BouwTotaal 02 - 2026

NUMMER 2 | JAARGANG 23 | APRIL 2026 PLATFORM VOOR HEEL BOUWEND NEDERLAND BOUWTOTAAL Pag. 23 BEZOEK OOK DE WEBSITE WWW.BOUWTOTAAL.NL THEMA DAKEN & HOUTBOUW TOPKWALITEIT ALUMINIUM DAK- EN GEVELPRODUCTEN Gerecyclede dakpan met sedum beplanting ALTIJD OP DE HOOGTE VAN HET LAATSTE BOUWNIEUWS? SCAN DE QR-CODE EN MELD U AAN VOOR ONZE GRATIS NIEUWSBRIEF!

WWW.PREFA.NL WATEROVERLAST PROBLEEM? VOORKOM HET MET PREFA HOOGWATER BESCHERMING SYSTEEM! ONTDEK NU OOK DE PREFA HOOGWATER BESCHERMING SYSTEEM

3 NUMMER 2 - APRIL 2026 ACTUEEL Verzekerbaarheid houtbouw Het niet meenemen van het verzekeringsperspectief in ontwerp- en materiaalkeuzes kan later verstrekkende gevolgen hebben. Denk aan aanvullende eisen, hogere premies of beperkingen in dekking of zelfs voor verzekerbaarheid in de operationele fase, na oplevering. Dat stelt verzekeraar Aon in de nieuwste whitepaper, naar aanleiding van de opkomst van houtbouw. Lange tijd konden we in Nederland rustig achterover leunen bij nieuwbouw, zolang deze maar aan de bouwregelgeving voldeed. Maar nieuwe bouwmethoden brengen nieuwe risico’s met zich mee en dan gaan vooral verzekeraars zich met die risico’s bemoeien. Vooral brandveiligheid is een hot item. Denk aan de gevelbrand bij de Grenfell Tower in Londen (2017) en een appartementencomplex in Valencia (2024). Hierbij vielen tientallen doden. Sindsdien zijn verzekeraars in het Verenigd Koninkrijk – en navolgende ook in andere landen - heel alert op nieuwbouw. Voldoe je weliswaar aan de bouwregelgeving, maar niet aan de strenge brandveiligheidseisen van de verzekeraars dan gaat de premie enorm omhoog, of wordt een gebouw domweg onverzekerbaar. Ook in Nederland worden verzekeraars steeds kritischer. Denk daarbij ook aan de branden de afgelopen jaren bij duurzaam geïsoleerde bestaande woningen. Of wat te denken van de discussie in 2020 en 2021 van ijsstadion Thialf met verzekeraars vanwege een te groot brandrisico van zonnepanelen die op het dak waren aangebracht, in combinatie met het gebruikte isolatiemateriaal EPS. IJsstadion Thialf schakelde in juni 2020 alle zonnepanelen op het dak uit, omdat de brandverzekering door de verzekeraar werd opgezegd op basis van het hoge risicoprofiel. Dan kun je nog aan de bouwregelgeving voldoen, maar een onverzekerbaar gebouw is onbruikbaar. Kom ik terug bij de whitepaper ‘De specifieke risico’s van massieve gestapelde houtbouw’ van Aon. En dat gaat niet alleen over brandgevaar, maar ook de risico’s van bijvoorbeeld vocht en ongedierte. “Het vroegtijdig betrekken van verzekeringsadviseurs, het gebruik van bestaande en nieuwe toetsingskaders en het regelmatig actualiseren van maatregelen zijn daarom cruciale stappen om risico’s beheersbaar te maken”, aldus Aon. En daar sluit ik me volledig bij aan. Denk en handel verder dan alleen de bouwregelgeving! INHOUD COLUMN ING. FRANK DE GROOT 16 28 04 Snel Gebouwd Modulaire uitbreiding tbs-kliniek 05 Bouwvisie De vier V’s van een bouwplaats 06 Actueel Losmaakbare architectuur 09 Actueel Den Haag Update en Bouwmonitor 15 Snel verdiend BTW verleggen in de bouw THEMA DAKEN 16 Daken Dakraam als klimaatregelaar 23 Daken Gerecyclede dakpan met sedum 25 Daken Meerlaagse isolatiefolie 27 Daken Zelfklevende daksystemen THEMA HOUTBOUW 28 Houtbouw Van idee tot sleutel 30 Houtbouw Aon: verzekerbaarheid houtbouw onder druk 31 Houtbouw Lucht- en slagregendicht modulair bouwsysteem EN VERDER 33 Tools Accu met 50% meer vermogen 34 Tools BouwTotaal Test: DEWALT DCD803 35 Tools BouwTotaal Test: Kerbo van Borgh 36 Prefab Ribben- en combinatievloer 37 Bouwfouten “Maar het is nog niet af…” 38 Kwaliteitsborging ERM- en KOMO-certificatie 39 Kwaliteitsborging Identificatie houten deuren 40 Bouwkosten Gootoverstek timmeren 42 Slim Ruimtegebruik Roma’s slaapkamer 45 Bouwhelden Werkvoorbereider Robin Bruins 47 Afbouw Praktijkoplossingen Onthechting pvc-vloer 48 Afbouw Tegelprofielen aanpassen aan tegeldesign 48 Afbouw Tips Kies ik voor epoxy of cement voegen? 54 Productnieuws Nieuws Leer tekenen in CAD! www.cadcollege.nl BouwTotaal_2026.2.indd 1 5-2-2026 15:12:22 advertentie

PLATFORM VOOR HEEL BOUWEND NEDERLAND 4 Snel gebouwd De kracht van prefab Modulaire uitbreiding van operationele tbs-kliniek De modulaire uitbreiding van een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) in Poortugaal is begin dit jaar succesvol opgeleverd. Daarmee zijn aan FPC De Kijvelanden 27 extra behandelplekken toegevoegd, binnen een volledig operationele en beveiligde tbs-omgeving. Adapteo verzorgde de modulaire bouw en kon hiermee de bouwtijd flink verkorten.  De uitbreiding van FPC de Kijvelanden speelt in op de groeiende druk binnen de forensische zorg, waar de behoefte aan extra capaciteit groot is en tegelijkertijd hoge eisen worden gesteld aan veiligheid, beheersbaarheid en continuïteit van zorg. TEKST: ING. FRANK DE GROOT / ADAPTEO BEELD: ADAPTEO Bij FPC de Kijvelanden, van zorgverlener Fivoor, kunnen mensen terecht voor behandeling, nadat de rechter een tbs-maatregel (met dwangverpleging) heeft opgelegd. Op 2 maart 2026 konden de eerste patiënten hun intrek in de nieuwe behandelomgeving. De uitbreiding speelt in op de groeiende druk binnen de forensische zorg, waar de behoefte aan extra capaciteit groot is en tegelijkertijd hoge eisen worden gesteld aan veiligheid, beheersbaarheid en continuïteit van zorg. In de tbs-zorg wachten naar schatting 270 tbs-gestelden in penitentiaire inrichtingen op een plek in een kliniek. Extra capaciteit is noodzakelijk, maar het realiseren van nieuwe behandelruimte binnen een functionerende tbs-instelling vraagt om uiterste zorgvuldigheid. Forensische zorg stelt specifieke eisen aan gebouwen, met name op het gebied van veiligheid, robuustheid en beheersbaarheid. Tegelijkertijd vraagt bouwen bij een bestaande, beveiligde omgeving om maximale controle over logistiek en uitvoering. Adapteo Benelux, gespecialiseerd in modulair bouwen, wist binnen de strenge eisen in twaalf maanden twee semipermanente gebouwen met twee bouwlagen te produceren (drie maanden) en plaatsen (negen maanden). De nieuwbouw bestaat uit 120 units en heeft een vloeroppervlakte van 2.000 m2. ZORGVULDIGE UITVOERING Door de modulaire bouwmethode kon een groot deel van het gebouw onder geconditioneerde omstandigheden worden geproduceerd. Dit zorgde voor voorspelbaarheid in kwaliteit en technische afstemming. De plaatsing en afbouw op locatie zijn vervolgens gefaseerd uitgevoerd binnen de beveiligde perimeter van het terrein, waarbij de dagelijkse zorg tijdens de bouw volledig ononderbroken is gebleven. Juist die continuïteit was essentieel: cliënten behielden hun vertrouwde omgeving en ritme, terwijl zorgprofessionals hun werkzaamheden zonder verstoring konden voortzetten. Philippe Pfeiffer, Managing Director van Adapteo Benelux, benadrukt dat het in de forensische zorg niet alleen draait om extra vierkante meters, maar om zorgvuldigheid en betrouwbaarheid. “Je bouwt in een omgeving waar veiligheid en continuïteit vooropstaan. Waar we bij scholen en