11 NUMMER 7/8 - AUGUSTUS 2025 ACTUEEL Den Haag update Nieuws vanaf het Binnenhof CE-MARKERING RAMEN EN BUITENDEUREN VAAK NIET OP ORDE Uit inspecties van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) blijkt dat veel bedrijven in de ramen- en buitendeurenmarkt de CE-markering niet op orde hebben. De bouwproducten ramen en buitendeuren die onder de betreffende geharmoniseerde norm vallen, moeten aan de eisen van de Europese Verordening bouwproducten (hierna CPR) voldoen. De geharmoniseerde norm waaronder ramen en buitendeuren vallen is EN 143511:2006+A2:2016 (hierna EN 14351-1) ‘Ramen en deuren - Productnorm - Prestatie-eisen - Deel 1: Ramen en buitendeuren’. Het betreft dan een kozijn met vast glas en/ of een raam (een te openen element) en/of een buitendeur. Zodra deze producten in de handel worden gebracht of op de markt worden aangeboden, moeten ze aan de eisen van de CPR voldoen. Wanneer een fabrikant een bouwproduct in de handel brengt dat uit minstens twee losse afzonderlijke onderdelen bestaat, is de CPR ook van toepassing. Zo kan het glas bijvoorbeeld los bijgeleverd zijn en/of het bouwproduct in delen op verschillende tijdstippen worden geleverd. Daarbij moet ook zijn aangegeven op welke manier die onderdelen gemonteerd moeten worden. De regels van de CE-markering liggen vast in de CPR. Met de CE-markering garandeert de fabrikant dat het product aan de prestaties voldoet die op de CE-verklaring en prestatieverklaring staan. INSPECTIES Van februari tot en met april 2023 inspecteerde de ILT 30 bedrijven uit de raam- en buitendeurenmarkt. Dit waren 24 fabrikanten en zes distributeurs. Er is gekeken naar verschillende soorten materialen: hout, kunststof en metaal. Per bedrijf zijn één raam en één buitendeur geïnspecteerd. Bij elf fabrikanten is vastgesteld dat er geen CE-markering, prestatieverklaring en technisch dossier aanwezig zijn. Vier van deze bedrijven waren in de veronderstelling dat ze niet een CE-markering nodig hadden omdat ze dachten dat hun producten buiten de geharmoniseerde norm vielen. Tijdens de inspectie zijn de bedrijven hierop aangesproken door de ILT. De bedrijven hebben aangegeven meteen maatregelen te nemen. Daarom is het bij een waarschuwing van de ILT gebleven. Bij de overige 19 van de 30 bedrijven zijn tekortkomingen vastgesteld op de aanwezige CE-markering, prestatieverklaring en het technisch dossier. Hiervoor hebben zij een waarschuwing gekregen AFGIFTE BOUWVERGUNNINGEN OVER PIEK HEEN De stijgende trend van de afgelopen anderhalf jaar in het aantal afgegeven vergunningen voor nieuwbouwwoningen is begin 2025 tot een einde gekomen. In de eerste zes maanden van 2025 werden er 15% minder bouwvergunningen afgegeven dan in dezelfde periode een jaar eerder. Er zijn verschillende bottlenecks die hierbij (blijven) spelen: tekort aan (betaalbare) bouwgrond, complexe projectontwikkeling en juridische vertragingen. Ook lopen woningbouwprojecten soms tegen overbelasting van het elektriciteitsnet aan, waardoor nieuwbouw uitgesteld moet worden vanwege een gebrek aan aansluitmogelijkheden op het net. De afgenomen interesse door ingevoerde overheidsmaatregelen van vooral internationale beleggers om in woningbouw te investeren speelt ook een rol. INVOERING OMGEVINGSWET VAN INVLOED OP VERGUNNINGVERLENING De invoering van de nieuwe Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) per begin 2024 kan hebben gezorgd voor een vertroebeld beeld bij de afgifte van bouwvergunningen. Het