BouwTotaal 07-08 - 2025

23 NUMMER 7/8 - AUGUSTUS 2025 DUURZAAM BOUWEN Milieu-impactcategorie Indicator Eenheid Klimaatverandering - totaal GWP-totaal kg CO2-eq. Klimaatverandering - fossiel GWP-fossiel kg CO2-eq. Klimaatverandering - biogeen GWP-biogeen kg CO2-eq. Klimaatverandering - landgebruik en verandering in landgebruik GWP-luluc kg CO2-eq. Ozonlaagaantasting ODP kg CFC11-eq. Verzuring AP mol H+-eq. Vermesting zoetwater EP-zoetwater kg P-eq. Vermesting zeewater EP-zeewater kg N-eq. Vermesting land EP-land mol N-eq. Smogvorming POCP kg NMVOC-eq. Uitputting van abiotische grondstoffen, mineralen en metalen ADP-mineralen & metalen kg Sb-eq. Uitputting van abiotische grondstoffen, fossiele brandstoffen ADP-fossiel MJ, net cal. val. Watergebruik WDP m3 world eq. deprived Fijnstof emissie Ziekte door PM Ziekte-incidentie Ioniserende straling Humane blootstelling kBq U235-eq. Ecotoxiciteit (zoetwater) CTU ecosysteem CTUe Humane toxiciteit, carcinogeen CTU humaan CTUh Humane toxiciteit, non-carcinogeen CTU humaan CVUh Landgebruik gerelateerde impact / bodemkwaliteit Bodemkwaliteitsindex Dimensieloos Tabel 1. verzuring en vermesting. Tot 2019 bestond de set uit elf impact categorieën, aangeduid als ‘set A1’ (EN15804+A1). Met de herziening van de norm (EN 15804+A2) is een nieuwe set aangewezen met negentien milieu-impact categorieën (set A2, zie Tabel 1). Daarbij is bijvoorbeeld klimaatverandering uitgesplitst van één totaalindicator naar vier deelindicatoren (totaal / fossiel / biogeen / land use change). Bovendien zijn enkele nieuwe indicatoren toegevoegd, waaronder fijnstofemissies, landgebruik en ioniserende straling. Rogier: “Sinds 2 september 2024 is de A2 set beschikbaar naast de A1 set in de rekeninstrumenten, zodat de markt zich kan voorbereiden. Op 9 april 2025 vond ‘Klimaatakkoord Gebouwde Omgeving’ overleg plaats, waarin onder andere de mogelijke wijziging van het MPG-stelsel werd besproken. Uit de overlegstukken blijkt dat de inwerkingtreding van het nieuwe stelsel op zijn vroegst op 1 april 2026 zal plaatsvinden. De MPG-grenswaarden voor woningen en appartementen worden aangepast naar 1,6. Dat lijkt vreemd, omdat die waarde nu nog maximaal 0,8 is, maar deze stijging neemt alleen al toe door de uitbreiding van het aantal milieu-impactcategorieën van elf naar negentien. Daarnaast gaan CO2-emissies zwaarder meewegen in de uitkomst van de milieuprestatie berekening. Zo is de weegfactor van GWP (Kg/CO2 e.q) van € 0,05 naar € 0,116 gegaan. De MKI van producten gebaseerd op EN15804+A2 is hierdoor hoger. Ondanks deze stijging, is het jammer en een gemiste kans voor de bouw om de MPG niet aan te scherpen.” “Om te beoordelen hoe duurzaam een product is, is het belangrijk om naar alles fases te kijken van de levenscyclus. Er zijn producten die in de productiefase een lagere milieu-impact hebben, maar een hoge milieu-impact in sloop -en verwerkingsfase (fase C), en andersom. We hebben te maken met verschillende doelstellingen”, aldus Rogier. “In 2050 wil de overheid naast 90% minder broeikasgassen ten opzichte van 1990, ook een volledige circulaire economie hebben. Dan moet je dus nu al nadenken over de mogelijkheden om producten in een nieuw gebouw straks te kunnen hergebruiken of recyclen.” Ook in Europees verband worden CO2-emissies steeds belangrijker. Rogier: “De CO2-uitstoot over de gehele levenscyclus van een gebouw, zowel energie- als materiaalgebonden, wordt uitgedrukt in ‘Whole Life Carbon’ (WLC). Vanuit de nieuwe Europese energieprestatierichtlijn EPBD IV wordt een WLC-berekening waarschijnlijk vanaf 2028 voor grotere gebouwen verplicht.” MILIEUBELASTING BIOBASED Na deze uitleg komt Rogier terug op het onderzoek van Natuur & Milieu in samenwerking met ASN Bank: “Ik lees dan dat bij productie van biobased isolatie minder CO2 wordt