kinderopvang focussen op inbraakwerende oplossingen, realiseren we in de forensische zorg juist uitbraakwerende voorzieningen. Dat vraagt om meer dan bouwkundige kennis; het vraagt om een betrouwbare partner. Met modulaire bouw kunnen we capaciteit toevoegen op een manier die past bij die context: gecontroleerd en in goede samenwerking.” OPBOUW UNITS De nieuwbouw is gerealiseerd met een modulaire bouwmethode waarbij het gebouw is opgebouwd uit afzonderlijke units. Deze units hebben een staalconstructie met een betonvloer waarin vloerverwarming is geïntegreerd. De hoofddraagconstructie bestaat uit kolommen en liggers, terwijl de binnen indeling is gerealiseerd met niet-dragende systeemwanden. Daardoor blijft de indeling flexibel en kunnen ruimtes in de toekomst relatief eenvoudig worden aangepast. Installaties, zoals elektra en ventilatie, zijn ondergebracht in een verlaagd systeemplafond. Dat vereenvoudigt onderhoud en toekomstige wijzigingen. In een omgeving als die van FPC de Kijvelanden staat veiligheid centraal. Daarom zijn systeemwanden toegepast met weerstandsklassen RC3 en RC4. Deze strenge weerstandsklassen zijn uniek in de modulaire bouw. Weerstandsklassen, ook wel Resistance Classes (RC) genoemd, geven aan hoe goed een deur of kozijn bestand is tegen inbraakpogingen. Bij dit project betreft het vooral uitbraakpogingen. De klassen variëren van RC1 tot RC6. Hoe hoger de klasse, hoe beter het product beschermt tegen verschillende vormen van inbraak. RC4 biedt bijvoorbeeld beveiliging tegen professionele inbrekers. Ook de raam- en deurkozijnen voldoen aan gecertificeerde RC3- en RC4-klasseringen voor in- en uitbraakwerendheid. Deze gecertificeerde systeemoplossingen zorgen ervoor dat zowel de afsluitbaarheid als de veiligheid van ruimtes op een hoog niveau geborgd is. GEBOUW BLEEF OPERATIONEEL Een belangrijk voordeel van de modulaire aanpak is dat het nieuwe gebouw kon worden gerealiseerd terwijl het bestaande pand op het terrein operationeel bleef. Door de bouw met geprefabriceerde units kon de bouwtijd bovendien aanzienlijk worden verkort ten opzichte van traditionele bouwmethoden, terwijl wel een volwaardig en kwalitatief hoogwaardig gebouw is gerealiseerd. De modulaire opzet biedt daarnaast flexibiliteit voor toekomstige aanpassingen of veranderende capaciteitsbehoeften.  De units hebben een staalconstructie met een betonvloer waarin vloerverwarming is geïntegreerd.  De 120 units zijn in slechts drie maanden geproduceerd.

5 NUMMER 2 - APRIL 2026 ACTUEEL In de politiek zijn we dol op stoere taal. Het is dan ook niet verrassend dat de nieuwste reddingsboei voor de woningmarkt de afkorting STOER heeft meegekregen: Schrappen Tegenstrijdige en Overbodige Eisen en Regelgeving. Het klinkt alsof er een politieke sloophamer door het oerwoud van de Omgevingswet gaat. En laten we eerlijk zijn: die sloophamer is meer dan welkom. Wie tegenwoordig een woningbouwproject van de grond wil tillen, moet een halve bibliotheek aan regelgeving op de achterbank meeslepen. Toch bekruipt me bij elk nieuw programma een ongemakkelijk gevoel. Want hoe hard je ook slaat met die sloophamer, de praktijk is weerbarstiger. In de bouw kampen we met een dieperliggend probleem dat zich niet zomaar laat wegschuren. Ik noem het de vier V’s: Voorspelbaarheid, Vereenvoudiging, Vertrouwen en Verwachting. Laten we beginnen bij Voorspelbaarheid. In de bouw rekenen we in decennia. Een project van de eerste schets tot de uiteindelijke sleuteloverdracht duurt in dit land al snel tien jaar. De politiek daarentegen rekent in termijnen van vier jaar. We hebben een overheid nodig die niet telkens de spelregels verandert tijdens de wedstrijd. Of het nu gaat om stikstofnormen of technische eisen: stop met het jojo-beleid. Rust in de tent geeft de sector de stabiliteit die nodig is om te investeren. Een visie moet langer meegaan dan een coalitieakkoord. Dan de Vereenvoudiging. STOER is een begin, maar het is dweilen met de kraan open als we de ‘incidentpolitiek’ niet aanpakken. Zodra er ergens iets misgaat – een balkon dat verzakt of een isolatiemateriaal dat tegenvalt – schiet de reflex in de kramp. “Dit mag nooit meer gebeuren”, roepen we in koor, waarna er onmiddellijk een nieuwe laag regels wordt uitgestort. Deze risico-regelreflex creëert een verstikkende schijnveiligheid. We regelen de sector letterlijk de vernieling in omdat we elk risico willen dichtvinken. Daarvoor is de derde V cruciaal: Vertrouwen. Vertrouwen betekent volgens mij ook accepteren dat er weleens iets fout mag gaan. Dat klinkt eng, maar het is de enige weg uit de juridische loopgraven. Als we elke fout beantwoorden met een nieuw wetboek, bouwen we straks alleen nog maar dikke dossiers in plaats van betaalbare huizen. We moeten terug naar een basisvertrouwen in het vakmanschap van de bouwer, in plaats van alles te willen controleren met een leger aan inspecteurs. De laatste V is misschien wel de lastigste: Verwachting. We hebben de maatschappij wijsgemaakt dat iedereen over alles een vetorecht heeft. Natuurlijk moeten buren meepraten, maar participatie is inmiddels verworden tot een eindeloze vertragingstactiek. De buurtWhatsApp stroomt al over van de bezwaren voordat de eerste bouwtekening definitief is. We moeten de verwachtingen managen: participatie is meedenken aan de voorkant, maar het betekent niet dat je de voortgang van een heel land kunt gijzelen omdat je uitzicht verandert. Stop met de illusie dat we de wereld zonder risico kunnen dichtregelen. Heb het lef om die stoere sloophamer te gebruiken. Maar heb vooral de ruggengraat om niet in de kramp te schieten bij het eerste het beste incident. Bouwen is voor mij vooruitkijken met een rechte rug. Dat gaat een stuk makkelijker als je niet constant over je eigen regelgeving struikelt. Arap-John Tigchelaar, wethouder gemeente Ermelo De vier V’s van een bouwplaats BOUWVISIE ARAP-JOHN TIGCHELAAR Innovatieve energievoorziening bij vol stroomnet Bouwbedrijf Heijmans introduceert een innovatieve energievoorziening bij gebiedsontwikkeling IJsseloevers in IJsselstein. Deze integrale energievoorziening is in samenwerking met regionale netbeheerder Stedin en de provincie Utrecht tot stand gekomen. De voorziening zorgt ervoor dat deze gebiedsontwikkeling mogelijk is ondanks beperkingen vanwege netcongestie. Het is de eerste keer dat op deze schaal – voor 560 woningen – zo’n gecombineerde energievoorziening wordt toegepast. Het gaat om een collectief warmtesysteem en het opladen van elektrische auto’s. Dit kom samen op één centraal punt in een energie- en parkeerhub en achter één netaansluiting. Heijmans, Stedin en provincie Utrecht hebben het afgelopen jaar samengewerkt aan deze oplossing. Dankzij deze pilot blijft gebiedsontwikkeling in IJsselstein mogelijk en kunnen in IJsselstein de nieuwe woningen en de laadpalen worden aangesloten op het net. Iets wat anders niet mogelijk was geweest. Gedeputeerde Rob van Muilekom van de provincie Utrecht: “Wij zijn heel blij met deze publiek-private samenwerking met Heijmans