kan zijn dat bouwers en projectontwikkelaars Bottlenecks voor meer woningbouw zitten vooral aan de aanbodkant die de afgifte van nieuwe bouwvergunningen beperkt. Over het algemeen resulteert een stijging van het aantal vergunningen na ruim 1,5 jaar tot een stijging van het aantal afgebouwde woningen. De groei van het aantal vergunningen voor nieuwbouw stokt en de effecten van de bovenstaande beleidsaanpassingen zullen BOUWMONITOR B&U waarschijnlijk pas over enkele jaren beperkt effect hebben. We verwachten daarom dat er in 2025 en 2026 circa 70.000 nieuwbouwwoningen afgebouwd worden. Maurice van Sante ING Research maurice.van.sante@ing.com Frank de Groot Hoofdredacteur BouwTotaal frank@handelsuitgaven.nl Primeur met kraanpoer van geopolymeerbeton Foto: Bert Rietberg. Foto: Bert Rietberg. Bouwbedrijf J.P. van Eesteren en bouwmaterieelleverancier MDB hebben de eerste groene kraanpoer gestort. Voor de fundatie onder de nieuwe torenkraan op het bedrijfsterrein van MDB in Bergambacht is geopolymeerbeton gebruikt in plaats van het traditionele portlandcement. Dit bespaart 50 tot 70 procent CO2-uitstoot in vergelijking met traditioneel beton, zonder de stevigheid te verminderen. Op vrijwel iedere bouwlocatie is een torenkraan te vinden. Om de stevige maar tijdelijke fundatie te creëren die nodig voor de stabiliteit en veiligheid, wordt gebruik gemaakt van beton. Vanuit oogpunt van duurzaamheid is dat een minder gelukkige keuze: beton kent namelijk een hoge CO2-uitstoot. J.P. van Eesteren, onderdeel van TBI, onderzoekt daarom al enige tijd verschillende mogelijkheden om het gebruik van beton te verduurzamen. Zo past het bedrijf onder meer circulair beton en geopolymeerbeton toe. Geopolymeerbeton is een betonsoort zonder portlandcement, het bestanddeel dat voor de hoge CO2-uitstoot zorgt. J.P. van Eesteren heeft dit eerder gebruikt voor bijvoorbeeld vloeren. De toepassing als tijdelijke fundatie voor een torenkraan – overigens met een andere receptuur van het geopolymeerbeton – is echter nieuw. Het bedrijf vond zusteronderneming MDB bereid om mee te werken aan een pilot, dat mede mogelijk werd gemaakt dankzij een bijdrage van de TBI Klimaattrein. Na onderzoek en proefstorten werd geopolymeerbeton geschikt bevonden voor de fundatie van een nieuw te plaatsen torenkraan op het bedrijfsterrein van MDB. In samenwerking met betonleverancier Lek Beton en Mels Renes Betonvloeren vond de stort op 3 juni plaats. STANDAARD ONTWIKKELEN Met het gebruik van geopolymeerbeton als groene kraanpoer zetten J.P. van Eesteren en MDB een stap voorwaarts in het verduurzamen van beton. “Iedere torenkraanfundatie is min of meer gelijk. Als er eenmaal een standaard is ontwikkeld voor een duurzame kraanpoer, kan die gemakkelijk worden gebruikt door andere bouwbedrijven, binnen TBI en daarbuiten”, zegt Annemarie Steutel, programmacoördinator duurzaamheid bij J.P. van Eesteren. “Tegelijkertijd is deze pilot de opmaat naar toepassing van duurzamer beton in zwaar belaste, constructief meer kritische constructies met een langere levensduur.” aanvragen nog net voor 2024 hebben ingediend zodat deze nog onder de oude (vertrouwde) wetgeving vielen. Hierdoor kan er gedurende 2024 een extra toename zijn geweest in de vergunningverlening die vanaf begin 2025 weer aan het uitlopen is. 70.000 NIEUWBOUWWONINGEN IN 2025 De vraag naar nieuwbouw blijft met de huidige woningschaarste enorm.
RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=