BouwTotaal 07-08 - 2025

PLATFORM VOOR HEEL BOUWEND NEDERLAND 22 Is biobased isolatie altijd meest duurzame keuze?  Toepassing van houtvezelisolatie in houtskeletbouw element. Natuur & Milieu heeft in samenwerking met ASN Bank onderzoek gedaan naar de potentie van biobased isolatie in de bouw. Conclusie: biobased isolatiematerialen, zoals houtvezelisolatie en stro, zijn uitstekende vervangers van kunststofschuim isolatie en minerale wol, want ze stoten minder CO2 uit in productie en slaan zelfs CO2 op. BouwTotaal kreeg reactie van Saint-Gobain Construction Products Nederland B.V., producent van zowel biobased isolatie als minerale wol: “MKI’s en ongewogen impactcategorieën geven aan dat dit niet overeenkomt met gemeten data.” TEKST: ING. FRANK DE GROOT BEELD: SAINT-GOBAIN CONSTRUCTION PRODUCTS NEDERLAND B.V. ‘Potentie biobased isolatie onvoldoende benut’, was de belangrijkste conclusie van onderzoek van Natuur & Milieu in samenwerking met ASN Bank. In BouwTotaal nr. 4 van dit jaar, hebben we aandacht besteed aan de uitkomsten van dit onderzoek. Zo wordt geconstateerd dat voor het verduurzamen van gebouwen de komende jaren een enorme hoeveelheid isolatiemateriaal nodig is. Zo is er in de afgelopen jaren gemiddeld 28 miljoen vierkante meter aan isolatiemateriaal per jaar toegepast (RVO 2023). Dat is meer dan tien voetbalvelden per dag; een hoeveelheid die de komende jaren alleen maar zal stijgen. Nu nog domineren kunststofschuim, glas- en steenwol de markt. Bij de productie van die materialen wordt veel (fossiele) brandstof gebruikt en komt veel stikstof vrij. Volgens het onderzoek zijn echter biobased isolatiematerialen, zoals houtvezelisolatie en stro, uitstekende vervangers. ‘Want die stoten minder CO2 uit in productie en slaan zelfs CO2 op.’ In het overheidsprogramma ‘Nationale Aanpak Biobased Bouwen’ staat dat over vijf jaar (2030) van alle na-isolatie in de bestaande woningbouw 30 procent biobased moet zijn. Uit het onderzoek van Natuur & Milieu blijkt dat biobased materialen nu een klein gedeelte vormen van de omzet van isolatiebedrijven. Veel bedrijven hebben (nog) onvoldoende kennis over biobased materialen. Ze twijfelen daardoor aan de kwaliteit en nemen soms hogere marges om veronderstelde risico’s af te dekken. “In dit onderzoek wordt een aantal uitspraken gedaan, die niet overeenkomt met geverifieerde data en zelfs het tegendeel bewijzen”, zegt Rogier Stoker, Solution specialist Isover bij Saint-Gobain Construction Products Nederland B.V. Is dit preken voor de eigen parochie? “Nee, want Saint-Gobain produceert zowel minerale wol, als houtvezel- en katoenisolatie. Hierdoor kunnen wij objectief een vergelijking maken.” ISOLEREN BESPAART CO2 Alvorens dieper in te gaan op de CO2-uitstoot van isolatiematerialen, merkt Rogier op dat isoleren leidt tot energiebesparing: “Isolatie produceren leidt weliswaar tot een uitstoot van minder of meer CO2, maar isoleren van gebouwen resulteert in een verlaging van de CO2-uitstoot voor verwarming en koeling van binnenruimten. Met een goede isolatie van een gebouw met glaswol heb je na vijftig jaar honderd keer meer CO2-uitstoot bespaard dan dat de productie heeft veroorzaakt.” Rogier wijst erop dat de bouw verantwoordelijk is voor circa 40% van de CO2-uitstoot, wereldwijd. “Je hebt elkaar nodig om die CO2-uitstoot terug te dringen. Een product kan voordelen hebben in de productiefase, gebruiksfase of aan het einde van de levenscyclus. Zo kun je staal bijvoorbeeld oneindig recyclen, maar heeft het een hoge CO2-uitstoot in de productiefase. Hout daarentegen heeft een veel lagere CO2-uitstoot in de productiefase, maar is weer veel minder goed te recyclen dan staal. Maar om een goed beeld te krijgen is een analyse nodig van de totale levenscyclus: de LCA.” MILIEUPRESTATIEBEREKENING Om duiding te geven aan de milieuprestaties van isolatieproducten, is het nodig eerst inzage te geven in de methodiek die wordt gebruikt om de milieubelasting van een product te berekenen. Het berekenen van de MPG (Milieu Prestatie Gebouwen) is in de B&U-sector verplicht volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). De MPG wordt berekend aan de hand van de levensduur van een gebouw, de BVO en de Milieu Kosten Indicator (MKI). De milieuprestatie geeft aan wat de milieubelasting van een bouwwerk is; hoe lager de MPG-score, hoe duurzamer het gebouw. De score wordt uitgedrukt in euro per vierkante meter bruto vloeroppervlak (BVO) per jaar. Zo is de maximale MPG voor nieuwe woningen momenteel 0,8. De milieu-impact van een product wordt weergegeven in een EPD. Dat staat voor Environmental Product Declaration. Producten met een EPD kunnen worden opgenomen in de Nationale Milieudatabase, met een categorie 1 milieuverklaring. Deze is vijf jaar geldig, daarna is een update nodig van de LCA. Rogier adviseert producenten te streven naar categorie 1 en 2 kaarten in de NMD: “Dat zijn milieuverklaringen die worden aangeleverd door fabrikanten (1) of het betreft merkongebonden data van groepen van fabrikanten en/of toeleveranciers en branches (2). De data van deze EPD’s zijn gecontroleerd. Bij Categorie 3 is er sprake van milieuverklaringen die zijn gebaseerd op generieke milieudata die door de NMD-beheerder worden opgesteld voor productgroepen waarvoor nog geen categorie 1 of 2 milieuverklaringen beschikbaar zijn. Op deze data is een ophoogfactor van toepassing omdat het geen gecontroleerde data betreft.” VAN 11 NAAR 19 MILIEU-IMPACT CATEGORIEËN De Milieuprestatie Gebouw (MPG) wordt vastgesteld op basis van een weging naar zwaarte van elf impact categorieën. Dat zijn bijvoorbeeld uitputting van grondstoffen, aantasting ozonlaag, klimaatsverandering,  Rogier Stoker: “Bij de productie van houtvezelisolatie wordt per m2 isolatie méér CO2 uitgestoten dan bij een m2 glas -of steenwol. Kijk altijd naar de gehele levenscyclus.”

RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=