en Stedin. Door onze kennis te bundelen kunnen we er samen voor zorgen dat er netbewust gebouwd kan worden. Hoewel het nog geen wettelijke verplichting is, laat Heijmans met dit project zien dat het mogelijk is om te blijven bouwen én ons energiesysteem toekomstbestendig te maken.” ENERGIE-PARKEERHUB Centraal in de duurzame energievoorziening staan twee zogeheten ‘energie-parkeerhubs’. In en rondom die gebouwen worden lokale energieopwekking, buffering en een collectieve warmtevoorziening gecombineerd. Onder de parkeerhub wordt een warmtebuffer gerealiseerd. Daarnaast komen er batterijen die de lokaal opgewekte zonnestroom tijdelijk kunnen opslaan. Door deze onderdelen slim te sturen, kan de spits op het elektriciteitsnet worden vermeden. Hiermee wordt de piekbelasting op het net sterk verminderd. Deze aanpak past binnen de landelijke ontwikkelingen rond netbewuste nieuwbouw, maar is nog niet netneutraal. “Netbewuste nieuwbouw is een belangrijke schakel om het volle stroomnet in de regio Utrecht aan te pakken én om de woonopgave in Nederland mogelijk te blijven maken. Met dit soort innovatieve concepten uit de markt kunnen we meer woningen blijven realiseren tegen een beperkte belasting van het net”, zegt Warmold ten Zijthoff, regiodirecteur provincie Utrecht bij Stedin. Met de recente berichtgeving over een mogelijke aansluitstop in Utrecht is in de toekomst, ondanks verschillende maatregelen, nog meer netonafhankelijkheid nodig. Stedin en Heijmans hebben de ambitie deze aanpak verder door te ontwikkelen en ook in andere gebieden in Nederland toe te passen. NETBEWUSTE STURING De grootste huishoudelijke verbruikers zijn de warmtevoorziening en het opladen van elektrische auto’s. Door die centraal te organiseren in een energie- en parkeerhub die op hemelsbreed honderd meter van de woningen staat, is meer netbewuste sturing mogelijk: als er veel warmte wordt opgewekt, moet het laden worden beperkt en andersom. Op spitsmomenten maken bewoners eerst aanspraak op de capaciteit van de warmtebuffer en batterij. Dit is zo’n één derde van de tijd. Door het integrale systeem wordt geborgd dat de onderdelen nooit tegelijkertijd het net belasten tijdens de piekmomenten. Heijmans zorgt hierbij voor de aansturing zodat het systeem binnen de gestelde stroomverbruik limieten blijft. Toekomstige bewoners zullen hier geen last van ervaren. De woningen zelf krijgen namelijk gewoon een reguliere aansluiting, zodat er stroom is om bijvoorbeeld te wassen en koken.  Illustratie van de werking van de energievoorziening.

PLATFORM VOOR HEEL BOUWEND NEDERLAND 6 CO2-uitstoot omlaag met losmaakbare architectuur Partners • primaire opdrachtgever: Rijksvastgoedbedrijf • contractuele opdrachtgever / ontwikkelaar: DPCP (Du Prie en cepezedprojects) • interieurontwerp: cepezedinterieur • constructies: IMD Raadgevende ingenieurs • installaties: Ingenieursbureau Linssen • bouwfysica, akoestiek & duurzaamheid: LBP Sight • hoofdaannemer: Du Prie Bouw en ontwikkeling • e-installateur: Schoonderbeek • w-installateur: Putman • staalconstructie: Dijkstaal • gevels: Willemsen Veenendaal • fotokunstwerk achterwand rechtzaal: Marjan Teeuwen • tweede opdrachtgever: dpcp/ groothuis bouwgroep • tweede eigenaar: HMO De nieuwe Techbank op de universiteitscampus van Enschede maakt een duurzame belofte waar. Het gebouw werd tien jaar geleden compleet losmaakbaar ontworpen als tijdelijk onderkomen voor de Rechtbank Amsterdam. De bedoeling was het gebouw na zes jaar te demonteren en elders weer op te bouwen. In zijn tweede leven - na een periode in de opslag - is het een kennislab. BEELD: LUCAS VAN DER WEE, TENZIJ ANDERS VERMELD. Vanwege de grootscheepse nieuwbouw van de Rechtbank Amsterdam had de hoofdstad in 2016 behoefte aan een tijdelijk rechtbankgebouw. De opdrachtgever, het Rijksvastgoedbedrijf, vroeg om het minimaliseren van afval en het maximaliseren van restwaarde. Ontwikkelcombinatie DPCP (Du Prie en cepezedprojects) zag het als een kans om te bewijzen dat het kan: een businesscase voor een representatief gebouw bestemd voor hergebruik. Daarmee nam DPCP een risico, maar het belang om de circulaire economie aan te zwengelen woog zwaarder. Rekenen met restwaarde is een voorwaarde voor een circulaire economie. DPCP verwerkte het dan ook in zijn prijsbepaling, al was er bij aanvang van het project nog geen koper voor de losse onderdelen. De overtuiging dat die wel gevonden zou worden werd naast idealisme gevoed door het fraaie ontwerp van cepezed. Dit is een Delfts architectenbureau dat al meer dan vijftig jaar experimenteert met hoogwaardige prefab-architectuur. FLEXIBEL ONTWERP Transparante glazen gevels, een wit gecoate, stalen draagconstructie en brede trappen, gaven de tijdelijke Rechtbank cachet, al bleven de noodzakelijke bouten en moeren gewoon zichtbaar. In 2017 won het de Amsterdamse architectuurprijs de Gouden AAP. Lopend door het gebouw werd de jury naar eigen zeggen ‘omarmd door een gevoel van rust’. Het vernieuwende architectuurprincipe vatte zij adequaat samen als ‘het gebouw is flexibel in tijd, plaats en functie’. Ook opdrachtgever het Rijksvastgoedbedrijf was enthousiast: in 2021 werd ‘het losdraaien van de eerste moer’ uitgebreid gevierd. Het vierlaagse gebouw werd vervolgens zorgvuldig uit elkaar gehaald. Een nieuwe eigenaar was intussen gevonden en na een periode in de opslag, kreeg het gebouw een tweede leven als kennislab. Kennispark Twente heeft daarmee een duurzame primeur: de CO2-uitstoot bij de bouw van de Techbank is minimaal vergeleken met nieuwbouw. 95 PROCENT HERGEBRUIK Maar liefst 95 procent van de oorspronkelijke materialen is hergebruikt. De overgebleven vijf procent betrof de ophoudcellen en een loopbrug. De speciaal ontwikkelde, losmaakbare kanaalplaatvloeren bleken bij de remontage in Enschede uitstekend te voldoen. De indeling van de verdiepingen is aangepast aan de nieuwe functie. Omdat de oriëntatie op de zon anders is dan in Amsterdam, werd het zonwerend glas aan een andere gevel gemonteerd; twee mogelijkheden waarop het ontwerp al voorsorteerde. De ontwikkeling van Rechtbank naar Techbank vroeg om durf van alle betrokken partijen. Maar het blijkt een geslaagde stap in de richting van een circulaire bouweconomie. Dit keer voor een gebouw met een publieke functie en een bedrijfsgebouw, maar ook voorstelbaar bij woningbouw. De kennis die cepezed en DPCP opdeden met de tijdelijke Rechtbank zetten zij nu in bij andere projecten, waaronder een tijdelijke vleugel voor het Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam.  In 2016 is de Rechtbank Amsterdam in gebruik genomen en na vijf jaar is het ‘kit of parts’-gebouw, geheel volgens plan, gedemonteerd en opgeslagen. Nu is het een kennislab op de universiteitscampus van Enschede.  Van Rechtbank naar Techbank….  In 2021 werd het vierlaagse gebouw zorgvuldig uit elkaar gehaald.  Maar liefst 95 procent van de oorspronkelijke materialen is hergebruikt.  Losmaakbare verbindingen zijn van groot belang bij circulair bouwen. Foto: Leon van Woerkom.

