na renovatie niet alleen op papier worden bereikt, maar ook in de praktijk. Dat kan anders zorgen voor onnodig hoge CO2-emissies, hogere energierekeningen en flinke herstelkosten. Door energiemonitoring kun je de afwijkingen tijdig opsporen en zelfs een aantal oorzaken achterhalen. Hiermee is al snel 15% CO2-reductie te behalen. TEKST: ANNEMARIE WEERSINK, CHRISTIAN STRUCK (LECTORAAT SUSTAINABLE BUILDING TECHNOLOGY, SAXION) EN EDWIN VAN KESSEL (BENEXT) BEELD: SAXION, BENEXT In 2050 moeten alle woningen van het aardgas af zijn en tot 2030 moeten de eerste 1,5 miljoen bestaande woningen zijn verduurzaamd om CO2-beleidsdoelstellingen uit het Klimaatakkoord te halen[1]. In 2024 was nog maar 11,2% van de 8,3 miljoen woningen[2] aardgasvrij[3]. Omdat 75% van de benodigde woningvoorraad in 2050 er nu al staat, zijn er circa 200.000 energierenovaties per jaar nodig om de doelstelling CO2-neutraal in 2050 te kunnen halen. Uit onderzoek[4] en analyses van praktijkmetingen van onder andere BeNext, valt te concluderen dat beoogde energieprestaties lang niet altijd worden gerealiseerd. Voor de performance-gaps zijn diverse potentiële oorzaken aan te wijzen, zoals berekeningsfouten, suboptimaal presterende installaties, foute regelingen, slechte isolatie/kierdichting en bewonersgedrag. Inzicht in het verschil tussen vooraf verwachte en werkelijke energieprestaties in de praktijk maakt tijdig ingrijpen in geval van suboptimaal presteren mogelijk. Eenmaal hersteld, werkt het effect daarvan nog jaren daarna positief door op de CO2-emissies. VERSCHILLEN IN THEORIE EN PRAKTIJK Waardevolle leerervaringen zijn afgelopen jaren opgedaan met nulopdemeter (NoM) energierenovaties met vergaande energiebesparingsmaatregelen. Denk aan extra isolatie, goede kierdichting, zeer energie-efficiënte installaties (warmtepompen, warmteterugwinning, lage temperatuurverwarming) en zonnepanelen. Bij NoM-renovaties investeert de verhuurder in vergaande energiemaatregelen en tegenover de hogere maandhuur staat een navenant lagere energierekening. Via verplichte bemetering en monitoring wordt in de gebruiksfase vastgesteld of die beoogde doelen worden gehaald. Continu verzamelen en analyseren van energiedata maakt daarmee tijdig signaleren en reageren op (forse) afwijkingen mogelijk. Voorbeelden zijn een te hoog elektriciteitsverbruik van warmtepompen, te lage opbrengst van PV-panelen of een proportioneel hoog verbruik aan warmtapwater. MULTIPLIER EFFECT DOOR MONITORING BeNext stelde al eerder vast op basis van de metingen dat die ingrepen en adviezen aan bewoners in het eerste jaar, gemiddeld meer dan 15-20% energiebesparing oplevert in de NoM-woningen. Dit voordeel werkt vervolgens ook in de jaren daarna door. Dat betekent dus een multipliereffect voor de CO2-emissiereductie. Met al relatief eenvoudige energiemonitoringssystemen zijn diverse oorzaken die leiden tot verhoogd energiegebruik en fouten van installaties vroegtijdig op te sporen. Er werd een relatief eenvoudige aanpak ontwikkeld in het kader van het project Track&Trace. Voor een woning wordt het werkelijke energiegebruik volgens de smartmeter vergeleken met vooraf berekende energiegebruik. Dit geeft een eerste indicatie of er grote afwijkingen zijn. Verdiepende analyses van het energiegebruik en installatierendementen en bewoner gerelateerde aspecten kunnen vervolgens een beeld geven van achterliggende oorzaken met gebruikmaking van monitoringsdata. Denk aan niet goed ingestelde of disfunctionerende warmtepompen en zonnepanelen. Maar ook overmatig frequent of lang douchegebruik en (te) hoge thermostaatstanden. Vaak zorgt aanpak van die problemen ook nog eens voor comfortwinst voor de bewoner of (energie)kostenbesparing. ENERGIEGEBRUIK IN THEORIE EN PRAKTIJK In het project ‘Track&Trace energieprestaties van woningen’ verrichtten Saxion en HAN onderzoek naar nieuwe mogelijkheden in een poging om theoretische en werkelijke energieprestaties van woningen en installaties te traceren via blackbox en whitebox modelling. Beperkte datasets met datum/tijd, smartmeterdata, KNMI-klimaatdata, binnentemperatuur, energiegebruik van de warmtepomp, (soms) CO2-data en warmtapwaterflow zijn daarvoor ingezet. Met door Saxion en HAN voor dit doel ontwikkelde analysemodellen (RC-model en Prophet[5] zijn via blinde analyse energetische verbeterpunten getraceerd. Dat was mogelijk door vergelijking van kengetallen uit energiedata met theoretische waarden en via grafieken die trends inzichtelijk maken (figuur 1). Te denken valt bij kengetallen aan het elektriciteitsverbruik of energieproductie per tijdseenheid of per vierkante meter, het 24h-verloop van de binnentemperatuur of het warmtapwaterverbruik uitgedrukt in aantallen gemiddelde douchebeurten. Soms zijn meer energiedata uit de warmtepomp beschikbaar waarmee het energetische rendement, de (seizoens)COP, valt te herleiden. Gemeten CO2-concentraties, hoewel niet altijd beschikbaar, kunnen een indicatie geven van de ventilatiekwaliteit. De combinatie van binnen- en (KNMI) buitentemperaturen geven een indicatie over het thermisch comfort/thermostaatstand in de woning in perioden met warmte- en koelbehoefte (figuren 2 en 3, woning AH). De combinatie van de KNMI-weergegevens en de binnentemperatuur geeft een beeld van temperatuurinstellingen in de woonkamer en op de verdieping overdag en in de Dataverzameling, energiemonitoring en analyse. Foto: BeNext. Figuur 1. Boxplots gemeten temperaturen binnen in januari en februari 2024 van 0-24 uur. Temperaturen zijn stabiel en vrijwel altijd hoger dan 20°C in de woonkamer (geel) en op de verdieping (rood) en KNMI-weerdata. Figuur 2. Binnentemperatuur woonkamer versus de buitentemperatuur in zomer/winter (24h). Dag en nacht is de temperatuur hoog in de winter in de woonkamer.
RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=