uitgestoten, dan bij de traditionele isolatiematerialen. De CO2-uitstoot hoort bij de impactcategorie ‘Klimaatsverandering – GWP’ (Global Warming Potential, red.). Bij de productie van houtvezelisolatie wordt echter per m2 isolatie méér CO2 uitgestoten dan bij een m2 glas -of steenwol. Dat is te zien in de ongewogen impact categorie GWP fossiel. Dat komt doordat er stoom nodig is om de houtvezels uit elkaar te blazen en dat kost veel energie. Waarom biobased isolatie in de productiefase vaak toch een lagere milieu-impact heeft, komt vanwege de en dat zie je dan ook terug in fase C. Kijk dus vooral naar alle fasen!” MILIEUBELASTING MINERALE WOL Minerale wol heeft een zwaartepunt in de productiefase en is volledig recyclebaar. Gezien de impact in de productiefase heeft Saint-Gobain flink geïnvesteerd in de glaswolfabriek in Etten-Leur, goed voor miljoenen vierkante meters glaswol per jaar: “Vorig jaar is de verouderde oven vervangen door een hybride exemplaar. Deze oven is uniek in zijn soort, omdat dit op de wereld de eerste hybride glasoven is met tot 50% elektrische verwarming, ook wel boosting genoemd. De vervanging draagt bij aan een duurzamere glaswolproductie. De oude oven werd volledig met gas verwarmd. De nieuwe oven resulteert daardoor in een vermindering van de CO2-uitstoot van de oven met 55% en de totale CO2-uitstoot van de fabriek met 20% gedurende de eerste tien jaar. De vermindering van het gasverbruik van de oven is 55% en het totale energieverbruik van de oven is gedaald met 26%. We blijven verbeteren, met het oog op de doelstellingen voor 2030 en 2050.” Ook op andere fronten wordt de milieubelasting verminderd: “We bedrukken nog maar maximaal 10 % van het oppervlak van verpakkingen. Hierdoor kan een transparante verpakking weer gerecycled worden tot een transparante verpakking. Verder halen we rest- en snij-afval van glaswol op bij timmerfabrieken en bouwplaatsen.” Er zijn nog meer duurzame noviteiten, zoals een ammoniakvrije biobased binder, die wordt toegepast in glaswol die binnen wordt toegepast, zoals bij houtskeletbouw en renovatieprojecten. Eventuele jeuk behoort hierdoor ook tot het verleden. “We zijn bezig met de ontwikkeling om die binder ook toe te passen in bijvoorbeeld spouwmuurisolatie. Tot slot bestaat inmiddels meer dan 50% van het gewicht van glaswol uit gerecycled glas en/of rest- en snijafval uit timmerfabrieken of onze eigen productie.” Rogier besluit: “Iedere fabrikant is wel bezig met vergroening. De tijd van ergens een groen plaatje op plakken is echt verleden tijd. Het gaat om aantoonbare duurzaamheid. Die krijg je alleen via een milieuprestatieberekening waarin alle impact milieucategorieën en levensfasen worden meegenomen. Anders ga je appels met peren vergelijken. En daarmee verduurzamen we bouw niet.”  Nieuwe hybride glasoven in de glaswolfabriek in Etten-Leur. Dit is ‘s werelds eerste hybride glasoven met tot 50% elektrische verwarming, ook wel boosting genoemd. De vermindering van het gasverbruik en de CO2-uitstoot van de oven is 55% en de totale CO2-uitstoot van de fabriek neemt met 20% af gedurende de eerste tien jaar.  Nog maar maximaal 10 % van het oppervlak van verpakkingen wordt bedrukt. Hierdoor kan een transparante verpakking weer gerecycled worden tot een transparante verpakking.  Toepassing van glaswol in de woningbouw. biogene opslag. Dit mag worden verrekend in deze fase. Vervolgens worden de vezels met een PE-bindmiddel gebonden. Juist dat PE-bindmiddel beperkt de mogelijkheden tot recycling. PE kun je namelijk niet losmaken van de isolatievezels. Biobased isolatiematerialen die worden aangeboden als plaat of rol, bevatten PE-bindmiddel. Die kun je na afloop alleen verbranden of het vergaat omdat het wordt gestort. Dan komt de CO2 alsnog vrij

RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=