7 NUMMER 2 - APRIL 2026 ACTUEEL Robuuste werkoverall met een rijke historie Carhartt ontwikkelt sinds 1889 werkkleding voor professionals die dagelijks zwaar fysiek werk verrichten. Wat begon met stevige overalls voor spoorwegmonteurs in Detroit, groeide uit tot een wereldwijd toonaangevend merk. Een van de meest herkenbare producten uit die lange geschiedenis is de Carhartt BIB Overall. Dit klassieke model is door de jaren heen steeds verder verfijnd, maar blijft trouw aan zijn oorspronkelijke doel: optimale bescherming en maximale bewegingsvrijheid tijdens intensief werk. De huidige BIB Overall is verkrijgbaar in slijtvaste stretch-materialen, duck canvas of denim. Deze stoffen bieden de ideale mix tussen flexibiliteit en duurzaamheid: ze bewegen mee zonder te scheuren of te verzwakken. Dankzij de ruime pasvorm, rechte pijpen en verstelbare bretels ondersteunt de overall iedere beweging – van knielen en bukken tot tillen en klimmen. Het materiaal voelt comfortabel aan, maar is ontworpen voor langdurige belasting op de werkvloer. CONSTRUCTIE DIE TEGEN EEN STOOTJE KAN Wat de overall onderscheidt, schuilt in de afwerking. De BIB Overall heeft driedubbel gestikte naden en verstevigde achterzakken. Slijtagegevoelige zones zijn extra versterkt, waardoor de overall geschikt is voor jarenlang intensief gebruik, zowel op de bouwplaats als in de werkplaats of buiten op het erf. Licht van gewicht, maar gebouwd als een pantser. PRAKTISCH EN FUNCTIONEEL De BIB Overall is uitgerust met slimme zakken en hulpmiddelen: een borstzak met meerdere compartimenten en ritssluiting, ruime voor- en achterzakken, een liniaalzak en een hamerlus. Daardoor is gereedschap altijd binnen handbereik en blijft alles overzichtelijk georganiseerd. Met de BIB Overall laat Carhartt opnieuw zien waar het merk al generaties lang voor staat: betrouwbare werkkleding met een bewezen staat van dienst. Ontworpen voor mensen die iedere dag resultaat leveren. IN DE SPOTLIGHT BEZOEK VOOR MEER INFORMATIE: WWW.CARHARTT.COM Bedrijfspand wekt stroom op via drie zonnegevels Een bedrijfshal van Berko Kompressoren in Wijchen wekt sinds kort energie op via zonnepanelen op drie verschillende gevels. Het pand is uitgerust met zonnepanelen aan de oost-, zuid- en westzijde. Door die spreiding wordt elektriciteit niet alleen midden op de dag opgewekt, maar ook in de ochtend en avond. Het project is gerealiseerd door Soluxa, specialist in geïntegreerde zonnegevels met gekleurde zonnepanelen. Dit ging in samenwerking met Alius, technisch kennispartner op het gebied van duurzame energiesystemen. Zonnepanelen worden traditioneel vooral op daken geplaatst. Bij het pand in Wijchen is bewust gekozen om ook de gevels te benutten. Daarmee wordt het beschikbare oppervlak voor energieopwekking aanzienlijk vergroot. Volgens Soluxa ontstaat hierdoor een andere opwekcurve dan bij een standaard dakinstallatie. “Het is vrij uniek dat een bedrijfsgebouw aan drie kanten zonnepanelen heeft”, zegt Lourens van Dijk, directeur van Soluxa. “Door de combinatie van oost-, zuid- en westoriëntatie wordt er ook in de ochtend en avond energie opgewekt. Dat zijn vaak momenten waarop de elektriciteitsprijs hoger ligt.” TECHNISCHE UITDAGING BIJ MONTAGE De installatie werd geplaatst op een damwandgevel, wat constructief extra aandacht vraagt. Vooraf werd daarom een maatwerk staalconstructie op de gevel aangebracht. Vervolgens kon het montagesysteem worden geplaatst waarin de zonnepanelen zijn geïntegreerd. Voor dit systeem werkte Soluxa samen met Alius, dat naast de levering van het montagesysteem ook meedacht over de technische uitwerking. Volgens Alius vragen zonnegevels om andere technische keuzes dan traditionele dakinstallaties. “Bij gevelinstallaties spelen factoren als windbelasting, bevestiging en onderconstructie een veel grotere rol”, zegt Jaap Leeflang, productspecialist bij Alius. “Daarom is het belangrijk dat je al in de ontwerpfase meedenkt over de technische oplossing.” GROEIEND ALTERNATIEF De interesse in zonnegevels groeit volgens betrokken partijen, mede doordat daken niet altijd voldoende ruimte bieden voor zonnepanelen. Ook factoren zoals netcongestie en de wens om energieproductie over de dag te spreiden spelen een rol. Door gevels te benutten ontstaat extra oppervlak voor duurzame energieopwekking, zonder dat extra grond of dakruimte nodig is. Het project in Wijchen laat volgens Alius en Soluxa zien dat zonnegevels in utiliteitsgebouwen technisch uitvoerbaar zijn wanneer ontwerp, constructie en installatie vanaf het begin op elkaar worden afgestemd.

C M Y CM MY CY CMY K Bouwtotaal_239x175mm.pdf 1 2026/02/24 15:34 DIE HET VERSCHIL MAAKT KWALITEIT DE ALLROUNDER VOOR BINNEN EN BUITEN De STEFANO XXSG ziet er niet alleen goed uit, maar overtuigt vooral door kwaliteit: zeer robuust door bovenmateriaal van rundleer, voorkomt zweten dankzij een ademende textielvoering, uitstekende anti-slip door de WELLMAXX SAFETY-GRIP, Infinergy® van BASF voor optimale demping, BOA® Fit System voor precieze pasvorm, metaalvrije antiperforatiezool, stalen neus en PU-kruipneus. Voor alle omstandigheden. Dag in, dag uit.

