35 NUMMER 11 - NOVEMBER 2025 AFBOUW PRAKTIJKOPLOSINNGEN Scheurvorming in stucplatenplafond PRAKTIJKOPLOSSINGEN DOOR TECHNISCH BUREAU AFBOUW In deze rubriek ‘Afbouw Praktijkoplossingen’ geeft Technisch Bureau Afbouw (TBA) in iedere uitgave van BouwTotaal een oplossing aan van praktijkproblemen in de afbouwsector. TBA geeft deskundig en onafhankelijk technisch advies en ontwikkelt daarnaast normen, richtlijnen en brochures. Ook ondersteunen ze sociale partners in de afbouw. Ga voor meer informatie naar www.tbafbouw.nl. Op www.tbafbouw. nl/publicaties vind je alle andere normen, richtlijnen en brochures. Verder zijn er ook kennispapers die de afbouwer informeren over de mogelijke risico’s in zijn werk. Eind 2024 meldde een particuliere opdrachtgever schade aan recent aangebrachte verlaagde stucplatenplafonds. Na oplevering waren rechte scheuren zichtbaar langs de naden en ontstond lichte golving in het oppervlak. Technisch Bureau Afbouw (TBA) werd gevraagd om onafhankelijk technisch onderzoek te verrichten. TEKST: DRS. PHILIP OVERDUIN, TECHNISCH BUREAU AFBOUW BEELD: HERMEN DE HEK, TECHNISCH BUREAU AFBOUW “In de zomer van 2024 zijn in de woning nieuwe verlaagde plafonds aangebracht”, vertelt plafond- en wanddeskundige Hermen de Hek. “De constructie bestaat uit metalen veerregels, waarop stucplaten van 2.000 x 600 mm zijn bevestigd. Vervolgens zijn de plafonds gestukadoord.” Al snel na de oplevering ontstonden er scheuren langs de plaatnaden en viel bij strijklicht een lichte golving in de plafonds op. “Dat riep bij de opdrachtgever vragen op: was dit normaal, of zat er iets fout in de uitvoering?” INSPECTIE EN WAARNEMINGEN Tijdens zijn opname constateerde De Hek dat de montage van de stucplaten niet volgens de geldende richtlijnen was uitgevoerd. “De langsnaden waren strak tegen elkaar geplaatst, zonder open voeg. Daardoor kon de gipspleister niet tussen de naden doorlopen en ontbrak de zogeheten ‘paddenstoelvorming’ die zorgt voor sterkte en stijfheid. Bovendien was er geen gaasband toegepast.” Ook de laagdikte van de pleister bleek onvoldoende. “In plaats van de voorgeschreven circa 10 mm, was de pleisterlaag vaak maar 4 tot 6 mm dik. Dat is te weinig om scheurvorming en vervorming tegen te gaan”, aldus De Hek. OORZAAK EN BEOORDELING Volgens De Hek waren de waargenomen gebreken direct te herleiden tot de verkeerde verwerking. “Doordat de naden niet open waren gelaten en de pleister te dun was aangebracht, ontstond onvoldoende verbinding tussen de platen. Dat verklaart zowel de rechte scheuren als de lichte golving. Het gaat hier dus niet om een constructief probleem, maar om een uitvoeringsfout.” HERSTEL EN ADVIES Herstel is volgens De Hek technisch goed mogelijk: “Alle naden moeten in V-vorm worden opengefreesd en gevuld met een vezelversterkte voegenvuller. Vervolgens kan een dunpleister de oppervlakken egaliseren. Om toekomstige scheurvorming te voorkomen, adviseer ik de plafonds daarna te voorzien van renovliesbehang en af te werken met verf.” Hij benadrukt dat deze oplossing een bewuste keuze is: “Het opnieuw creëren van open naden met paddenstoelvorming was in deze situatie niet mogelijk door de aansluitingen tegen de wanden. Daarom halen we de benodigde sterkte nu uit de combinatie van voegenvuller en renovlies.” Scheurvorming in stucplatenplafond. Laagdikte van de pleister bleek onvoldoende: geen 10 mm, maar vaak 4 tot 6 mm dik. Op deze meetplek nog 8 mm. Laagdikte van de pleister blijkt onvoldoende: dat leidde tot scheurvorming en lichte golving. De constructie bestaat uit metalen veerregels, waarop stucplaten van 2.000 x 600 mm zijn bevestigd. Vervolgens zijn de plafonds gestukadoord. Het is even goed kijken: maar hier zie je de scheuren langs de plaatnaden. Naast een te geringe pleisterdikte blijken de langsnaden strak tegen elkaar geplaatst.
RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=