9 NUMMER 2 - APRIL 2026 ACTUEEL Den Haag update Nieuws vanaf het Binnenhof CONSTRUCTIEVE VEILIGHEID Om bouwwerken in de toekomst zo veilig mogelijk te realiseren, is een wettelijk kader nodig. De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening ziet helaas geen aanleiding om hier nu mee aan de slag te gaan. Een gemiste kans, want alleen met een wettelijk kader ontstaat een gelijk speelveld waarmee bevorderd wordt dat bouwwerken in de toekomst zo veilig mogelijk worden gerealiseerd. Deze conclusie trekt de Onderzoeksraad voor Veiligheid in de opvolgingsnotitie bij het rapport Instorting hellingbanen parkeergarage Nieuwegein. In de opvolgingsnotitie beoordeelt de Onderzoeksraad in hoeverre de partijen opvolging hebben gegeven aan de aanbevelingen die zij in het onderzoeksrapport hebben gekregen. De Onderzoeksraad biedt de minister aan om over de opvolging van de aanbevelingen in gesprek te gaan. In het onderzoeksrapport heeft de Onderzoeksraad aangegeven dat een wettelijk kader noodzakelijk is om de constructieve veiligheid van bouwwerken in ontwerpfase, uitvoeringsfase en gebruiksfase te borgen. De minister wijst hiervoor naar de Wet kwaliteitsborging bouw (Wkb) als toezichtstelsel. De minister wil het evaluatiemoment in 2027 afwachten om de wet eventueel uit te breiden naar andere gebouwtypes (zoals parkeergarages). Volgens de minister wordt daarmee de aanbeveling opgevolgd. In de tussentijd heeft zij vertrouwen in het toezichtstelsel voor de gebouwtypes die buiten de Wkb vallen. HET VOORVAL IN HET KORT In de avond van zondag 26 mei 2024 bezweek de bovenste hellingbaan van de parkeergarage naast het ziekenhuis in Nieuwegein. Hierdoor stortten alle onderliggende hellingbanen ook naar beneden. Op dat moment waren er geen personen aanwezig op de hellingbanen en zijn er geen slachtoffers gevallen, terwijl de garage dagelijks intensief gebruikt werd. De instorting en de nasleep daarvan veroorzaakten veel materiële schade en overlast voor bezoekers van het ziekenhuis en omwonenden. De Onderzoekraad onderzocht het voorval en publiceerde op 17 juni 2025 het onderzoeksrapport met bevindingen en aanbevelingen. BOUWSECTOR NIET ENERGIE-INTENSIEF, BOUWMATERIALEN PRODUCENTEN WEL De huidige hoge energieprijzen vormen een last voor veel sectoren. Hieronder de sector voor bouwmaterialen (zoals beton, cement en bakstenen), die sterk afhankelijk is van gas de productie. De bouwsector zelf is niet zo energie-intensief. Toch kan de bouw er ook hinder van gaan ondervinden als de energieprijzen langdurig hoog blijven. Toeleveranciers van bouwmaterialen kunnen dan hun verkoopprijzen gaan verhogen om hun gestegen inkoopkosten door te berekenen. Dit kan druk zetten op de winstmarges, hoewel de winstmarges van aannemers de afgelopen jaren zijn verbeterd. Bouwbedrijven hebben toch vaak nog relatief lage winstmarges en zijn dus kwetsbaar als toeleveranciers van energie-intensieve bouwmaterialen hun prijzen gaan verhogen. Om zich hiertegen te beschermen kunnen aannemers verschillende strategieën volgen. Zo kunnen zij het energieverbruik verlagen door bijvoorbeeld elektrisch materieel, al vergt dit tijd en investeringen. Bouwbedrijven gebruiken ook vaak Indexatieclausules om hogere inkoopkosten door te kunnen berekenen. Ook kunnen bedrijven energie‑intensieve inputs direct inkopen en prijzen vastleggen bij het sluiten van een contract, al schuift dit risico deels door naar leveranciers. Tot slot is afdekking via termijnmarkten mogelijk, maar dit vraagt financiële expertise, kan vaak alleen voor BOUWMONITOR B&U hele grote volumes en actief risicomanagement is benodigd. Maurice van Sante ING Research  maurice.van.sante@ing.com Frank de Groot Hoofdredacteur BouwTotaal  frank@handelsuitgaven.nl Veilig hijsen: meer aandacht voor projectspecifieke risico’s De Onderzoeksraad voor Veiligheid beveelt bouwpartijen aan elkaar meer vragen te stellen over projectspecifieke risico’s. Zo kunnen ze voorkomen dat belangrijke aspecten in de bouwvoorbereiding niet of onvoldoende behandeld worden, mede omdat ze te veel leunen op onderling vertrouwen. Tot deze overkoepelende aanbeveling komt de Onderzoeksraad voor Veiligheid na onderzoek naar het hijsongeval in Lochem bij de bouw van de Netterhorsterbrug over het Twentekanaal. Op 21 februari 2024 viel een deel van de brugboog tijdens het hijsen uit de kranen. Het boogbeen verwoestte in zijn val het platform van de montagetoren waarop vier werknemers stonden; twee overleden en twee raakten gewond. ‘Hoofdaannemers moeten er in overleg met onderaannemers voor zorgen dat hun projectteams de projectspecifieke risico’s inventariseren voordat zij aan de slag gaan’, is ook te lezen in de aanbeveling van de Onderzoeksraad. Erica Bakkum, raadslid: “Uit ons onderzoek blijkt dat er op het gebied van risicobeheersing winst te behalen valt in de fase waarin bouwpartijen hun hijs- en montagewerkzaamheden voorbereiden. Denk daarbij aan het risico dat een last instabiel wordt en aan de risico’s die ontstaan wanneer personen nabij een hijslast werken. We zien dat de partijen in Lochem elkaar vertrouwden, mede op basis van eerdere projecten. Maar de onderlinge controle op de risico’s ontbrak.” AANBEVELINGEN De Onderzoeksraad doet in het onderzoeksrapport een aantal aanbevelingen. Hijsbedrijven moeten in de voorbereiding op hijswerkzaamheden zorgen voor hijsconfiguraties met voldoende stabiliteitsmarge. Staalbouwers moeten onderzoeken of zij hijs- en montagewerkzaamheden kunnen uitvoeren zonder dat er mensen nabij de hijslast zijn. Een alternatief is dat zij onderzoeken hoe ze de werkzaamheden zo kunnen inrichten dat de risico’s verkleind worden. Het zou bouwpartijen helpen als de brancherichtlijn voor hijsen met mobiele kranen op deze vlakken wordt uitgebreid. LEREN VAN LESSEN De aanbevelingen van de Onderzoeksraad richten zich met nadruk op het leren van lessen. Zo willen we bijdragen aan het vergroten van de veiligheid in Nederland. De Onderzoeksraad geeft geen antwoorden op vragen rond schuld of aansprakelijkheid. Onze onderzoeksresultaten mogen ook niet gebruikt worden in juridische procedures.  De brugbogen liggen in Lochem klaar om gehesen te worden. Foto: Provincie Gelderland.  De situatie nadat een deel van de brugboog tijdens het hijsen uit de kranen is gevallen. Foto vanuit kantoorpand Olbecon.

PLATFORM VOOR HEEL BOUWEND NEDERLAND 10 Vraag naar loodgieters stijgt snel Drinkwater wordt volgende netcongestie Een bedrijf wil een nieuwe fabriekshal realiseren, productie opschalen of een proces aanpassen. Tegelijkertijd willen we in Nederland richting de bouw van 100.000 woningen per jaar. Zowel fabrieken als woningen vragen om een drinkwateraansluiting, maar vooral fabrieken krijgen soms al te horen dat er geen extra drinkwateraansluiting beschikbaar is. Wordt drinkwater de volgende netcongestie? “Een bedrijf wil een nieuwe fabriekshal bouwen, productie opschalen of een proces aanpassen. Tegelijkertijd willen we in Nederland richting de bouw van 100.000 woningen per jaar. Zowel fabrieken als woningen vragen om een drinkwateraansluiting. Dat schuurt met de grenzen van winning, vergunningverlening, infrastructuur en ruimtelijke inpassing. Dit speelt nu, niet later.” Dat zegt André Mepschen, werkzaam als Business Developer Nationaal bij Water Alliance en daarnaast bestuurslid van de Raad van Advies Aqua Nederland. URGENTIE OP PAPIER, ONRUST IN DE PRAKTIJK “Het Nationaal Plan van Aanpak Drinkwaterbesparing is duidelijk. De doelstelling is een besparing van 20 procent ten opzichte van de periode 2016 - 2019, zowel voor industrie als consument. In 2035 moet het drinkwatergebruik per hoofd van de bevolking richting 100 liter per dag. De vraag die daarbij blijft hangen is eenvoudig en ongemakkelijk: sturen we hier als Nederland echt op? Met concrete maatregelen, duidelijke afspraken en consequent handelen? Of blijft het bij ambities, pilots en goede bedoelingen terwijl de druk op het systeem verder toeneemt? Water is nog steeds goedkoop. Daardoor voelt schaarste niet als schaarste. De waarde van water is hoog, maar dat zie je niet terug op de factuur. In 2023 lag het drinkwatergebruik gemiddelde op 118 liter per persoon per dag. Ongeveer 40 procent daarvan gaat op aan douchen en zo’n 30 procent aan toiletgebruik. Met relatief simpele maatregelen is een besparing van 10 tot 20 procent mogelijk. Dat geldt voor huishoudens, maar in de praktijk net zo goed voor de industrie. In de industrie krijgt water echter een extra lading. Daar draait het niet alleen om gebruik, maar om bedrijfszekerheid. Een fabriek die stilvalt door waterschaarste of strengere lozingseisen betaalt een veel hogere prijs dan de waterrekening alleen. Productieverlies, verstoring van processen en onzekerheid in de bedrijfsvoering wegen zwaar.” KRW: WATERKWALITEIT ALS EXTRA DRUK “Naast beschikbaarheid speelt ook waterkwaliteit een steeds grotere rol. De Kaderrichtlijn Water stelt duidelijke eisen aan de kwaliteit van oppervlaktewater en grondwater. Dat raakt bedrijven die lozen op oppervlaktewater of anderszins invloed hebben op een waterlichaam, bijvoorbeeld via grondwater. De samenstelling van oppervlaktewater verandert namelijk door seizoenen, droogte en piekbelastingen. Bedrijven die oppervlaktewater innemen voor proceswater merken dat direct. En wie zuivert met membranen of andere technieken krijgt te maken met concentraatstromen waar een oplossing voor nodig is. Dit vraagt om een andere manier van denken. Het klassieke lineaire model van innemen, gebruiken en lozen loopt tegen zijn grenzen aan. Circulair denken wordt steeds noodzakelijker.” KIKKERS IN DE PAN “We lijken als sector kikkers in een pan op het vuur. Het water wordt warmer, maar zolang het nog niet kookt blijft iedereen zitten. De landelijke overheid, provincies, gemeenten, drinkwaterbedrijven en waterschappen hebben ieder hun rol. Wie brengt de verschillende partijen bij elkaar en zorgt voor richting en samenhang? Die regie ontbreekt vaak. Daardoor zijn we afhankelijk van early adopters: organisaties die vooruit willen, die zich willen voorbereiden op de toekomst en niet wachten tot het te laat is. Dat is waardevol maar onvoldoende om de opgave als geheel te dragen. Bij watermaatregelen komt steevast dezelfde vraag op tafel: wat is de terugverdientijd? Investeren in water gaat echter niet alleen over besparen. Het gaat over zekerheid. Over de vraag of je in de toekomst kunt blijven produceren, of je afhankelijk bent van beperkingen in levering of lozing, en hoe robuust je bedrijfsvoering is bij veranderende omstandigheden. Soms is er geen directe financiële terugverdientijd, maar wel zekerheid dat je niet stilvalt tijdens een droge periode. Soms zijn er nauwelijks meerkosten, maar voorkom je afhankelijkheid van een drinkwatermaatschappij die geen extra water kan leveren of strengere eisen stelt aan lozingen.” SPRING UIT DE PAN “Wachten helpt niet. Techniek is het zelden het probleem. De vraag is hoe je begint. Breng eerst je eigen situatie in kaart. Maak inzichtelijk waar water vandaan komt, waar het wordt gebruikt en waar het verdwijnt. Kijk vervolgens naar mogelijke oplossingsrichtingen en ga in gesprek met partijen die daarbij kunnen helpen, wie dat ook zijn. Wie die stap zet, ontdekt vaak dat er meer mogelijk is dan vooraf gedacht. De grootste blokkades zitten niet in installaties of technologie maar in keuzes, prioriteiten en besluitvorming. Precies daarom hoort water niet alleen thuis in de technische hoek, maar daar waar richting wordt bepaald. Dit vraagstuk staat centraal in het bredere gesprek dat Aqua Nederland richting 2026 voert over de toekomst van de watersector.”  Straks bij nieuwbouw geen drinkwater beschikbaar?  André Mepschen, Business Developer Nationaal bij Water Alliance en bestuurslid van de Raad van Advies Aqua Nederland: “De grootste blokkades zitten niet in installaties of technologie maar in keuzes, prioriteiten en besluitvorming.” Steeds meer Nederlanders schakelen een loodgieter in, zo meldt offerteplatform Slimster in het kader van Wereldloodgietersdag, op 11 maart. Uit een analyse van Google-zoekvolumes blijkt dat de online zoekinteresse naar loodgieters de afgelopen vijf jaar met ruim 50 procent is toegenomen. Deze groei wordt niet alleen veroorzaakt door de complexe energietransitie, maar vermoedelijk ook door een opvallende verschuiving in doe-hetzelf-gedrag tussen generaties. Waar er vijf jaar geleden nog gemiddeld zo’n 13.500 keer per maand gegoogeld werd op ‘loodgieter’, liep dit afgelopen jaar op tot bijna 21.000. Dat is een stijging van 55 procent. Slimster meldt dat dat overeenkomt in de groei van het aantal offerte-aanvragen voor loodgieters dat het platform de voorbije jaren te verwerken kreeg. Overigens ligt de totale vraag naar loodgieters veel hoger dan 21.000 zoekopdrachten per maand. Dat komt doordat er nog vaker wordt gegoogeld op bijvoorbeeld ‘loodgieter’ in combinatie met de plaatsnaam. MEER VRAAG DOOR VERDUURZAMING De belangrijkste verklaring voor de toenemende vraag is volgens Slimster-eigenaar Marco Schuurman de veranderde rol van de loodgieter: “De tijd dat een loodgieter alleen kwam voor een lekkende kraan of een verstopte afvoer ligt achter ons. Vandaag de dag is de loodgieter vooral van groot belang bij de verduurzaming van woningen. We zien een enorme vlucht in aanvragen voor installaties zoals warmtepompboilers, douche-wtw’s en het waterzijdig inregelen van cv-installaties.” Maar er lijkt meer aan de hand. Waar oudere generaties vaak zelf de sifon vervingen of een lekkende kraan wisten te repareren, belt de jongere generatie sneller ‘een mannetje’. Bijna tweederde van alle zoekopdrachten naar ‘loodgieter’ is afkomstig van 35-minners. Dit zorgt voor een extra druk op de toch al schaarse capaciteit van vakmensen. PAS OP VOOR DE ‘SNELLE’ JONGENS De enorme vraag naar loodgieters heeft helaas ook een schaduwzijde. De laatste jaren is er een wildgroei aan malafide spoedloodgieters die via dure advertenties bovenaan in zoekmachines verschenen. Consumenten worden regelmatig geconfronteerd met facturen van honderden euro’s voor slechts enkele minuten werk. Adverteren in Google is voor loodgietersbedrijven daarom inmiddels zelfs verboden. Om de consument te beschermen op Wereldloodgietersdag, deelt Slimster drie tips voor het vinden van een betrouwbare vakman: 1. Vraag vooraf naar het tarief: een bonafide loodgieter kan een indicatie geven van de voorrijkosten en het uurtarief (inclusief btw). 2. Check keurmerken en reviews: kijk of een bedrijf is aangesloten bij brancheorganisaties zoals Techniek Nederland en controleer onafhankelijke reviews. 3. Vergelijk offertes: voorkom dat je de hoofdprijs betaalt door bij grotere klussen (zoals verduurzaming) altijd meerdere offertes naast elkaar te leggen.

11 NUMMER 2 - APRIL 2026 ACTUEEL Nieuw betoncasco verlaagt uitstoot met 75% Vier tips voor een veiligere bouwplaats  Foto: Boels Rental. Met NEXT level casco wordt een belangrijke stap gezet richting CO2-arm bouwen. Deze nieuwe generatie betoncasco’s verlaagt de materiaalgebonden CO2-uitstoot met circa 75 procent ten opzichte van traditionele betoncasco’s. Het concept werd ontwikkeld door TBI WOONlab, het innovatielab van ERA Contour, Hazenberg en Koopmans, in samenwerking met Voorbij Prefab en VBI. In Roosendaal zijn inmiddels de eerste vier woningen gerealiseerd met deze innovatieve bouwmethode door TBI-onderneming Hazenberg.  NEXT level casco. TBI WOONlab speelde een belangrijke rol als initiator en verbinder: het lab bracht ontwikkelaars, bouwers, producenten en kennispartners bij elkaar om nieuwe oplossingen sneller van idee naar praktijk te brengen. “Het belangrijkste uitgangspunt was laten zien dat vernieuwing mogelijk is”, zegt Dick van Ginkel, technisch innovatiemanager bij TBI WOONlab. “Als sector moeten we een stap hoger gaan acteren om onze CO2-ambities waar te maken. Door samen te werken met verschillende partijen kunnen we die innovatie ook echt realiseren.” INNOVATIE IN BETO Het NEXT level casco combineert meerdere innovaties in materiaalgebruik en productie. Zo worden cementvervangers toegepast in betonmengsels en wordt biochar toegevoegd aan betonwanden, waardoor CO2 permanent in het materiaal wordt opgeslagen. De innovatieve prefab betonelementen worden geproduceerd door Voorbij Prefab, waar de nieuwe betonrecepturen op industriële schaal worden toegepast. “Voor prefab beton ligt de grootste winst in cementreductie”, zegt Niki Loonen, adviseur duurzaam beton bij TBI. “Door minder cement te gebruiken en alternatieve bindmiddelen toe te passen, en materialen toe te voegen die CO2 opslaan, kunnen we de impact van beton drastisch verlagen.” Daarnaast worden in dit project voor het eerst in Nederland cementloze kanaalplaatvloeren van VBI binnen seriematige woningbouw toegepast. Deze ontwikkeling vermindert de CO2-impact van beton verder. VAN INNOVATIE NAAR PRAKTIJK De eerste toepassing van het NEXT level casco vindt plaats in project Beekhof in Roosendaal, waar Hazenberg de betoncasco’s van vier woningen heeft gerealiseerd. Het project fungeert als demonstratie voor toekomstige toepassingen en laat zien hoe innovatieve oplossingen daadwerkelijk op de bouwplaats kunnen worden toegepast. De ontwikkeling kreeg een belangrijke impuls vanuit de TBI Klimaattrein, het fonds en netwerk van TBI dat innovatieve initiatieven ondersteunt om CO2-uitstoot in de bouw te verminderen. Binnen TBI WOONlab wordt het concept inmiddels verder ontwikkeld om het ook in andere woningbouwprojecten toe te passen. “Het liefst zien we dat dit een blauwdruk wordt”, zegt Van Ginkel. “Dat we deze oplossing straks standaard kunnen toepassen in onze woonconcepten en zo echt stappen zetten in de CO2-reductie van de sector. Het zou daarbij helpen als er landelijk meer ruimte komt voor innovatie, bijvoorbeeld rond cementvervangers. Nu kost het nog veel tijd om per gemeente goedkeuring te krijgen van het bevoegd gezag.” Met de ontwikkeling van het NEXT level casco laten de betrokken partijen zien dat de bouwsector een voortrekkersrol kan spelen in de materiaaltransitie. Door technische innovatie, ketensamenwerking en industriële productiekracht samen te brengen, ontstaat een realistisch CO2-arm alternatief voor conventionele bouwmethoden.  Van links naar rechts: Niki Loonen, adviseur duurzaam beton TBI, Dick van Ginkel, technisch innovatiemanager TBI WOONlab en Thies van der Wal, adviseur duurzaamheid bij VBI.  De eerste toepassing van het NEXT level casco vindt plaats in project Beekhof in Roosendaal, waar Hazenberg de betoncasco’s van vier woningen heeft gerealiseerd. Diefstal, sabotage en vandalisme zorgen jaarlijks voor flinke vertragingen in de bouw. De gevolgen zijn groot: de kosten van vertragingen kunnen naar schatting oplopen tot € 5.000,- per dag. Opvallend genoeg blijkt dat één op de vier incidenten wordt veroorzaakt door eigen medewerkers. Tijd voor actie! Marc van den Berg, Manager Site Security bij Boels Rental, deelt vier tips voor een integrale aanpak voor veiligheid op de bouwplaats, voor mens en materiaal. 1. ZORG VOOR GOEDE TOEGANGSCONTROLE Met slimme toegangscontrole, van hekken en slagbomen tot tourniquets, camera’s en speedgates, houd je precies bij wie de bouwplaats betreedt en verlaat. Bij diefstal of sabotage kun je deze data inzien om eventueel onderzoek te versnellen. Het is bovendien ook waardevol voor bezoekers. Zij kunnen bijvoorbeeld tijdelijk toegang krijgen met een pas of QR-code. In noodsituaties, zoals brand of evacuatie, is toegangscontrole zelfs levensreddend: je kunt snel nagaan of iedereen veilig het terrein heeft verlaten. 2. HOUD 24/7 TOEZICHT MET SLIMME CAMERABEWAKING Met slimme camerabeveiliging met bewegingsdetectie houd je dag en nacht een oogje in het zeil. Verdachte situaties worden automatisch gemeld aan de meldkamer, zodat er direct actie kan worden ondernomen door de beveiliging of politie. Ook voor de veiligheid van bouwprofessionals zijn camera’s met detectie cruciaal: ze signaleren ongevallen en noodsituaties direct, zodat je zo snel kunt ingrijpen. Door camera’s, toegangscontrole, verlichting en alarmsystemen te koppelen, beveilig je de bouwplaats optimaal. Maar vergeet ook niet de digitale veiligheid: bescherm je systemen om te voorkomen dat hackers kunnen meekijken, systemen uitschakelen en toegang tot het terrein krijgen. 3. EVALUEER INCIDENTEN EN MAAK AANPASSINGEN Voorkomen is beter dan genezen. Maar als er toch een incident plaatsvindt, is het belangrijk om dit als een leermoment te zien. Evalueer wat er precies is misgegaan: waar is bijvoorbeeld materiaal gestolen, om welk materiaal ging het, en hoe is de dader binnengekomen? Op basis van deze inzichten kun je in de toekomst gerichte maatregelen nemen, zoals het extra beveiligen van waardevolle materialen of extra toezicht inzetten op kwetsbare locaties. 4. WERK AAN EEN CULTUUR VAN VEILIGHEID Een veilige bouwplaats creëer je samen. Jouw medewerkers, partners en bezoekers zijn de ogen en oren van het terrein. Dit vraagt om een transparante en vertrouwde cultuur, waarin bouwprofessionals actief betrokken zijn en incidenten continu worden geanalyseerd en aangepakt. Bewustwording staat daarbij centraal: trainingen moeten niet alleen over regels gaan, maar ook over het omgaan met dilemma’s. Wat doe je als je een collega of een onbevoegd persoon op een verdachte plek ziet? Waar meld je dit? En hoe spreek je elkaar aan? Zo werkt iedereen samen aan een bouwplaats waar veiligheid altijd voorop staat.

POLYGLASS NETHERLANDS BV ADESO®: AL 25 JAAR HET BRANDVEILIGE CONCEPT VOOR ZELFKLEVENDE DAKSYSTEMEN ✓ Geen open vuur, snelle en zekere plaatsing, met zelfklevende overlappen ✓ Als dampscherm, onderlaag en toplaag inzetbaar in KOMO gecertificeerde daksystemen ✓ Inzetbaar in projecten met Verzekerde Projectgarantie ✓ Leverbaar als traditionele ELASTOFLEX SBS en POLYBOND / SPIDER APP dakbanen met gepatenteerde zelfklevende reactieve bitumencoating ✓ Volledig verkleefde onder- en toplagen voor extreem hoge prestaties en waterdichte plaatsing ✓ Nu ook leverbaar als ADESOSHIELD in dubbelzijdig zelfklevende uitvoering als onderlaag, dampremmende laag of waterdichte aansluiting van detaillering ONVERSLAANBAAR ZELFKLEVEND BUILT FOR LIFE. INSPIRED BY PASSION. GUIDED BY EXPERTISE. Meer info? www.polyglass.nl info@polyglass.nl 0343 - 59 50 10 Ontdek het assortiment zelfklevende bitumineuze waterdichte daksystemen.

13 NUMMER 2 - APRIL 2026 ACTUEEL GGD’en raden gebruik UF-schuim af Door aandacht voor verduurzaming is na-isolatie van woningen sterk in opkomst. In de GGD-praktijk (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) zijn er echter meerdere casussen bekend waarbij na-isolatie met ureumformaldehyde (UF-) schuim leidde tot formaldehyde-uitstoot en/of gezondheidsklachten bij bewoners. Er zijn zelfs incidenten waarbij bewoners met spoed hun huis hebben moeten verlaten na het krijgen van gezondheidsklachten. In de afgelopen jaren hebben zich in de GGD-praktijk meerdere praktijkgevallen voorgedaan met problemen die volgen op na-isolatie met UF-schuim. Denk aan klachten zoals irritatie aan ogen, neus en keel, maar ook hoofdpijn en misselijkheid. In deze casussen werden hoge concentraties formaldehyde gevonden in het binnenmilieu van de woningen. Binnen de Academische Werkplaats Gezonde Leefomgeving (AWGL) is een verkennend onderzoek gedaan. AWGL is een platform waarin GGD’en samen met universiteiten en andere kennisinstellingen onderzoek doen naar vraagstukken van gemeenten op het raakvlak omgeving en gezondheid. Volgens het onderzoek bestaan er richtlijnen voor de branche over voorinspectie voor de beoordeling van de geschiktheid van de woning voor na-isolatie met UF-schuim. Deze richtlijnen zijn volgens de GGD beperkt en verouderd. De richtlijnen werden in de onderzochte casussen niet toegepast of slechts heel beperkt. Er is weinig bekend over oorzaken van hoge concentraties formaldehyde na toepassing van UF-schuim alsook effectieve maatregelen om de concentratie te laten dalen. CONCLUSIES Uit het verkennende onderzoek van de Academische Werkplaats Gezonde Leefomgeving blijkt dat: 1. Na-isolatie met UF-schuim kan leiden tot langdurig (heel) hoge concentraties formaldehyde in woningen. Deze concentraties kunnen acute gezondheidseffecten veroorzaken bij bewoners. 2. In de onderzochte casussen overschreden de gemeten concentraties formaldehyde de wettelijke norm voor formaldehyde uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) ruim. 3. Maatregelen die genomen worden om (langdurige) blootstelling aan te hoge concentraties formaldehyde te voorkomen, bijvoorbeeld tijdelijk verblijf elders, hebben een grote impact op het leven en welzijn van bewoners. 4. Er is nog veel onzekerheid over het veilig toepassen van UF-schuim. Zo is onbekend op welke schaal UF-schuim als na-isolatie wordt toegepast en welke factoren bijdragen aan het ontstaan van hoge concentraties formaldehyde in de woning. Ook is nog weinig bekend over effectieve maatregelen om de concentratie formaldehyde in woningen snel te laten afnemen. De bestaande voorschriften voor toepassing zijn verouderd en lijken niet te beschermen tegen hoge concentraties formaldehyde in woningen. VOORLOPIG NIET TOEPASSEN “We waren verrast dat UF-schuim ook in de jaren ’80 al onder vuur heeft gelegen, en in sommige landen verboden is. Er lijken grote paralellen te zijn in de problematiek, maar helaas zijn er in de tussentijd geen oplossingen voor de problemen gekomen”, zegt Maaike van Zijverden van GGD regio Utrecht. De voor het verkennende onderzoek geïnterviewde technisch deskundigen en GGD-medewerkers zien op dit moment geen mogelijkheden voor het verantwoord toepassen van UF-schuim als na-isolatie. Zij raden het gebruik van UF-schuim af zolang het niet duidelijk is hoe gezondheidseffecten te voorkomen zijn. De GGD GHOR neemt dit advies over. GGD GHOR Nederland is de belangenbehartiger voor de publieke gezondheid en veiligheid in Nederland. Het is de overkoepelende brancheorganisatie van de 25 Gemeentelijke Gezondheidsdiensten (GGD’en) en Geneeskundige Hulpverleningsorganisaties in de Regio (GHOR).  Foto: GGD Leefomgeving. Dubbele vergrijzingsklap voor de bouw Aannemers die hopen dat het personeelstekort tijdelijk is, komen bedrogen uit. Een nieuwe analyse van instroomcijfers (mbo niveau 2/3) versus de pensioenuitstroom (beroepsgroep bouwarbeiders) toont een structureel gat van tienduizenden vakmensen. De uitstroom versnelt ook nog eens, omdat een derde van de zittende vakmensen aangeeft de bouwplaats financieel gezien vroegtijdig te kunnen verlaten. Dat blijkt uit een analyse van CBS-cijfers en recent panelonderzoek onder werkenden in de bouw door VGMbox (online cursussen VCA). De cijfers schetsen een somber beeld voor de capaciteit op de bouwplaats. Om alleen al de natuurlijke vergrijzing van 64.000 oudere vakmensen op te vangen, zijn er jaarlijks ruim 5.300 nieuwe gediplomeerden nodig. De realiteit blijft daar ver bij achter. Hoewel het aantal geslaagden voor mbo-niveau 2 en 3 (richting Bouw & Infra) de laatste jaren steeg naar 3.510 in 2024, is dit structureel te weinig. Gemiddeld studeerden er de afgelopen negen jaar slechts 2.726 vakmensen per jaar af. Zelfs in het gunstigste scenario, waarin iedere gediplomeerde daadwerkelijk de bouw in gaat, ontstaat er de komende twaalf jaar een tekort van ruim 20.000 vakmensen. VROEGTIJDIGE UITVAL ALS VERSNELLER Het feitelijke tekort zal naar verwachting veel eerder en heviger voelbaar zijn. Uit een panelonderzoek in opdracht van VGMbox onder 525 werkenden in de bouw,- transport- en industriesector blijkt dat veel bouwvakkers de officiële pensioengerechtigde leeftijd niet zullen halen: 22% geeft aan het werk fysiek niet vol te kunnen houden tot het pensioen. Nog eens 21% twijfelt hieraan. De animo om eerder te stoppen is groot (63%). Cruciaal is dat een aanzienlijk deel (33%) verwacht dat dit financieel ook daadwerkelijk mogelijk is. Deze groep wordt gesteund door de ‘zwaarwerkregeling’ in de nieuwe cao, die oudere werknemers in de bouw de mogelijkheid biedt om tot drie jaar voor de AOW-leeftijd te stoppen. Dit tegen een bruto uitkering van 2.522,95 euro per maand in 2026. DWEILEN MET DE KRAAN OPEN Paul Bongenaar van VGMbox spreekt van een ‘dubbele vergrijzingsklap’: “Niet alleen gaan er tienduizenden ervaren timmermannen en metselaars met pensioen. Een groot deel vertrekt door de zwaarwerkregeling ook nog eens jaren eerder dan voorheen. Maatschappelijk gezien is dat zeer terecht voor deze zware beroepen, maar operationeel gezien stevenen we af op een infarct. We vragen een steeds kleinere groep jongeren om het werk over te nemen, terwijl de bouwopgave in Nederland alleen maar groeit. De licht stijgende instroom is hoopvol, maar op dit moment dweilen met de kraan open.”

RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=